Recensie

Down the Rabbit Hole: een schatkamer met de aantrekkelijkste artiesten van dit moment

Festival

De bezoekers van Down the Rabbit Hole hadden dit weekend twee ‘problemen’: het weer was te mooi, en het programma te goed. Met David Byrne en Nick Cave als hoogtepunten.

Publiek op festival Down The Rabbit Hole op recreatiepark De Groene Heuvels bij Nijmegen. Foto Andreas Terlaak

Het podium, omringd door drie zijden van grijze gordijnen, lijkt op een grote lege doos. Daarbinnen lopen twaalf, in identieke lichtgrijze pakken geklede muzikanten. Hun instrumenten hangen op buikhoogte aan een draagrek zodat keyboards, gitaren, snaredrum en congo’s lijken te zweven. Alles is draadloos en draagbaar.

Met deze minimalistische podiumaankleding maakt David Byrne (66) zijn comeback als live-artiest, op het hoofdpodium van Down The Rabbit Hole. Samen met zijn muzikanten creëert de voormalige zanger van Talking Heads hier een moeiteloze combinatie van muziek, performance en moderne dans. Ondertussen spelen ze virtuoos nummers als het nieuwe ‘Everybody’s Coming To My House’ en ouder werk als ‘I Zimbra’ en ‘Once In A Lifetime’. Afsluiter ‘Burning Down The House’ groeit uit tot funkfeest, onder aanvoering van de éminence grise op blote voeten.

Lees ook dit interview van eerder dit jaar met David Byrne: David Byrne verzamelt hoop en optimisme

De vijfde editie van Down The Rabbit Hole, het popfestival in recreatiepark De Groene Heuvels bij Nijmegen, leverde de bezoeker dit weekend twee ‘problemen’: het weer was te mooi en het programma te goed. ’s Ochtends lag het strand op het terrein vol zwemmers en opblaasbeesten, vanaf de middag snelde het publiek langs de vier podia. Daar leek het alsof er een schatkamer was geopend waaruit de aantrekkelijkste artiesten van dit moment je tegemoet stroomden: nieuwe acts, oudere acts, verrassingsacts en acts die kortgeleden zijn doorgebroken. Ze zaten in een straf schema achter elkaar geplakt: First Aid Kit, Sampha, St. Vincent, Queens of The Stone Age, Jon Hopkins, Palmbomen, Yungblud en Colin Benders.

Nederlandse hiphop afwezig

Het programma laveerde van dance naar rock, Afrikaanse ritmiek en klassieke trio’s. Enige omissie was de afwezigheid van de nieuwe lichting Nederlandse hiphop. Nu openden succesrappers De Jeugd van Tegenwoordig het hoofdpodium op vrijdag, met een afgewogen dosering van meligheid en gedrevenheid. Het is altijd weer verrassend hoe betekenisvol hun onzinteksten lijken. Band en publiek bereikten een gezamenlijke uitbarsting van energie tijdens ‘Buma In Mijn Zak’.

Het uitverkochte festival trekt dit jaar zo’n 35.000 bezoekers (vorig jaar was er plaats voor 25.000). Het publiek is gemêleerd in leeftijd en belangstelling. Maar unaniem was het enthousiasme voor het optreden van elektronicamuzikant Jon Hopkins in een donkere, volle tent. Hopkins, met zijn hoge stapel apparatuur, maakt instrumentale muziek die duwt en prikkelt, in lange golven, waar kleine plaagstootjes overheen kabbelen. Op een kleiner podium bezong de nieuwe Amerikaanse aanwinst Moses Sumney zijn behoefte aan liefde waarbij hij zijn stem ijl ten hemel liet stijgen, om hem vervolgens met elektronisch gekrijs te doorboren.

Zangeres Karin Dreijer van Fever Ray, tijdens het optreden van de Zweedse act op Down The Rabbit Hole Festival. Foto: Andreas Terlaak

Het was een aantal vrouwelijke muzikanten dat hier werkelijk opruiend was, en wel door hun nadrukkelijke kilheid. Het dwarse Fever Ray, bijvoorbeeld, met de bultige kostuums, vervreemdend koele zang en ijzige beats. De Amerikaanse band St. Vincent bood een prachtig gestileerde aanblik, van vier muzikanten op een rij in een oranje decor. Maar de muziek klonk cru: met tegen de haren in strijkende rocksolo’s dwars door Annie Clarks koelbloedige zangstem.

De Zweedse zusters Söderberg van First Aid Kit, die country spelen waar ze elegant bij headbangen, klonken onschuldiger. Hun stemmen versmolten met elkaar, én met de vlammende klank van de pedal-steel.

Nick Cave

En toen, op zondagavond om half tien, verscheen de band die ook na vijfendertig jaar nog altijd populairder wordt. Nick Cave & The Bad Seeds werd een emotionele afsluiter. De band, met een hoofdrol voor baardige magiër Warren Ellis, zorgde voor donderslagen in het oude ‘Red Right Hand’ en verstilling in ‘Into My Arms’, terwijl Cave over het podium schoot, dansend, kickboksend, op zijn knieën vallend.

Het optreden begon met enkele nummers die Cave schreef na het overlijden van een van zijn zoons; sobere liedjes waar ijzingwekkend verdriet uit sprak. Hier was Nick Cave geen woesteling, maar een smekeling vermomd als alchemist. Niet een die goud uit ijzer wil maken, maar leven uit dood.

    • Hester Carvalho