Vijf veranderingen waardoor de inburgering nu wél moet slagen

Inburgering

Gemeenten krijgen de regie bij de inburgering. Zij stellen voor elke nieuwkomer een plan op maat op. Het leenstelsel wordt afgeschaft, maar inburgeraars die niet meewerken, wacht nog steeds een boete.

Lesmateriaal voor een inburgeringscursus in Haarlem. Foto Olivier Middendorp

Inburgering op maat. Voor iedereen een persoonlijk plan met oog voor achtergrond en opleiding. Zo moeten nieuwkomers voortaan integreren in Nederland. De taal leren en zo snel mogelijk aan het werk kunnen. Tussen inburgeraars in het reïntegratiebedrijf DZB aan de rand van Leiden presenteerde minister Koolmees (Sociale Zaken, D66) op maandagochtend plannen voor een nieuw stelsel.

Het is hard nodig. In het huidige stelsel is er weinig oog voor het individu. De overheid gaat er bovendien van uit dat nieuwkomers zelfstandig kunnen inburgeren en dat ze, ook wanneer ze nog geen Nederlands spreken, in staat zijn hun weg te vinden in Nederland. Binnen drie jaar moet iedereen – universitair geschoolden en analfabeten – dezelfde inburgeringscursus hebben afgerond. Dat gaat vaak niet goed, zoals blijkt uit een kritische evaluatie van het huidige stelsel, die vorige week verscheen.

Kort na zijn aantreden kondigde minister Koolmees al aan het stelsel flink te willen veranderen. Hier de vijf manieren waarop de inburgering straks (vanaf 2020) wél moet gaan lukken:

  1. Gemeenten gaan zelf de inburgeringscursussen inkopen

    Een belangrijk punt van kritiek op het huidige stelsel is dat er geen samenhang is tussen integratie in de samenleving en integratie op de arbeidsmarkt. Door gemeenten geld te geven om inburgeringscursussen in te kopen – en zo de kwaliteit in de gaten kunnen houden – moeten zij een grotere rol krijgen bij de inburgering van nieuwkomers.

    Koolmees wil niet terug naar de tijd dat de gemeenten de cursussen zélf organiseerden, tussen 1998 en 2006. „Dat was een eenheidsworst.” De particuliere markt voor inburgeringscursussen blijft intact. Koolmees: „De gemeenten selecteren de cursus die ze het beste vinden passen bij de persoon die ze voor zich hebben.”

  2. Elke inburgeraar krijgt een persoonlijk inburgeringsplan

    De gemeente stelt samen met de inburgeraar een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Dit plan moet de inburgeraar passen als een jas. Dus een analfabeet krijgt eerst een alfabetiseringscursus, een hoogopgeleide inburgeraar krijgt Nederlands op hoog niveau. Maar er wordt ook naar andere zaken gekeken: Veel inburgeraars hebben psychische klachten of trauma’s – opgelopen onderweg of in het land van herkomst. Die moeten worden aangepakt voordat er van een taal leren sprake kan zijn. Uiteindelijk moet wel iedereen aan het werk.

  3. Het leenstelsel wordt afgeschaft

    Nu kan een inburgeraar een lening van maximaal 10.000 euro krijgen voor de inburgeringscursus. Voor vluchtelingen geldt een kwijtscheldingsregeling: als zij binnen drie jaar alle examens halen, wordt de lening omgezet in een gift. De inburgeraars die daar niet in slagen, blijven zitten met een schuld, en krijgen daar bovenop vaak nog een boete.

    Koolmees wil daarvanaf. De gemeenten krijgen het geld en kopen daarmee een cursus in voor de inburgeraar. Daarmee is de individuele verantwoordelijkheid van de inburgeraar niet weg: als mensen „verwijtbaar” niet inburgeren, kunnen ze een boete krijgen, of heeft dat gevolgen voor hun ‘verblijfsrecht’, zoals geen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of geen Nederlanderschap.

