Recensie

Navigeren op angst en hoop

(Anti)survival Averij op volle zee is de oervorm van het survival-genre. Twee nieuwe films – ‘Adrift’ en ‘The Mercy’ – laten zien dat er nog steeds leven in het genre zit.

Afrekenen met demonen: Donald Crowhurst (Colin Firth) in ‘The Mercy’.

Het is zomer, dan weet je het wel. Naast de gebruikelijke haaienfilm – dit jaar The Meg, met reuzenhaai Megalodon – bederven deze week ook twee zeilfilms de waterpret, beide gebaseerd op waargebeurde verhalen: Adrift en The Mercy.

Averij is de oervorm van het survivalgenre. In de literatuur ziet de machteloos op de onverschillige watervlakte deinende mens zijn nietigheid onder ogen, of het nu Jonas in de walvis is, The Ancient Mariner of The Old Man and the Sea. „Een man alleen op een schip is eenzamer dan welk levend wezen ook”, aldus zeezeiler Donald Crowhurst in The Mercy.

In religieuze tijden volgde meestal een miraculeuze verlossing na overgave: het moment dat de drenkeling zijn lot in Gods handen legt. In onze meer individualistische tijd moet de held(in) afrekenen met de eigen innerlijke demonen, die zich manifesteren als hallucinaties of flashbacks. De survival op zee-films handhaven het sleutelmoment van overgave en berusting, maar daarop volgt een wederopstanding op basis van wilskracht. De held opent zijn ogen, ademt gierend lucht in en besluit toch door te knokken. Hij beseft weer waarvoor hij leeft: zijn medemens, zijn gezin, zijn geliefde. Hij overwint zichzelf.

Overleven is een keuze: dat is de opbeurende kern van de survivalfilm. Zo’n script kan zich afspelen in de ruimte (Gravity) of rond de Noordpool (Arctic), maar de oceaan is extra cinematografisch: de dynamiek van haai en huizenhoge golf, afgewisseld met meditatieve windstilte, schroeiende zon en avondrood. Op de oceaan zing je het met een beetje handigheid lang uit. Alle tijd voor flashbacks en existentiële overpeinzing.

Nergens gebeurde dat meer impliciet en uitgebeend dan in Robert Redfords All is Lost (2013). De held heeft daar een naam noch een verleden: flashbacks beperken zich tot korte flitsen. Hij laveert competent en stoïcijns van tegenslag tot tegenslag en blijkt een solitair en emotioneel afhoudend man. Op de valreep volgt verlossing, of is dat het laatste visioen van een stervende, die eindelijk inziet dat geen man een eiland is?

Flashbackfestijn Adrift, deze week in de bioscoop, dramatiseert in zoetsappige stijl de ramptocht van Tami Oldham Ashcraft, die in 1983 met haar vriend Richard Sharp het zeiljacht van een rijk echtpaar van Tahiti naar San Diego zou terugvaren. Orkaan Raymond richt een ravage aan: Tami (Shailene Woodley) moet met een gehavend schip en zwaargewonde partner Richard (Sam Claflin) Hawaii zien te bereiken.

Terwijl Tami hijgend en snuivend haar innerlijke Rambo ontdekt – ze hecht haar eigen wonden en harpoeneert vissen, een hele opgave voor deze vegetariër – slepen de tortelduifjes elkaar door wanhopige momenten. Ze bekennen elkaar dan met vochtige ogen de liefde of tokkelen met brekende stem op gitaar. Flashbacks tonen nog meer hofmakerij, liefst met zonsondergang, azuren zee of dramatische wolkenpartij. Tot Adrift het met een goedkope wending over een andere boeg gooit.

Dan is The Mercy een stuk beter, en zeker grimmiger. Ditmaal kiezen wij in 1968 het ruime sop met uitvinder Donald Crowhurst. Deze weekeindzeiler hoopt met een zelf ontworpen trimaran (met drie rompdelen) als eerste of snelste non-stop de wereld rond te zeilen. The Sunday Times heeft daarvoor een wedstrijd uitgeschreven met 60.600 pond voor de eerste, en een troostprijs voor de snelste: deelnemers moeten tussen april en oktober vertrekken.

The Mercy suggereert dat deze vader van vier werd gedreven door een midlifecrisis en neo-Victoriaanse geldingsdrang. Crowhurst schildert zichzelf in een hoek als hij zijn bedrijf en woonhuis in onderpand geeft aan zijn sponsor om het schip af te bouwen. Maar terwijl de tabloids hem opblazen tot sympathieke dromer en underdog, blijkt zijn experimentele trimaran nog lang niet klaar. Toch kiest Crowhurst op 31 oktober 1968 zee met een rammelboot vol losse schroeven, kabels en kieren. Acht andere zeezeilers zijn al onderweg, het alternatief is diskwalificatie en bankroet. Onderweg moet hij zijn schip maar verder in elkaar knutselen.

De natie is verrukt als Crowhurst na een traag begin verbluffende voortgang meldt, tot zijn radio na Kaap de Goede Hoop zwijgt. Vele maanden later vindt men zijn verlaten schip: uit een neplogboek plus bekentenis blijkt dat Crowhurst nooit de Atlantische Oceaan verliet. Wanneer hij beseft dat zijn schip niet is opgewassen tegen de golfbergen van de Stille Oceaan – „die zich niet laten meten in voet of inch, maar in gradaties van angst” – besluit hij de zaak te flessen door valse posities door te geven terwijl hij rondjes draait. Na Kaap Hoorn sluit hij dan aan achter de koplopers en maakte zo zijn fictieve wereldreis af, is het plan. Niet als eerste of als snelste; onopvallend, maar eervol.

Crowhurst herstelt in april 1969 radiocontact: hij is op de terugweg. Maar zijn plan valt in duigen als twee resterende rivalen wegvallen: de één zinkt, de ander geeft op. Crowhurst dreigt zo de snelste zeiler te worden, en dan valt hij gegarandeerd door de mand. Toen moet hij hebben besloten overboord te springen. Maar wat gebeurde in al die maanden dobberen?

Lees ook het filmoverzicht van deze week: Verloren op zee in ‘The Mercy’, cynisch verhaal over drugsoorlog in ‘Sicario II’

Vermalen door schuldgevoel

Regisseur James Marsh toont in The Mercy een labiele, broeierige man die wordt vermalen door Brits schuldgevoel over zijn onsportief gedrag en schaamte om zijn natie en vooral zijn kinderen onder ogen te komen. Zeilen oogde nooit eerder zo onromantisch, claustrofobisch en ellendig. Niks meisjes in bikini en stoere mannen met pijp, noteert Crowhurst, maar doodsangst, zweren en eindeloze reparaties. „Alles is altijd nat. Niet vochtig, drijfnat.” En die wind loeit maar door, oorverdovend.

Het maakt The Mercy tot een anti-survivalfilm op zee. Ook Donald Crowhurst incasseert zijn portie flashback en zinsbegoocheling, veel beter gedoseerd overigens dan in Adrift. Maar zijn flashbacks – over familie, de liefde – drijven hem juist dieper een afgrond van paniek en schaamte in. De muren van zijn kajuit komen op Crowhurst af, als hij zijn lichaam bedekt met zeewier en algen besef je dat alleen de dood hem kan verlossen. Want de medemens is zijn vijand geworden in deze onprettige, maar best opmerkelijke tragedie op zee.

    • Coen van Zwol