'Een drinkwatertekort is vrijwel uitgesloten'

Er heerst momenteel een recorddroogte. Welke maatregelen worden genomen om het watertekort op te vangen?

In Vlijmen wordt het land gesproeid, in verband met de aanhoudende droogte. Foto Merlin Daleman

Het is droog in Nederland, maar alarmerend is het niet.

Hoe droog is het nu?

Het KNMI berekent jaarlijks vanaf april het zogenoemde neerslagtekort, het verschil tussen de hoeveelheid gevallen regen en de hoeveelheid verdamping. Het tekort bedraagt in een gemiddeld jaar rond deze tijd 100 millimeter, maar is nu al 161 millimeter en loopt de komende weken op tot boven de 200 millimeter. Daarmee behoort deze zomer voorlopig tot de 5 procent droogste jaren, die eens in de twintig jaar voorkomen. Nu nog. Als de klimaatverandering in alle hevigheid doorzet, zou aan het einde van deze eeuw gemiddeld elke zomer zo droog verlopen, meldt het KNMI. „De droogte van nu geeft dus een idee van de gemiddelde droogte die we in de toekomst kunnen verwachten als dit scenario uitkomt.”

Illustratie Studio NRC

Veel merken we van de droogte nog niet. Het gras groeit niet of nauwelijks meer, er zijn enkele bosbranden geweest, er wordt intensief gesurveilleerd, en enkele drinkwaterbedrijven adviseren hun klanten zuinig te zijn met water, maar dat laatste vooral om te bereiken dat niet iedereen tegelijkertijd doucht of zijn tuintje sproeit en de druk in de leidingen daalt. Aan water zelf is geen gebrek. Ook hebben enkele waterschappen vooral in het oosten en zuiden van Nederland beregeningsverboden ingesteld; boeren mogen geen water onttrekken aan sloten en vaarten. Maar dat komt wel vaker voor.

Het is nog geen tijd voor drastische maatregelen, zegt Harold van Waveren, droogte-expert bij Rijkswaterstaat en voorzitter van de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling. „Ik heb de commissie nog niet bij elkaar geroepen.”

Het is de laatste weken net zo droog als in het recordjaar 1976, toen er in augustus een tekort was van 360 millimeter maar dit seizoen begon natter, door hevige buien eind april. „Dat scheelt 40 millimeter.” Ook stroomt nog altijd relatief veel water via Rijn en Maas het land binnen, onder meer door een forse „sneeuwvoorraad” in de Zwitserse Alpen. „Die lag aan het begin van het voorjaar wel 50 procent boven het gemiddelde.”

Een gebluste brand bij Loon op Zand. Foto Merlin Daleman

Stel dat het droog blijft

Het KNMI verwacht de komende dagen geen neerslag. Als dat zo blijft, gaan waterschappen meer beregeningsverboden instellen, vooral in het oosten, zuiden en uiterste zuidwesten van Nederland, gebieden die niet vanuit grote rivieren met water kunnen worden gevoed. „We proberen in die gebieden zo veel mogelijk water vast te houden”, zegt Cees van Bladeren, beleidsadviseur van de Unie van Waterschappen. Dat houdt vooral in: stuwen in riviertjes en beken zo veel mogelijk omhoog houden. Voor lager gelegen delen, zoals de polders en de Randstad, is het van groot belang dat het water in het IJsselmeer op peil blijft, of zelfs iets hoger, zodat er voldoende water is om het peil van de wateren, dat altijd kunstmatig hoog wordt gehouden, te kunnen blijven doorspoelen. „Daar slagen we nu ook nog goed in, door toevoer vanuit de IJssel”, zegt Van Waveren. Met een grote voorraad zoet water voorkom je dat zilt water het land in kan zijgen, kan binnen sijpelen – een permanent gevaar voor met name de landbouw. Als de droogte doorzet, en ook de Maas bijvoorbeeld weinig water meer levert, zou je het water in deze gestuwde rivier per ‘watervak’ kunnen terugpompen en zo meerdere keren gebruiken; ook een vorm van water vasthouden.

Stel dat het heel lang droog blijft

Als het over twee weken nog altijd droog is, als er bovendien weinig neerslag is gevallen in het stroomgebied van Rijn en Maas, en als er werkelijk sprake is van een watertekort, dan treedt de zogenoemde verdringingsreeks in werking. Deze wettelijke afspraak bepaalt welke sectoren voorrang krijgen bij het verkrijgen van water.

Anders dan in de rest van Europa gaat het beschikbare water in dat geval niet als eerste naar de drinkwatervoorziening, maar naar het op peil houden van water langs dijken en kades. Veendijken kunnen bezwijken door de droogte, zoals in Wilnis in het kurkdroge jaar 2003. „Het is uitgesloten dat we daar de peilen zouden verlagen”, zegt Cees van Bladeren van de Unie van Waterschappen. In uiterste nood, als er onvoldoende water is, moet je misschien zelfs zilt water gebruiken om het water op peil te houden. „Maar dat is nog nooit gebeurd.” Ook de natuur heeft prioriteit, omdat droogte daar „onherstelbare schade” aan kan toebrengen, zoals aan hoogveen, dat oxideert en nooit meer terugkomt.

Pas als de dijken en de natuur veilig zijn, is het de beurt aan de nutsvoorzieningen; energievoorziening en de drinkwatervoorziening. „De drinkwatervoorziening is in Nederland goed geregeld”, aldus Van Waveren. „Het is vrijwel uitgesloten dat we daar een tekort aan hebben, zelfs bij extreme droogte.” Vervolgens is het zaak ook water te leveren aan de teelt van „kapitaalintensieve gewassen”, zoals boomteelt en tuinbouw. Daarna pas zijn de landbouw en de scheepvaart, de industrie en de waterrecreatie aan de beurt. Zo kan het gebeuren dat schepen bij extreme droogte moeten wachten voor sluizen omdat het water voor iets anders, belangrijkers, moet worden benut.

Bij ernstige droogte kan het Rijk ook samen met de waterschappen besluiten de zogenoemde kleinschalige wateraanvoervoorziening in werking te stellen: een alternatieve aanvoer van water indien het water van de rivieren als de Hollandse IJssel te zilt is geworden en schade zou toebrengen aan gewassen. Dan wordt via het Amsterdam-Rijnkanaal water uit de Waal, waar al voldoende van is, in de richting van het Groene Hart en de Bollenstreek geleid.

Lees ook: Hoe uitzonderlijk is deze droogte? Vijf vragen

De capaciteit van dit alternatief is de laatste jaren flink vergroot, al was het maar om te voorkomen dat andere drastische én kostbare maatregelen moeten volgen, zoals het omkeren van de stroomrichting van de Amstel, wat in 2003 gebeurde, om water uit het IJsselmeer naar het Groene Hart aan te voeren. Het laatste woord bij dit soort maatregelen heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Aan dat laatste woord zijn dan wel adviezen voorafgegaan van een ‘managementteam watertekorten’ met daarin verschillende departementen, Rijkswaterstaat, de landelijke coördinatiecommissie waterverdeling en de waterschappen. „De lijntjes zijn kort”, zegt van Waveren.

    • Arjen Schreuder