Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Een heel saai leven

Onze oppas (19) rijgt de ene anekdote aan de andere, als kralen aan een ketting. Alsof ze als correspondent verslag doet vanuit een parallel universum, vlakbij maar toch ver weg. Toen we zaterdagnacht lichtelijk aangeschoten thuiskwamen lag ze in een huispak met glitters op de bank. De kinderen waren rustig geweest, ze hadden wit brood met eieren gegeten want zij eet iedere dag alleen maar wit brood met eieren.

Haar ouders zijn maar een paar jaar ouder dan ik ben, ze wonen met de hele familie in een kangoeroewoning een dorp verderop.

„Dat is als je op je kavel een woning voor iemand anders erbij zet. Voor mijn oma dus, want die is dement of zo en haar hond volgens mij ook. Vorige maand zei ik nog tegen mijn moeder dat ik het niet erg zou vinden als die er niet meer zou zijn, maar daarna dachten ze dus dat ik een heks was want dezelfde dag knalde zijn oog eruit. Hij lag al de hele tijd te grommen, van kom niet dichterbij, en toen zag mijn zus allemaal van die vieze slijmerige stukjes in zijn pels. Een beetje als stukjes olijf, maar dan met een rottende stank. Nu heeft-ie een lapje om, net als een zeerover. Mijn vader zei eerst nog dat hij echt geen geld meer ging betalen voor die hond maar hij tikte gewoon duizend euro af bij de dierenarts. We zaten daar allemaal te huilen om hem, terwijl niemand van dat dier houdt. Het was een kankergezwel dat zijn oog eruit drukte.”

Een korte stilte, gevolgd door een waanzinnige overgang.

„Weet je hoe je teelbalkanker trouwens ook kunt ontdekken?”

Daarna zonder het antwoord af te wachten: „Mijn oom, die helemaal rijk is geworden met facings, hij heeft echt alle BN’ers nieuwe tanden gegeven, daarom heeft hij nu ook dat huis in Sterrenberg, is niet meer normaal fan van Bob Marley, dus toen die met mijn tante ging trouwen hebben ze dat op Jamaica gedaan. Je hoort het toch weleens, van die verhalen van Nederlanders die elkaar in het buitenland tegenkomen en dan meteen hele goede matties worden? Nou, ze komen daar bij het zwembad een ander stel tegen en die man, die net zo oud is als mijn oom, zegt dat hij teelbalkanker heeft. Hij somt op waar hij allemaal last van had, mijn oom schuift zo zijn kip weg en wordt er helemaal bleek van. Hij had van hetzelfde last. De huisarts zei later dat hij er snel bij was. Mijn oom dacht daarvoor dat hij onvruchtbaar was maar vijftien jaar geleden werd toch ineens mijn nichtje Shirley geboren, die heeft net als ik bijna alleen maar Turkse vrienden en hangt ’s nachts ook bij de foodcourt in Amsterdam-West.”

Ze geeuwde en zei dat haar leven zo saai was.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.
    • Marcel van Roosmalen