Opinie

    • Anne Hermans

Borstvoeding

Anne Hermans schrijft een column gebaseerd op haar ervaringen als huisarts in Nieuw-Zeeland.

Woedend stuif ik de koffiekamer binnen. De koffiekan is leeg. Met een zucht grijp ik het busje oploskoffie. „Heftig consult?” Mijn collega S. legt begrijpend haar hand op mijn schouder.

Ik vertel haar over de patiënte die ik net zag. Hoe uitgeput en wanhopig ze was, verteerd door schuldgevoel dat het borstvoeden niet lukte. „Dat ze dan bij zo’n lactatiekundige zit, omringd door muren vol gestuwde borsten, en hakkelend opbiecht dat ze haar baby een fles heeft gegeven…”, bries ik, „en dat die lactatiekundige dan zegt dat ze niks meer voor haar kan doen. Alsof ze een paria, een afvallige is!”

S. haalt haar schouders op. „Maar ze krijgt echt niet meer slaap door flesvoeding toe te voegen”, zegt ze overtuigd. „Ken je dat onderzoek van Doan en Gardiner uit 2007 dan niet, dat aantoont dat moeders die borstvoeden gemiddeld 45 minuten per nacht meer slapen dan moeders die fles voeden?” Ritmisch dompelt ze een zakje groene thee in haar beker. „Je weet toch dat borstvoeding ’s avonds en ’s nachts veel melatonine en tryptofaan bevat, waardoor baby’s beter slapen en minder darmkrampjes hebben? En moeders door het voeden beter in slaap vallen?” Ze ziet mijn frons. „Sorry”, lacht ze, terwijl ze het theezakje in de gft-bak laat vallen. „Aan mij heb je een slechte als je op borstvoeding wilt afgeven. Want ik ben echt een voorstander van moeder natuur.” En in drie stappen is ze de koffiekamer uit.

Ik wil achter haar aanrennen, haar bij de arm grijpen, zeggen dat ik heus óók een voorstander ben, maar niet tegen elke prijs. Als je elke twee uur op bent om te voeden, ben je zo uitgeput dat je evengoed onmiddellijk weer in slaap valt. Driftig roer ik door mijn oploskoffie. Ik weet zéker dat moeders van flessebaby’s gemiddeld meer slapen dan borstbaby’s. Maar zoals altijd mis ik namen en jaartallen. En dat is wat ik nodig heb om mensen als S. te overtuigen. Ik neem een slok van mijn koffie, die zo sterk is dat ik ervan ril, en stamp terug naar mijn spreekkamer.

Die avond duik ik achter mijn computer, urenlang speur ik naar publicaties. Inderdaad: er zijn twee kleine onderzoekjes die aan lijken te tonen dat borstvoedende moeders meer slapen, maar er zijn minstens zes onderzoeken met in totaal duizenden moeders die het tegendeel aantonen. Ik leer de namen en jaartallen uit mijn hoofd en kopieer de links van alle artikelen in mijn telefoon. De volgende dag speur ik tussen elk consult de gangen af, als een roofdier op jacht. Waar is S.? Ik lust haar rauw. Eindelijk, aan het eind van de ochtend zie ik haar richting wachtkamer lopen. Als ik haar roep, draait ze zich om. „Ha, Anne”, grijnst ze. „Ik zocht je al, vergat gisteren helemaal het allerbelangrijkste: dat borstvoeding ook nog helpt tegen depressie. Onderzoek van Mawson en Xuenyan in 2013 toont aan, dat moeders het hormoon retinoïde afgeven in hun borstvoeding, en daardoor minder vaak postnatale depressie ontwikkelen.”

    • Anne Hermans