Nu gaat de schatkist meebeven

Gasbevingen Alsnog worden 1.588 huizen in Groningen versterkt. Alleen moet het Rijk dat betalen, en niet de NAM want de huizen zijn veilig.

Een beschadigd huis in het Groningse Rottum. Foto Kees van de Veen

Na twee maanden met hoogoplopende discussies was daar maandagavond opeens de ontknoping: 1.588 huizen in Groningen die veilig zijn doordat de gaswinning er straks stopt, worden tóch versterkt. Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat (VVD) zegde dat in Den Haag toe aan de regionale bestuurders van Groningen.

Daarmee komt een voorlopig einde aan een slepend conflict tussen Rijk en regio dat ontstond toen Wiebes eind maart aankondigde op termijn te willen stoppen met de gaswinning. Na dat besluit staakte de minister tijdelijk de versterkingsoperatie van huizen die ervoor moest zorgen dat bewoners bij een zware beving levend hun woning kunnen verlaten. Wiebes wilde eerst kijken of het veiliger werd en er minder versterking nodig zou zijn. Regionale bestuurders reageerden woedend. De nieuwe onzekerheid het voedde de onrust van bewoners van 1.588 huizen in Overschild, Appingedam, Delfzijl en Ten Boer, die al hadden gehoord dat ze onveilig woonden.

De doorbraak volgde maandag op de presentatie van een rapport van de Mijnraad. Die was door Wiebes gevraagd advies te geven over de versterkingskwestie nu de gaskraan dichtgaat, op basis van informatie van onder meer TNO, het KNMI en het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM).

Mijnraadvoorzitter Co Verdaas, kortstondig PvdA-staatssecretaris, presenteerde maandagochtend de conclusies: laat bewoners aan wie toezeggingen zijn gedaan zélf kiezen of ze versterking willen of niet – althans, in gradaties. „Hoe concreter de verwachting en toezegging, hoe meer de keuze aan de bewoners is.” Hun huizen mogen misschien veilig zijn, aldus Verdaas, er is ook zoiets als behoorlijk bestuur.

Daar kon Wiebes maandagavond niet omheen, bleek bij de uitkomst van urenlang overleg met de regio. „Ik denk dat mijn opluchting te zien is”, zei commissaris van de koning René Paas na afloop. Ook de linkse oppositie in de Tweede Kamer had gedurende de dag al voorzichtig positief gereageerd, hoewel er vragen bleven over de precieze keuzevrijheid van bewoners. Bovendien is nog niet duidelijk wat er gebeurt met 1.581 andere panden, die al wel geïnspecteerd zijn, maar waarvoor nog geen versterkingsadvies bekend is.

Wiebes’ toezegging maandag is uit financieel oogpunt lastig: omdat de 1.588 huizen formeel gezien veilig zijn, kan gaswinner de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) niet worden aangesproken op vergoeding van de kosten. Dus belegde de minister voor deze dinsdag een extra ministerraad om met het kabinet te overleggen over de financiering. Deze zeldzaamheid lijkt te bevestigen wat veel Groningers de afgelopen maanden al dachten: de versterking werd opgeschort vanwege geld. Hoe veel de aanpak van de 1.588 panden kost, is niet duidelijk.

Aanvankelijk ging maandag alle aandacht uit naar iets anders. De persconferentie van de Mijnraad was de tweede in vijf dagen over de versterking, maar met een duidelijk ander cijfer over de hoeveelheid huizen die zeker verstevigd moet worden. Donderdag had het SodM al de conclusies van eigen onderzoek bekendgemaakt. De Mijnraad kwam op 1.500 woningen, het SodM hield het op 5.000 – in een advies dat nota bene bedoeld was voor de Mijnraad.

Dat verschil wekte bij veel Groningers verwarring. En het toont weer eens hoe complex het gasdossier kan zijn – ook nu is besloten de gaskraan dicht te draaien en veel minder huizen te verstevigen dan de 22.000 waarmee eerst rekening werd gehouden.

Volgens Verdaas valt het verschil te verklaren doordat de raad minder waarde hecht aan de „onzekerheidsmarge” waar het Staatstoezicht mee werkt. Tegelijkertijd wil de raad bewoners die binnen die marge vallen (zo’n 5.700 woningen) zelf de keuze geven of ze hun huis willen laten aanpakken. Voor de 1.500 huizen met het grootste risico wil Wiebes in september meer duidelijkheid geven.

Lees ook: Een streep onder het gastijdperk

De onduidelijkheid toont ook het verschil tussen de taken van het Staatstoezicht en de Mijnraad: de eerste kijkt vooral naar de veiligheid, de tweede betrekt maatschappelijke en bestuurlijke aspecten bij het advies. Het rapport van maandag bevat drie pagina’s appendix met een „beschouwing over behoorlijk bestuur” – opvallend voor een organisatie die normaal gesproken bijna alleen maar adviseert over winningsvergunningen van mijnbouwbedrijven.

Verdaas wilde Wiebes niet bekritiseren om diens besluit te stoppen met de versterking. „Het is terecht om op de pauzeknop te drukken, maar je moet ook beloftes inlossen”, zei hij ietwat paradoxaal. „Er zijn misschien ook mensen die niet op een ingrijpende maatregel zitten te wachten.”

    • Milo van Bokkum