Janine Abbring over Zomergasten: ‘Schietschijf zijn hoort erbij’

Zomergasten Vanaf 29 juli presenteert Janine Abbring voor de tweede keer Zomergasten. „Soms denk ik: waren het maar voorgeprogrammeerde robots.”

Abbring: ,,In interviews ben ik een wat geformuleerde versie van mezelf." Foto Merlijn Doomernik

Van iemand die drie uur lang onafgebroken mensen interviewt – op charmante, maar gedecideerde wijze – verwacht je dat zij makkelijk over zichzelf praat. Niet Janine Abbring. „In interviews ben ik een wat geformuleerde versie van mezelf”, zegt de 42-jarige presentator van Zomergasten op een doordeweekse ochtend in een Amsterdams café.

Vorig jaar maakte Abbring haar debuut als presentator van het populaire interviewprogramma. De reacties waren over het algemeen lovend en voor haar gesprek met de inmiddels overleden burgemeester van Amsterdam Eberhard van der Laan ontving zij de Sonja Barend Award, de prijs voor het beste tv-interview.

Abbring mag interviewers dan op afstand houden, bij Zomergasten laat zij best veel van zichzelf zien, vindt zij. „Aan psychiater Glenn Helberg vertelde ik dat ik een relatie had gehad waarin ik mij niet bemind voelde. Dat zou ik nóóit hebben gezegd in de rol van geïnterviewde.”

U voelt zich veiliger in de rol van interviewer?

„Ja. Omdat ik niet de hoofdpersoon van het gesprek ben. Ik weet: nu.nl maakt geen nieuws van wat ik zeg.”

Denkt u daar bewust over na?

Ze klakt met haar tong. „Oi, oi, oi. Ik kan heel goed voorspellen of – en hoe – uitspraken worden opgepikt. Het lastige is dat de meeste mensen niet weten hoe het werkt. Die denken dat je als BN’er naar nu.nl belt en zegt: by the way, ik heb ooit een relatie gehad waarin ik mij niet bemind voelde. Mag ik daar even aandacht voor?”

Bij welke andere gast was u nog meer zo open?

„Bij Van der Laan raakte ik geëmotioneerd. Hij raakte mij. Ik moest ervan huilen.”

U ging ook best vaak de confrontatie met gasten aan.

„Ja, dan flapte ik er wat uit. Toen Rosanne Hertzberger zei dat ze Dances with Wolves zo mooi vond, zei ik dat ik dat een draak van een film vond. Voor een interviewer is dat not done, maar het leverde wel een prettig soort spanning op.”

U drong ook aan toen zij niet wilde ingaan op haar geloofsbeleving.

„Ja, ze vond dat impertinent. Terwijl ik oprecht benieuwd was! Hoe kan je overdag wetenschapper zijn en ’s avonds thuis die heftige religie in de mix gooien?”

Misschien ervoer zij het als een aanval op ‘haar’ jodendom.

„Ja, maar ik had veel impertinentere vragen kunnen stellen: heb jij je zoon laten besnijden? Voor mijn doen was ik heel discreet.”

Heeft u de interviews geanalyseerd?

„Néé. Alsjeblieft.”

U heeft niets ervan teruggezien?

„Niets. Alleen het gesprek met Van der Laan heb ik gezien, omdat het vooraf was opgenomen. Ik zat bij vrienden op de bank, met mijn hand half voor mijn ogen.”

Wat dacht u?

„Ik kan niet zo goed naar mezelf kijken. Als ik ga analyseren, sla ik dood. Maar blijkbaar heb ik het best goed gedaan, anders had ik die prijs niet gewonnen. Maar waar dat ’m in zit? Geen idee.”

‘Ontspannen, niet bevreesd voor emotie en toch knap de hele avond doorgeloodst’, zei een jurylid. Een moeilijke mix.

„Veel van wat ik de afgelopen vijftien jaar heb gedaan, komt bij elkaar in Zomergasten. Ik heb leren interviewen bij RTV Noord, en later als Jakhals bij De Wereld Draait Door. Hoe je een tv-programma maakt, weet ik sinds ik eindredacteur ben van Zondag met Lubach. Bij het radioprogramma Vroege Vogels heb ik ‘tegen de klok’ leren praten. Ik voel goed aan wanneer gasten een anekdote gaan vertellen of met een simpel ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden.”

