Opinie

‘Beatrix Ruf kon weten dat ze het museum schade toebracht’

De opgestapte directeur van het Stedelijk Museum denkt ten onrechte dat ze kan terugkeren, betoogt . Ook de raad van toezicht had in zijn geheel moeten vertrekken.

Foto Roger Cremers

Na de publicatie van het rapport Governance en de Wet Normering Topinkomens (WNT) bij het Stedelijk Museum Amsterdam van de heren Eisma en Peeters concludeert een aantal media dat Beatrix Ruf geheel is vrijgesproken. Mede hierdoor ziet Ruf zelf een terugkeer naar het Stedelijk Museum als een mogelijkheid. De onderzoekers melden dat Ruf weliswaar verwijtbaar heeft gehandeld, maar dat dit niet ernstig verwijtbaar te noemen is. Hoe is het dan mogelijk dat niet-ernstig verwijtbaar gedrag heeft geleid tot zeer ernstige reputatieschade voor het Stedelijk? Is de conclusie van de onderzoekers juist of is de schade veroorzaakt door een stapeling van verschillende niet-ernstige gedragingen die gezamenlijk wel ernstig zijn te noemen?

Het uitgevoerde onderzoek van Eisma en Peeters is diepgaand en goed verwoord maar bevat ook de nodige slagen om de arm. Daar waar men als lezer een conclusie verwacht, wordt nogal eens gemeld dat die kwestie buiten de scope van de opdracht viel. Nadat ik het rapport grondig heb gelezen, is mijn conclusie een andere dan die van de onderzoekers. Als ervaren directeur van het Stedelijk had Beatrix Ruf moeten kunnen inschatten dat haar weinig transparante rol inzake nevenactiviteiten met bijbehorende vergoedingen en bonussen de potentie had om het museum enorme reputatieschade toe te brengen.

Persoonlijke band

De vraag die dan opkomt, is waarom zij daar zo weinig transparant over was. Al bij de sollicitatiegesprekken heeft Ruf er sterk op aangedrongen dat zij haar functies bij verschillende onderdelen van het conglomeraat van Ringier wilde blijven uitvoeren. Haar argument was dat er niet alleen een langdurige zakelijke relatie was, maar dat zij ook een persoonlijke band heeft opgebouwd met Michael Ringier. Dit is voor mij juist een argument om dan vooral niet door te gaan met een zakelijke relatie. Ik krijg hier toch sterk het gevoel dat vooral het vooruitzicht van niet-misselijke bonussen een rol heeft gespeeld.

Een tweede kwestie die tot zeer ernstige schade heeft geleid, is de gehanteerde ontslagprocedure die de toenmalige raad van toezicht, onder voorzitterschap van Ferdinand Grapperhaus, nu minister van Justitie en Veiligheid, heeft gehanteerd. Op basis van een intern onderzoek is een aantal scenario’s ontwikkeld die op één na, allemaal zouden leiden tot een exit van Ruf.

Lees ook: Onderzoek heeft crisis Stedelijk verscherpt

Het voorlopige rapport van dat onderzoek, opgesteld door Grapperhaus zelf en Madeleine de Cock Buning, ook lid van de raad van toezicht, had in zich de nodige voorbehouden. De eerder genoemde scenario’s, en niet het voorlopige rapport zijn aan Ruf voorgelegd met het advies om vooral een eigen advocaat en communicatieadviseur in te schakelen. Ruf verklaarde dat vooral de suggestie dat de subsidie aan het Stedelijk in het geding kwam haar heeft doen besluiten om haar ontslag in te dienen. Dit ontslag, op basis van een voorlopig onderzoek dat Ruf dus niet heeft kunnen inzien, is naar mijn mening te gretig aanvaard door de raad van toezicht.

Aanstaande bewindslieden

Dat brengt mij op mijn derde en laatste punt van kritiek op de gang van zaken. In hoeverre speelde het – verstrengeld – belang van tweede aanstaande bewindslieden, toenmalig wethouder van Cultuur Kajsa Ollongren en Grapperhaus, om met een schone lei naar Den Haag te vertrekken? Het blijft speculeren maar in Bijlage 6 van het onderzoek van Eisma en Peeters opperde een van de adviseurs van de raad van toezicht in het weekend voor het ontslag van Ruf: „… er kan niet worden getwijfeld en [er] moet direct worden ingegrepen. Een loopbaan in de politiek moet niet met een ‘vlekje’ beginnen.”

Mijn conclusie luidt dan ook: zowel Beatrix Ruf als de toenmalige raad van toezicht heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. De raad zou wat mij betreft dan ook als geheel hebben moeten opstappen.

Correctie (2 juli 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de voornaam van Kajsa Ollongren foutief gescheven als Kaysa. Dat is hierboven aangepast.