    Koolmees: „Ik wil dat gemeenten er veel meer bovenop zitten. Nu kijken we pas na drie jaar of iemand aan alle verplichtingen heeft voldaan, maar we moeten mensen vanaf het eerste moment volgen. Dan kan er ook tussentijds worden bijgesteld.”

    Voor de mensen die de inburgering begonnen in het huidige stelsel, blijven de huidige regels gelden. Dat betekent dat er nog een groep mensen is met een fikse schuld. Koolmees: „Het kwijtschelden daarvan vind ik een te algemene maatregel. Er zijn wel degelijk mensen die er met de pet naar hebben gegooid. Dan vind ik het verkeerd om te zeggen: jij hoeft het niet meer terug te betalen. Maar we moeten ook oog hebben voor de groep die straks overblijft, de taal slecht spreekt, en een grote schuld heeft.”

    Mensen die om wat voor reden dan ook niet aan de inburgeringseisen hebben voldaan, wil Koolmees alsnog dwingen de taal te leren via de taaleis in de Participatiewet. Mensen die een bijstandsuitkering krijgen, moeten een bepaald niveau Nederlands beheersen, anders worden ze gekort op de uitkering. Koolmees: „Dat heeft op zich niets met de inburgeringswet te maken, die taaleis is er nu ook al. Ik wil met gemeenten afspraken maken die zij strenger gaan hanteren. Taal is nu eenmaal de sleutel tot meedoen in de maatschappij en tot werk.”

  4. Alle inburgeraars moeten meteen aan het werk

    Werk is de sleutel tot integratie, betoogt Koolmees, een overtuiging die hij staaft met wetenschappelijk onderzoek. De huidige hoogconjunctuur is volgens hem in het voordeel van de inburgeraar, werkgevers zitten te springen om mensen. Er zijn al gemeenten die daarop inzetten, zegt Koolmees. „Ik presenteer mijn plannen niet voor niets in Leiden. Amsterdam doet dat ook goed. Maar ik wil dat alle gemeenten werkgevers gaan aansporen om een match te maken met statushouders.”

  5. Er komen verschillende niveaus in de inburgering, het standaardniveau wordt hoger

    Nu is het zo, zegt Koolmees, „dat een goed opgeleide Syriër die Engels spreekt dezelfde cursus moet doen als een Eritreeër die analfabeet is. Dat is niet handig.”

    Er komen drie niveaus. Gestreefd wordt naar taalniveau B1 voor alle inburgeraars. Dat is hoger dan tot nu toe verplicht was. Voor met name jonge inburgeraars (onder de dertig jaar) komt er een ‘onderwijsroute’, waarmee ze versneld inburgeren en een Nederlands onderwijsdiploma kunnen halen. Zij hebben nog een werkzaam leven voor zich en Koolmees wil op die manier hun potentieel optimaal benutten.

    Er komt een ‘Z-route’ voor analfabeten en mensen met een „beperkt leervermogen”. Dat zijn mensen die nu vaak uiteindelijk een ontheffing krijgen en worden vrijgesteld van verdere verplichtingen. Daar wil Koolmees vanaf. Zij moeten óók een niet-vrijblijvende cursus volgen op een lager niveau zodat ze ‘zelfredzaam’ worden – vandaar Z-route. Zij moeten op de school van hun kinderen met de leerkracht kunnen praten en basale zaken zelf kunnen regelen.

    Naast de Nederlandse taal wil Koolmees dat inburgeraars nog steeds een soort ‘burgerschapslessen’ krijgen waarin ze leren hoe Nederland in elkaar zit als het gaat om rechtsstaat, democratie, gelijkheid. Maar absurdistische vragen zoals: mag je stofzuigen met de tv aan? Of: ‘De buurvrouw heeft een kind gekregen. Wat doe je?’ wil Koolmees uit het inburgeringsexamen.

    • Sheila Kamerman
    • Floor Boon