Déze investeringsbank moet slagen

Invest-NL De overheid steekt 2,5 miljard euro in Invest-NL, de nieuwe staatsinvesteringsbank waar Wouter Bos de baas wordt. Voor welk probleem is de bank een oplossing?

Invest-NL zou projecten voor de aanleg van warmtenetten, zoals hier in Rotterdam, kunnen gaan financieren. Foto Ton Borsboom/ANP

Gaat het Wouter Bos wel lukken?

De oud-minister van Financiën (PvdA) stopt na vijf jaar als bestuursvoorzitter van VUmc. Vanaf 29 oktober leidt hij de nieuwe staatsbank Invest-NL. Hij gaat er iets op vooruit: vorig jaar was zijn salaris 193.000 euro, straks 202.000.

Zijn benoeming, afgelopen vrijdag, komt zeven weken nadat een ogenschijnlijk vergelijkbaar maar particulier initiatief er juist mee is gestopt. Deze financier, de Nederlandse Investeringinstelling, was in 2014 opgericht door de Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars. Zij gaven gehoor aan politieke druk dat zij wat meer van hun 1.500 miljard euro beleggingen in Nederland konden steken.

Die miljarden zijn immers het geld van Nederlandse klanten en werknemers, was het politieke argument. Zij moeten tegenwicht bieden tegen de banken, hoopten grote bedrijven. Want de banken hielden de hand op de knip. Die wezen echter op de gestegen faillissementen en de risico’s van bedrijfsfinanciering in een economische malaise.

De discussie over de rol van de professionele beleggers leidde wel tot extra beleggingen van pensioenfondsen in woninghypotheken.

Zonniger bril

De Nederlandse Investeringsinstelling heeft de hoge verwachtingen niet helemaal waargemaakt. Per saldo hebben is er 1,2 miljard euro gestoken in aparte fondsen voor bedrijfsleningen en zorgvastgoed. De Investeringsinstelling bleek meer een financieel steuntje in de rug voor bedrijven dan een katalysator. Verschillende projecten die de Investeringsinstelling in kaart had gebracht bleken niet aan de vereisten te voldoen: te klein of te risicovol.

Lees ook: Eureka! De overheid vult ‘m gat in de markt

De Investeringsinstelling had misschien nog wel het meest te ‘lijden’ van de omslag in de economie: van crisis naar hausse. Want als de economische groei stevig herstelt, kijken banken en andere financiers opeens door een zonniger bril. Dan denken zij minder aan de risico’s van een lening, en meer aan het rendement dat zij kunnen maken. Dan wordt de concurrentie intensiever, ook van commercieel gehaaide buitenlandse investeerders. Zoals de Nederlandse Investeringsinstelling het zelf zei bij de aankondiging van de beëindiging: veel projecten zijn inmiddels weer goed financieerbaar omdat er voldoende aanbod vanuit de markt is.

Cruciale verschillen

Dus is de vraag: voor welk probleem is Invest-NL dan nog de oplossing als de markt kennelijk zijn werk doet?

„Invest-NL en de Nederlandse Investeringsinstelling zijn op cruciale punten onvergelijkbaar”, schreef minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) eind mei aan de Tweede Kamer. De Investeringsinstelling was volgens hem een intermediair, een schakel tussen projecten en financiers uit de pensioen- en verzekeringswereld. Maar Invest-NL is een veel bredere „volledige ontwikkelings- en investeringsinstelling” die aandelenparticipaties kan nemen, leningen kan geven én export en handel kan financieren. Kortom: een schaap met zeker drie poten. Een schepsel bovendien waarmee ook een andere overheidsfinancier, het Nederlands Investerings Agentschap, wordt samengevoegd.

In maatschappelijke investeringen zit de X-factor van Invest-NL

De overheid steekt er 2,5 miljard euro in als eigen kapitaal voor Invest-NL. Het kabinet verwacht dat dit kapitaal als vliegwiel zal werken en dat andere partijen ook over de brug komen als zij zien dat Invest-NL en dus de Rijksoverheid een project steunt. „Hierdoor zullen private investeerders vaker maatschappelijke gewenste investeringen doen”, legde Wiebes eerder aan de Kamer uit.

Europese kanten

In die maatschappelijke investeringen moet de X-factor van Invest-NL zitten. De staatsbank moet smeerolie zijn bij projecten waar de overheid als wet- en regelgever en als subsidiegever een hoofdrol speelt. Dan denkt Wiebes aan de energietransitie, aan de financiering van warmtenetten, aan investeringen die leiden tot schonere lucht of minder CO2-uitstoot.

Aan de oprichting van Invest-NL zitten ook twee Europese kanten. De eerste is dat het kabinet fiat van de Europese Commissie wil hebben, om klachten over illegale staatssteun voor te zijn. Dat fiat wordt pas volgend jaar verwacht. De andere kant is dat Invest-NL een specifieke investeringsbank wordt waar de grote Europese financiële instellingen zaken mee kunnen doen. De bank kan dan bijvoorbeeld een beroep doen op de zogeheten Juncker-investeringsgelden die in 2015 beschikbaar zijn gekomen om economische groei in de lidstaten te stimuleren. Maar omdat Nederland als een van de weinige Europese landen geen specifieke staatsinvesteringsbank had, is dat een onderbenutte financieringsbron.

Nederland had ooit wel zo’n bank, de Herstelbank, opgericht in 1945 om de naoorlogse industrialisatie te helpen financieren. Dat was een gezamenlijk initiatief van de overheid en financiële wereld. Ook toen al bestond het idee dat sommige projecten zoveel risico en lange adem vergen dat particuliere financiers dat niet uit zichzelf doen. De Herstelbank werd later omgedoopt in Nationale Investeringsbank en eind vorige eeuw geprivatiseerd. Aan overheidsbemoeienis was geen behoefte meer, dacht het toenmalige kabinet. Wouter Bos mag straks het tegendeel bewijzen.

    • Menno Tamminga