Recensie

Op ‘Scorpion’ laat Drake slechts sporadisch zijn genie zien

Op zijn nieuwe dubbelalbum Scorpion reageert Drake op roddels over een vermeend vaderschap. Maar zijn muzikale genie komt slechts sporadisch tevoorschijn.

Concert van Drake in de Ziggo Dome (2017). Foto: Andreas Terlaak

Drake, ‘s werelds bestverkopende rapartiest, lag zo’n twee maanden terug behoorlijk onder vuur. Hij reageerde met een disstrack op die van collega-rapper Pusha T, loste vocale schoten richting diens labelgenoot Kanye West, maar kreeg meteen weer een antwoord terug. Op het in mei uitgebrachte nummer The Story Of Adidon deed vijand Pusha een boekje open over een vermeend vaderschap van Drake waar schijnbaar niemand van mocht weten. De Canadese wereldster hield, tegen de verwachting in, zijn mond. Op zijn vorige week uitgebrachte dubbelalbum Scorpion besluit hij open kaart te spelen.

Drake gebruikt de aanval van Pusha T om persoonlijkere teksten ten gehore te brengen dan op voorganger Views (2016). Hij laveert moeiteloos tussen snoeiharde raps op ratelende bassen en emotionele teksten. „I’m the chosen one, flowers never pick themselves”, rapt hij op een soulvolle loop uit de koker van hiphoplegende DJ Premier. Op de eerste helft van het album neigt hij vaak naar scherpe flows, terwijl op de tweede helft zijn zachtaardige kant meer aandacht krijgt. Toch staan er ook raps op het r&b-deel, en zanglijnen op het rapdeel. Zo zorgt hij voor balans en blijft hij de ietwat wantrouwende en introverte superster die zo nu en dan eens flink venijnig van zich af bijt.

Lees ook dit profiel van Drake: Hoe Drake alle records breekt (2017)

Met een fijne oneliner geeft hij toe inderdaad een zoon te hebben en waarom de buitenwereld dat niet mocht weten: „I wasn’t hiding my kid from the world, I was hiding the world from my kid”, rapt hij in ‘Emotionless’, terwijl hij in ‘March 14’ uit de doeken doet dat het niet zijn bedoeling was om alleenstaand vader te worden en dat hij de moeder van zijn kind slechts twee keer heeft ontmoet.

Muzikaal doet Drake vooral wat hij al gedaan heeft, en is daardoor niet meer zo innovatief als voorheen. De gastartiesten zijn daarom meer dan welkom. Er is een couplet te horen van Jay Z dat zó vers van de pers is dat de dood van de elf dagen ervoor overleden rapper XXXTentacion voorbijkomt in een vlijmscherpe punchline. Ook zijn er sublieme bijdragen van James Fauntleroy op de afsluiter en Ty Dolla $ign en de overleden Static Major op de puike r&b-track ‘After Dark’, die zo uit de jaren negentig lijkt te komen.

Toch zit er te weinig verrassing in de plaat. Pas bij leuke, originele extraatjes als de vrolijke ritmiek van ‘Summer Games’ of de zware trapbeats van ‘Nonstop’, waarop hij fluistert tussen zijn volzinnen door, komt het muzikale genie in hem sporadisch tevoorschijn. Een speeltijd van anderhalf uur vergt een behoorlijke inspanning. Scorpion was beter geweest als er minimaal vijf nummers waren geschrapt. Less is in dit geval toch echt more.

    • Bowie van Loon