Wat maakt Zomergasten voor u tot een uitdaging?

Ze denkt even na. „Mensen blijven ongrijpbaar. Je weet nooit van tevoren of het klikt. Soms denk ik: waren het maar voorgeprogrammeerde robots, hahaha.”

Oprechte interesse lijkt bepalend voor een geslaagde presentatie, hoe voor de hand liggend dat misschien ook is.

„Dat is waar. Vooraf maakte ik mij zorgen over het feit dat ik niet goed kan veinzen. Wat als gasten mij niet interesseren of als ik mij niet veilig bij hen voel? Dit jaar zit er ook zo’n gast tussen, van wie mensen niet direct denken: zet daar Janine tegenover – ikzelf ook niet trouwens. Maar dat maakt het ook uitdagend en leuk.”

Veiligheid is best een thema in uw leven.

Verraste blik. „Oh ja? Kom maar door.”

Ik las dat u vaker een nieuwe, meer zelfverzekerde, versie van uzelf hebt ontwikkeld om uw onzekerheid te verhullen. Als Jakhals bij ‘De Wereld Draait Door’, maar ook toen u gepest werd op de middelbare school.

„Mijn besluit om géén Jakhals meer te zijn is misschien wel het beste voorbeeld. PowNews was sterk in opkomst. Het moest allemaal snel en heftig. Zo ben ik niet.”

U wilde niet veinzen.

„Ja, ja, het werd nep. Gek eigenlijk: aan de ene kant wil ik niet veinzen, aan de andere kant roep ik dat ik een zelfverzekerder versie van mezelf neerzet. Maar het is nou eenmaal zo dat je op tv altijd een krachtiger versie van jezelf laat zien. Als je eens wist wat ik voel als ze in de studio aftellen bij Zomergasten. Zonder die zelfverzekerde versie van mezelf zou ik gaan gillen.”

Maar hoe zit het nou met dat pesten? Hoe heeft u zich daaraan ontworsteld?

„Vlak na de brugklas verhuisden mijn ouders van het Drentse Roden naar Warffum, een plattelandsdorp in Groningen. Ik was een kakmeisje. Stond ik daar met mijn gekleurde schooltas. Alle groepjes waren al gevormd. Het ging er hard aan toe, maar mijn ouders grepen gelukkig snel in. Ze schreven me in bij een nieuwe school in de stad Groningen. Ik beet meteen van me af. Als ik dit vernachel, dacht ik, houdt het op.”

Het leven?

„Ja. Als puber zie je zaken heel zwart-wit. Je denkt niet: over tien jaar heb ik een leuke tv-carrière en zitten die pesters achter de kassa in het dorp. Je denkt: moet ik mezelf niet van kant maken?”

Het vergt moed om jezelf in zo’n situatie bij de lurven te grijpen.

„Zo heb ik het nooit gezien, maar het is waar, want ik had natuurlijk ook dieper in mijn schulp kunnen kruipen.”

Als presentator van Zomergasten ligt u onder een vergrootglas. Maakt uw pestverleden u niet kwetsbaar voor vuilspuiterij?

„Ik lees nooit wat mensen schrijven in die zes weken. Hooguit vraag ik vrienden om een samenvatting. De reacties waren over het algemeen goed. Nasty comments gingen vooral over mijn uiterlijk. Als vrouwelijke presentator kwek of onderbreek je al snel – iets wat ze van een man nooit zouden zeggen. Nu ik geen debutant meer ben maar ‘een opgehemelde vrouw’ zal het er waarschijnlijk wat harder aan toegaan. Schietschijf zijn doet pijn, maar het hoort erbij.”

U heeft altijd gezegd dat u niet aan loopbaanplanning doet. Dacht u niet, toen u hoorde dat ze een presentator voor een talkshow op de vroege avond zochten: die plek wil ik?

„Ik heb diep respect voor de Margrieten, Matthijsen en Eva’s die vijf dagen in de week presenteren. Wat een opoffering! Ik vind zes weken een wekelijks ritme al heftig. Nee, ik denk niet dat ik dat nu zou willen en kunnen.”

Volg hier wie dit jaar de zomergasten worden.
    • Danielle Pinedo