Recensie

Goede Nederlandse zangers in ‘Die Walküre’

Opera

Aan de opera van de Duitse stad Essen zingen veel Nederlanders. Zoals Deirdre Angenent (1984), die er nu een sterk roldebuut maakte.

Sopraan Deirdre Angenent (links): sterk roldebuut als Sieglinde in Wagners opera 'Die Walküre'. Foto Hamza Saad

Sinds vijf jaar staat het Aalto Operatheater Essen met de plaatselijke Philharmonie onder leiding van de Nederlander Hein Mulders. Mulders (1962) was voordien hoofd artistieke zaken bij De Nationale Opera. Sinds zijn aantreden in Essen geeft hij veel jonge Nederlandse operazangers de kans om daar - een beetje in de luwte - belangrijke nieuwe rollen uit te proberen of als lid van het vaste ensemble ervaring op te doen in een breed repertoire.

Zoals mezzosopraan Karin Strobos: zij zingt sinds Mulders aantreden vast in het ensemble, net als bariton Martijn Cornet. Sopraan Annemarie Kremer vertolkt volgend seizoen de titelrol in Salome. En zaterdag debuteerde sopraan Deirdre Angenent (1984) in de rol van Sieglinde in Wagners Die Walküre, geflankeerd door de (Vlaamse) bas Tijl Faveyts en sopraan Lisette Bolle als vocaal opvallende en kernachtige Helmwige, een van de strijdbare Walküren-zussen.

De rol van Sieglinde is zwaar en veelomvattend. Goede Sieglindes zijn dus zeer gewild. Deirdre Angenent maakte indruk door stamina én timbre: ze bezit een vol en warm en in die zin dramatisch geluid, maar haar gedoseerde aanpak bleef helder en natuurlijk. Wars van een overdaad aan vocaal krachtsvertoon, emotionerend waar nodig. Daarbij bleek haar Sieglinde theatraal ook sterk en overtuigend: meisjesachtig en sensueel, maar mans genoeg om de bravouredaad van haar personage (overspel met tweelingbroer Siegmund onder het dak van mishandelend ploertengemaal Hunding, overtuigend gebracht door Faveyts) geloofwaardig te doen zijn.

De ietsje sleetse Siegmund van Jeffrey Dowd, de in de hoogste hoogte soms wat weinig gecontroleerde Brünnhilde van Rebecca Teem en de degelijke Wotan van Almas Svilpa staken er – hoewel bevredigend in hun theatrale présence – vocaal wat bleekjes bij af.

De beproefde en geprezen productie van regisseur Dietrich Hilsdorf (2009) oogt traditioneler dan in Nederland gebruikelijk is. Een monumentale maar vervallen, vaag aan de Berlijnse Rijkskanselarij herinnerende zaal doet tegelijkertijd dienst als Hundings huis én als Wotans oppergoddelijke Walhalla. Daar ook slepen zijn negen dochters, de Walküren, in wapperende, bloedrode galajurken hun dode helden naartoe.

Het orkest spelt Wagners vier uur durende tour de force uitstekend, maar van dirigent Tomás Netopil zou je hopen op iets meer gevoel voor woeling en stuwing. Een warmbloediger Wagner zuigt je als een draaikolk steeds dieper mee in een muziektheatrale bedwelming. Die bedwelming bleef hier voor wat betreft het orkestrale aandeel te vaak uit.

    • Mischa Spel