Opinie

    • Arjen Fortuin

Hoe de slavernij uit de schaduw van het collectieve bewustzijn wordt gehaald

Zap De Publieke Omroep stond dit weekend uitgebreid stil bij het Nederlandse slavernijverleden.

Nazaten van slavenhouder en slaaf samen in het archief in ‘Drie vrouwen’ (NTR).

De televisie deed veel aan andere tijden dit weekend. Een beetje met de herhaling van de historische Hazesdocumentaire Zij gelooft in mij en al wat meer met de uitgebreide verslaglegging van Veteranendag op zaterdag. Daarin werden beelden van het traditionele defilé gecombineerd met verhalen over hoe de oorlog maar niet wil verdwijnen uit de levens van de mensen die op een slagveld hebben gestaan: het liet zien waar de daden van een staat rechtstreeks ingrijpen in mensenlevens.

Dat werd zondag nog scherper uitgelicht in de uitzending over de ‘Herdenking Slavernijverleden’, waar de NOS, verdeeld over middag en avond, ruim drie uur zendtijd aan besteedde. De julizon brandde hard op de mensen die waren samengekomen bij het slavernijmonument in het Oosterpark in Amsterdam. De verslaggever had op een gegeven moment „even de schaduw opgezocht”. Gelijk had hij – al voelde je meteen het contrast met de mensen die in andere tijden op de plantages nooit de zon konden ontwijken.

Geleidelijk wordt de slavernij uit de schaduw van het Nederlands collectieve bewustzijn gehaald. Minister Ollongren hield namens de staat een toespraak van spijt en berouw, maar van de zaterdag door de burgemeester van Rotterdam aanbevolen excuses kon geen sprake zijn – kroniek van een aangekondigde weigering.

Keti Koti

Na de herdenking volgde de viering van Keti Koti – het verbreken van de ketenen. NPO2 sloot het uitzendingenblokje af met de documentaire Drie vrouwen (NTR) van Ida Does, over hoe drie Nederlanders met Surinaamse wortels omgaan met het verleden. Daarbij werd consequent gesproken over het kunstmatige ‘tot slaaf gemaakten’, terwijl de vijf letters van ‘slaaf’ toch al het onrecht van de wereld al bevatten

Het deel van Drie vrouwen over Ellen-Rose Kambel was het interessantst. Kambels overgrootmoeder Mimi werkte als slaaf op de plantage Crappahoek van de Nederlandse familie Charbon – we zagen hoe Kambel haar voorouder in het slavenregister aantrof als ‘persoonlijke slaaf’ van de Charbons. Ze legde contact met de familie Charbon. Die bleek nog altijd van een zeker belang in het Zuid-Hollandse Sassenheim, onder meer wegens het door hen aangelegde stadspark Rusthoff. Veel wist men niet van de eigen slavernijgeschiedenis.

Nazaat Frans Charbon bleek bereid om samen met Kambel een lezing te geven voor de historische kring Sassenheim. Zo zagen we nazaten van slavenhouder en slaaf samen in het archief. Ze reageerden wel verschillend op de documenten die ze onder ogen kregen. Charbon, compleet met zegelring, vond het interessant om te zien. Andere tijden. „Ik word er niet emotioneel van.” En tegen Kambel: „ Jij ook niet, neem ik aan.” Dat laatste was een goedhartige, maar ook veelzeggende vergissing.

Ongemakkelijke associatie

Sassenheim laat zien dat er in een lokale gemeenschap zaken mogelijk zijn die in het landelijke meningencircus veel moeilijker blijken. In het park Rusthoff kwam een in opdracht van Kambel in Suriname gemaakt bord, ter herinnering aan plantage Crappahoek. Bij de overhandiging was uiteindelijk geen lid van de familie Charbon aanwezig – kennelijk voelde de associatie te ongemakkelijk.

Toch is de manier waarop in Sassenheim met eenvoudige middelen het zichtbare historische verhaal uitgebreid wordt – en uitbreiding is bij geschiedschrijving altijd verbetering – een voorbeeld van hoe een samenleving zich rekenschap kan geven van haar verleden. Want dat is hoe het gaat met andere tijden: ze zijn onlosmakelijk verbonden met de onze.

    • Arjen Fortuin