Opinie

Hoogste tijd dat inburgeringsstelsel op de schop gaat

Inburgering

Zelden zal in een ministeriële brief zo zijn afgerekend met het beleid van voorgangers als in de brief over inburgering die minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) maandag naar de Tweede Kamer stuurde. De belofte uit 2013 – toen het huidige inburgeringsstelsel werd ingevoerd – is „niet waargemaakt” staat er nog eufemistisch aan het begin. Wat daarna volgt is een opsomming van verkeerde aannames, verkeerde keuzes, verkeerde uitvoering en contraproductieve regels – met als gevolg een totaal mislukt stelsel. En erger nog, hoewel dat niet in de brief van Koolmees staat, het in de kou laten staan van grote groepen mensen voor wie inburgering juist een eerste vereiste is om een toekomst op te kunnen bouwen in de Nederlandse samenleving.

Inburgering: systeemwereld versus leefwereld, heet het onlangs verschenen rapport met de evaluatie van de Wet inburgering van vijf jaar geleden. Beter en kernachtiger had het probleem niet onder woorden kunnen worden gebracht. Regels vol met onbegrijpelijk beleids-Esperanto, vanzelfsprekend gedreven door modieus marktdenken, aangevuld met stevige sancties zijn de afgelopen jaren gedeponeerd bij mensen afkomstig uit andere landen en culturen die vanuit het niets geacht werden zich voor te bereiden op een toekomst in Nederland. Dat moest wel misgaan. Zorgwekkend is dat waarschuwingen van destijds tegen de averechtse uitwerking van sommige regels in de nieuwe inburgeringswet volledig zijn genegeerd.

Het was te voorzien dat het toen geïntroduceerde leenstelsel zou leiden tot prijsopdrijving bij de aanbieders van taalcursussen aan de ene kant en defensief gedrag van de cursisten aan de andere kant. Uit angst voor boetes zijn zij onder het voor hen haalbare niveau gaan presteren. „Het resultaat hiervan is dat mensen na een frustrerend traject de taal onvoldoende beheersen om op eigen kracht een goede toekomst in Nederland op te bouwen”, schrijft minister Koolmees.

Hoogste tijd dus dat het bestaande stelsel op de schop gaat, zoals ook in het regeerakkoord al is aangekondigd. Het hebben van een baan is een van de beste garanties voor een geslaagde inburgering. Daarom is het goed dat minister Koolmees streeft naar een inburgeringssysteem waarbij nieuwkomers direct aan het werk gaan en ondertussen de taal leren. Het leenstelsel met zijn verkeerde prikkels wordt afgeschaft. Dit stelsel maakt plaats voor een persoonlijk ‘Plan Inburgering en Participatie’, met als bedoeling de nieuwkomer maatwerk te kunnen aanbieden. Het sluit aan bij de verplichtingen die gemeenten nu al hebben als gevolg van de Participatiewet.

Lees ook: Vijf veranderingen waardoor de inburgering nu wél moet slagen

Toch moet ook dit plan met de nodige scepsis worden bekeken. Er is, zoals Koolmees zelf aan de Tweede Kamer schrijft, nog geen stelsel gevonden waarin inburgeraars „adequaat, snel en in grote aantallen het gewenste einddoel bereiken”. Want inderdaad, het klinkt logisch om mensen planmatig met behulp van werk en het geven van taalles te laten inburgeren, maar dat (vrijwillige) werk moet er wel zijn.

Integratie vereist inburgering. Kennis van de taal is daarbij een belangrijk instrument. Weinig versterkt het isolement zo veel als het niet kunnen spreken van de taal die in de omgeving wordt gesproken. Alle aandacht moet daar dus naartoe. Maar de aan te leren taal moet wél ergens gehoord willen worden. Dat is een opdracht voor iedereen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.