Brieven

Brieven

Toen het HPV-vaccin op de markt verscheen, rende ik niet gelijk naar de huisarts om deze in mijn dochters ‘te laten jensen’ (de woorden van Mariël Croon in haar opiniestuk van 28/06). Gewikt en gewogen heb ik. Nee, natuurlijk wil ik niet dat ze baarmoederhalskanker krijgen. Maar ik wil ook niet dat ze andere schade oplopen als gevolg van de vaccinatie. De redenen waarom ik heb besloten om ze niet in te laten enten (en die ik aan ze heb uitgelegd):

De genealogische gevolgen op de langere termijn voor het kind en haar eventuele nageslacht zijn onbekend. Denk aan de softenon- en DES-dochters wier moeders ‘onschuldige’ medicijnen kregen voorgeschreven. Wie durft uit te sluiten dat dit rijtje over 30 jaar kan worden aangevuld met ‘HPV-dochters’?

Het vaccin biedt bescherming tegen slechts twee van de vele typen HPV-virussen die baarmoederhalskanker kunnen veroorzaken. Deze twee typen zijn weliswaar verantwoordelijk voor zeventig procent van de gevallen van baarmoederhalskanker, maar de kans dat je het krijgt blijft aanwezig. Roken verhoogt de kans op baarmoederhalskanker (en vele andere ziektes). Door dat te laten doe je ook al iets om het te voorkomen. Meiden die nu gevaccineerd zijn worden wellicht over 10 jaar seksueel actief, de gevolgen van een besmetting uiten zich 10 tot 15 jaar later. Dan is het 2040. De medische wetenschap is dan alweer veel verder. Bovendien is er vanaf het 30ste levensjaar de periodieke screening via het bevolkingsonderzoek.

Het stuk van Mariël Croon (Moeders, laat toch je dochters vaccineren) is wel erg kritiekloos ten opzichte van het vaccin waarvan de bescherming en gevolgen op de lange termijn onbekend zijn.

Ik hoop dat mijn niet-gevaccineerde dochters het leed van baarmoederhalskanker bespaard blijft en dat de dochter van Mariël Croon leed naar aanleiding van het vaccin bespaard blijft. De tijd zal het leren.

    • Yvonne Walet