Voor talentvolle motorcoureurs kost kilometers maken veel geld

TT Assen In Assen eindigde Moto3-coureur Ryan van de Lagemaat (18) in de achterhoede. De Nederlandse motorsport loop internationaal ver achter.

Ryan van de Lagemaat kreeg een wild card om in Assen mee te doen in de Moto3. Foto VINCENT JANNINK/ANP

De opdracht die hij zichzelf stelt is „bijten, bijten, bijten”. Even aan niets anders denken. „Doorgaan tot het fout gaat.” Alleen zo kan Ryan van de Lagemaat (18) de rest misschien bijbenen. Kan hij eens aanhaken bij de middenmoot en verlost worden van de laatste plek.

Maar de concurrentie in de Moto3 (vroeger 125 cc) is hevig, de eerste tien coureurs rijden binnen één seconde. Veel Spanjaarden, Italianen, maar ook een paar Japanners, een Argentijn, een Belg. Van de Lagemaat, uit Culemborg, is zaterdag 3,8 seconden langzamer dan de Spanjaard Jorge Martin, die de pole pakt. Dertigste tijd in de kwalificatie, dertigste in de eerste vrije training een dag eerder. Zijn doel voor de race van zondag is „genieten, ervaring opdoen en de finish halen”.

Het is een avontuur op het hoogste niveau in Assen. Opnieuw heeft hij van de bond een wild card gekregen om aan de mee te doen. Vorig jaar ging hij in Assen na twee ronden onderuit in de Geert Timmer-bocht.

Minibikes in Assen

Van de Lagemaat droomt van een carrière in de top. Naar de sportschool, boksen, elke dag appen met zijn vader over de racerij. En trainen met minibikes in Assen, voor het rijgevoel: remmen, knietje op de grond. Acht per keer jaar racet hij mee in het wereldkampioenschap voor junioren in de Moto3, vooral op Spaanse circuits. Hij werkt bij een installatiebedrijf in de buurt, maar zou graag met zijn sport de kost willen verdienen. „Dat is haalbaar, maar dat kost heel veel geld.” Bij de junioren heeft hij stappen gezet. „Vorig jaar reed ik achteraan. Nu kom ik halverwege het veld. Tussen plek twintig en dertig.” Hij moet agressiever worden. „Ik ben van het opbouwen. Maar eigenlijk moet je vanaf de eerste de ronde er tegenaan.”

In de juniorenraces heeft hij nog geen WK-punten gewonnen. Eigenlijk moet hij in de buurt van de top-tien komen, weet hij zelf. „Voor Ryan begint de tijd te dringen”, zegt oom Henk van de Lagemaat, hoofdsponsor, teambegeleider en wat niet al. „Je ziet soms van die talentjes van veertien, vijftien jaar die direct op kop rijden. Dat heeft Ryan nog niet.” Zelf was hij een laatbloeier. Met 34 jaar in 2003 de oudste rookie ooit in de TT. Zestiende in de 250 cc, een plek te weinig voor zijn eerste WK-punt.

Lamotec Lagemaat Racing heeft een relatief klein budget: 120.000 euro per jaar . Van dit bedrag moet de aanschaf van de KTM-motor (70.000 euro) worden betaald, de reizen naar de races en trainingsdagen. Zeven vrijwilligers houden de boel op gang, nemen hiervoor snipperdagen op. Ook de monteur van het team werkt ernaast, bij een garagebedrijf in het magazijn. Vader Henry van de Lagemaat, is dag en nacht met de sport van zijn zoon bezig.

Roem van de Grote Drie

De Nederlandse motorsport teert op de roem van Wil Hartog, Jack Middelburg en Boet van Dulmen, de Grote Drie uit de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig. De laatste Nederlandse TT-winnaar is van bijna dertig jaar geleden: Hans Spaan bracht in 1989 de 125 cc-klasse op zijn naam. Egbert Streuer won daarna nog wel in de zijspanklasse, maar sindsdien zijn de resultaten schraal. Een topper als Michael van der Mark, in de Superbikes, heeft geen zin in een overstap naar de MotoGP.

Volgens Barry Veneman, bondscoach voor de wegrace, is er nog altijd genoeg talent in Nederland. Ook al doen dit jaar in Assen geen Nederlanders mee met de Rookies Cup, en stopte NOC*NSF al eerder met de topsportsubsidie voor het wegracen vanwege onvoldoende resultaat bij EK’s en WK’s. Volgens Veneman is hard rijden meetbaar. „Er komt een groep aan die snel is. Maar succes is altijd een combinatie van fysieke aanleg, lengte, gewicht en mentaliteit. De talenten zijn zeer jong, veertien of vijftien jaar. Ze moeten leren alles voor hun sport te doen en te laten. Ik kan niet vragen om de hele dag in de kas te werken om geld voor het racen te verdienen.”

De concurrentie internationaal is groot, Spanje en Italië geven al jaren de toon aan: sterke competities, meer circuits, veel meer tijd en ruimte om te racen én te trainen door het prettiger weer en soepelere milieuregels. In Spanje is motorracen de tweede sport, na voetbal. In Assen ligt er voor de jeugd het TT Junior Track, een baantje van een kilometer – het grand prixcircuit is vijf kilometer.

„Om je te kunnen meten, moet je veel kilometers maken. Op de baan en onderweg”, schetst oud-motorcoureur Jurgen van den Goorbergh, de laatste Nederlander in de top van de grandprixhiërarchie. Hij is begonnen met een eigen project: de racecarrière van zijn 12-jarige zoon Zonta. „Je moet het vergelijken met Jos en Max Verstappen. Er gaat heel veel energie, tijd geld in. Elke weekeinde, elke minuut stop ik er tijd in. Ik ben monteur, chauffeur en begeleider.” In het weekeinde zijn ze altijd onderweg, naar Assen, België, Frankrijk. Zonta is een van de drie Nederlandse talenten die volgens Van den Goorbergh kunnen doorbreken, misschien wel in de MotoGP. „Zonta rijdt al 190 op het circuit.”

Ryan van de Lagemaat haalt zondag de finish. Als 28ste, twee concurrenten zijn gecrasht. Hij maakte een foutje in de eerste ronde, door tegenwind in het stuk naar de laatste bocht. Eenmaal achteraan kom je er niet meer bij. Een mooi dag in Assen, maar wel „gelapt”.

    • Harry Meijer