Leenstelsel voor inburgeraars wordt afgeschaft

Inburgeren

Asielmigranten zelf hun inburgeringscursus laten kiezen, werkt niet goed. De minister maakt gemeenten weer verantwoordelijk.

Minister Koolmees Foto Jerry Lampen/ANP

Asielmigranten hoeven vanaf 2020 niet langer hun eigen inburgeringscursus te zoeken. De gemeente wordt dan opnieuw verantwoordelijk voor de inburgering van nieuwkomers. Het leenstelsel waarmee ze die cursus nu bekostigen, wordt afgeschaft.

Dat heeft minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) maandag bekendgemaakt. Het inburgeringsstelsel is de afgelopen jaren vaak onderwerp van discussie geweest. Koolmees erkende eerder al dat de huidige aanpak niet werkt.

Sinds 2013 zijn asielmigranten verantwoordelijk geworden voor hun eigen inburgering. Voor de cursus die ze daarvoor uitzoeken, kunnen ze een lening krijgen van maximaal 10.000 euro. Voor 2013 lag de verantwoordelijkheid voor de inburgering bij de gemeente.

Uit onderzoek van het bureau Significant in opdracht van Sociale Zaken bleek vorige week dat zelf regelen van de inburgeringscursus voor velen te lastig is. De begeleiding daarbij is vaak onvoldoende.

De rijksoverheid stelt voorwaarden aan asielmigranten die de inburgeringscursus volgen. Zo moeten ze binnen drie jaar een bepaald niveau bereiken bij de beheersing van het Nederlands. Een eerder rapport liet zien dat slechts eenderde van de inburgeraars binnen drie jaar aan de voorwaarden voldoet. Degenen die het niet tijdig halen, krijgen een boete. De verstrekte lening wordt in principe omgezet in een schuld.

In het nieuwe inburgeringsstelsel dat Koolmees deze maandag heeft aangekondigd, gaan niet langer de asielmigranten, maar de gemeenten de inburgeringscursussen inkopen. Zo moeten malafide cursusaanbieders worden tegengegaan. Juist doordat inburgeraars de Nederlandse taal vaak slecht beheersen, is het voor hen lastig goede van slechte cursussen te onderscheiden.

Sneller boete

Daarnaast gaan gemeenten voor alle inburgeraars een individueel inburgeringsplan maken, een zogenoemd Plan Inburgering en Participatie (PIP). Aan nieuwkomers worden hogere taaleisen gesteld, omdat dit de kans op een baan vergroot. In plaats van niveau A2 wordt niveau B1 een vereiste. Het blijft de verantwoordelijkheid van nieuwkomers binnen drie jaar te voldoen aan de inburgeringsplicht en dus examen te doen.

Tegenover de extra begeleiding die het nieuwe stelsel biedt, staat dat inburgeraars die zich onvoldoende inzetten „vaker en sneller te maken krijgen met sancties, zoals een boete”, aldus Sociale Zaken. „Het doel is dat nieuwkomers meteen aan het werk gaan en ondertussen de taal leren.”

    • Kasper van Laarhoven