Haat en liefde in de operatiekamer

Gedrag

In de operatiekamer wordt niet alleen gescholden, maar ook gelachen en geflirt. Goed nieuws, want te veel ruzie is gevaarlijk.

Conflicten zijn zeldzamer in de operatiekamer naarmate er meer vrouwen werken. Foto Getty Images/Vetta

De sfeer in een operatiekamer is beter naarmate er meer vrouwen onder het operatiepersoneel zijn. Dat concludeert een groep van primatologen onder leiding van Frans de Waal in een studie die deze week is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS. De verklaring: als mensen in een team tot verschillende seksen behoren, is er minder onderlinge rivaliteit. Het onderzoek is van belang, omdat ruzie in de operatiekamer potentieel gevaarlijk is voor de patiënt.

De Waal en zijn team scoorden de sociale interacties van chirurgen, anesthesisten en operatie-assistenten tijdens 200 operaties, precies op dezelfde wijze als zij anders bij groepen apen of andere dieren doen. Een van de onderzoekers hield dat ter plekke bij in een speciaal programma op een tablet. Het leverde een zogeheten ethogram op van 6.348 spontane sociale uitwisselingen. Het onderzoek vond plaats in drie verschillende opleidingsziekenhuizen in de Verenigde Staten. Het onderzoek werd betaald door het National Center for Advancing Translational Sciences.

In de operatiekamer gaan de gesprekken behalve over technische zaken rond de operatie en medische conditie van de patiënt ook over alledaagse zaken, inclusief roddelen, grappenmaken en schelden. Er wordt zelfs geflirt, gezongen en gedanst (er staat vaak muziek aan).

Conflictcommunicatie

Het team De Waal bracht aan de hand van een lijst van 26 verschillende gedragingen de communicatie gestructureerd in kaart. De meeste communicatie viel in de categorie samenwerking (59 procent). Conflicten waren zeldzaam (2,8 procent). Conflictcommunicatie trad op tijdens eenderde van de operaties en was meestal mild (bijvoorbeeld anderen onderbreken of kortaf zijn). Tijdens vier operaties liepen de emoties op tot het hoogste niveau, waarbij er met spullen gegooid werd en geschreeuwd.

In de analyse bleek het geslacht of de leeftijd van de behandelend chirurg niet van belang voor de sfeer in de operatiekamer. Die sfeer hing voor een belangrijk deel af van de samenstelling van het team. Als mannen de overhand hadden was de communicatie minder coöperatief.

De leider van het team (de eerste chirurg, de ‘alfa’ zeggen ethologen) nam bijna de helft van alle communicatiesignalen voor zijn of haar rekening, zowel in de categorie samenwerking als in de categorie conflict. Dat was in positieve zin meestal gericht naar de chirurg in opleiding, terwijl de negatieve boodschappen het meest gericht waren op de operatie-assistent. In het algemeen verliep de communicatie het meest van boven naar beneden in de hiërarchie.

Samenwerking

De onderzoekers zien ook verschillen per discipline; in de gynaecologie is er de beste samenwerking en het minste conflict. Hartchirurgie zit aan de andere kant van het spectrum. Ook dat kan verband houden met de geslachtsverhouding, bij gynaecologische ingrepen was het aantal mannen in de operatiekamerbezetting gemiddeld slechts 16,7 procent.

Primatoloog Frans de Waal was vorig jaar een van de Zomergasten, hij sprak over menselijk gedrag herkennen in dieren, en andersom

Wat verder opviel in het onderzoek was dat de kans op conflict groter was naarmate de operatie langer duurde. In de opleiding van medisch personeel wordt vaak wel veel aandacht besteed aan de technische communicatie in de operatiekamer, maar veel minder aan de interpersoonlijke communicatie. Volgens de onderzoekers is het belangrijk ook daarmee rekening te houden in de operatiekamer, want: „we moeten niet vergeten dat het werken in een team behalve een technische kant ook een uitgesproken sociale kant heeft die verband houdt met onze lange evolutie als sociale primaten.”

De pikorde in de operatiekamer is vrij duidelijk. De arts-chirurg leidt de werkzaamheden, bijgestaan door een assistent-chirurg. Zij worden ondersteund door de anesthesist, een operatieverpleegkundige en een omloopverpleegkundige. De meeste conflicten beginnen top-down binnen deze structuur. Uit evolutionaire modellen blijkt dat binnen dezelfde sekse de onderlinge samenwerking groter is maar ook de rivaliteit. Daarom telt status binnen de eigen sekse zwaarder.

    • Sander Voormolen