Holle kies krijgt nieuwe toekomst

Mergelgroeve De commerciële winning van mergel in de Sint-Pietersberg is voorbij. Nu moet de natuur worden geëxploiteerd.

Uitzicht over het terrein van de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI), die decennialang mergel heeft gewonnen in een groeve van de Sint-Pietersberg. Foto Anita Pantus/ANP

Een belangrijk deel van de Sint-Pietersberg, net ten zuiden van Maastricht, is een holle kies. Het gat is diep en groot, de mergelwanden hoog – er broeden oehoes. De temperaturen in de kom zijn on-Nederlands, op de kalkgraslanden komen unieke dieren- en plantensoorten voor. Zelfs Huub Keybets, tegenstander van de mergelwinning die hier een eeuw duurde, ziet de schoonheid die is ontstaan: „Het is een magnifiek gebied.”

Decennialang is de Sint-Pietersberg uitgehold door de Eerste Nederlandse Cement Industrie (ENCI) voor de winning van mergel, krijtgesteente dat werd verwerkt tot cement. In de topjaren kwam een kwart van het Nederlandse cement uit deze groeve.

Afgelopen zondag, 1 juli, eindigde de vergunning voor commerciële mergelwinning. Nu is de vraag wat er met dit gigantische, jarenlang gesloten gebied moet gebeuren.

Peter Mergelsberg, directeur van de Stichting Ontwikkelingsmaatschappij ENCI-gebied (SOME), heeft wel een idee: „Natuur moet de nieuwe economische motor worden, met werkgelegenheid voor vier- tot zevenhonderd mensen”, zegt hij. Achterin de groeve moet rust heersen. In het midden komt ruimte voor recreatie. „Bijvoorbeeld horeca en outdoorsporten.” Aan de Maas blijft het industrieterrein. Over een jaar sluit de ENCI-fabriek daar de ovens en maalt dan alleen nog cement met grondstoffen uit België.

Ongeveer een eeuw geleden werd op de Pietersberg begonnen met ‘dagbouw’, het van bovenaf uitgraven van de kalksteen. De Nieuwe Rotterdamsche Courant, voorloper van deze krant, schreef in 1918 verontwaardigd over wat stond te gebeuren: „Gij, menschen van boven de Moerdijk, gaat nog eens zien (misschien voor den laatsten keer), naar onzen en uwen St. Pietersberg, en staat dan verbijsterd over het vandalisme, dat in een beschaafd land bezig is zich te voltrekken. De poëzie der St. Pietersberg gaat voorgoed verdwijnen onder het walgelijke proza der mergelexploitatie.”

Het verzet legde het af tegen het strategisch belang. De dagbouw begon omdat Nederland na de schaarste in de Eerste Wereldoorlog zoveel mogelijk zelfvoorzienend wilde zijn. En bij de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog kon het Maastrichtse materiaal ook goed worden gebruikt.

Veertig jaar in dienst

Harry van der Blink begon veertig jaar geleden bij de cementmaling en is nu facilitair manager van ENCI. „Het hadden 42 jaar kunnen zijn, maar bij mijn eerste sollicitatie had ik niet gemeld dat mijn opa en ooms ook voor het bedrijf gewerkt hadden. Daar werd de personeelschef de tweede keer heel boos over: had dat gezegd, dan was je meteen aangenomen.”

Niet alleen werkten destijds hele families bij ENCI, het personeelsbestand was ook veel groter: 1.200 man, tegen 120 nu. „Naar de kantine lopen voor een kop koffie kostte vijf minuten, maar kon een uur duren omdat je zoveel bekenden tegenkwam.”

Als gulle sponsor was ENCI eind jaren zeventig ook populair bij het Maastrichtse verenigingsleven. Maar in de decennia daarna – bij een groeiend milieubewustzijn– werd de weerstand tegen de winning groter, merkte ook Van der Blink.

Huub Keybets, secretaris van de stichting Sint Pietersberg Adembenemend (SPA), begon als bewoner van de Maastrichtse wijk Sint Pieter twintig jaar geleden met actievoeren tegen de mergelwinning. „Daarvoor had ik al decennia tijdens wandelingen gezien hoe de groeve groter en groter werd.” Plannen voor bijstoken van afvalstoffen in de ENCI-ovens maakten dat Keybets in het geweer kwam.

Bedrijf en belangengroepen stonden lang met verhitte koppen tegenover elkaar. Het kwam tot een kookpunt kort voor de winningsvergunning eind 2009 zou aflopen. Actievoerders haalden 5.000 handtekeningen op, die de provincie overtuigden de vergunning niet te verlengen. In reactie zamelden ENCI-medewerkers 12.000 handtekeningen in, en kreeg het bedrijf voor de allerlaatste keer toch vergunning, tot 2018.

Lees ook: In Zuid-Limburg wordt een oude trambaan nu een fietspad. Maar sommigen willen liever een wandelroute.

Limburgse mijnen, Gronings gas

Daarna kwam het tot beter overleg tussen betrokkenen. Waar andere actiegroepen bleven procederen, besloot SPA aan te schuiven. Keybets: „Wij wilden meedenken.” In 2010 werd SOME opgericht; in het bestuur zijn, naast SPA, ENCI, Natuurmonumenten, gemeente en provincie vertegenwoordigd. Al polderend werden de ideeën gevormd over de transformatie. Directeur Mergelsberg ziet het als voorbeeld voor andere plekken waar grondstoffen- of energiewinning stopt, „zoals eerder in Limburg met de mijnen, en nu in Groningen met het gas”.

Een dergelijke aanpak kost wel tijd. Mergelsberg ziet vooral voordelen: „Het zorgt ervoor dat goed wordt nagedacht over een nieuwe toekomst en dat alle betrokkenen hun verantwoordelijkheid nemen.”

Keybets moppert wat over het tempo, maar Mergelsberg vraagt begrip: „Een half jaar wachten is onbelangrijk als je zaken voor de komende honderd jaar of misschien langer wilt regelen.” Dan gaat het bijvoorbeeld om een goede ontsluiting van de groeve, of over de energievoorziening.

Vergissingen zijn snel genoeg gemaakt. Zo werd vorig jaar de diepblauwe waterplas onderin de groeve opengesteld voor zwemmers. Dat werden er 90.000, inclusief veel vernielingen en vervuiling. Dat nooit meer, dus.

ENCI-veteraan Van der Blink zou graag weten hoe de groeve er over twintig jaar bij ligt. Zelf gaat hij over twee maanden met pensioen. „Jammer genoeg.” Hij hoopt door te kunnen gaan met rondleidingen geven in de groeve, zoals hij de afgelopen jaren al vaker deed.

Met hem verdwijnt dit jaar de helft van ENCI’s personeel: reorganisatie. Directeur Günther Gach legt uit dat 1 juli daarom geen reden voor feestelijkheid was. Misschien over een jaar wel: „Als we de ovens sluiten en het gebied definitief overdragen aan Natuurmonumenten.”

    • Paul van der Steen