Recensie

Fantastische David Byrne laat Down The Rabbit Hole dansen

Down the Rabbit Hole is uitgegroeid tot een rijk festival waar de aantrekkelijkste artiesten van dit moment je tegemoet stromen. Buiten adem snelt de bezoeker langs veelbelovende namen.

David Byrne op Down The Rabbit Hole Foto: Andreas Terlaak

De vijfde editie van Down The Rabbit Hole, het popfestival in recreatiepark De Groene Heuvels bij Nijmegen, kent twee ‘problemen’: het weer is te mooi, en het programma is te goed. ’s Ochtends ligt het meer op het terrein erbij als een Gelders Ibiza, met vol strand, zwemmers en opblaasbeesten. Maar vanaf een uur of één verschuift de aandacht naar het blokkenschema en de vier podia. Daar lijkt het alsof er een schatkamer is geopend waaruit de aantrekkelijkste artiesten van dit moment je tegemoet komen stromen: nieuwe acts, oudere acts, verrassingsacts en acts die kortgeleden zijn doorgebroken. En dat in een straf schema achter elkaar geplakt - buiten adem snelt de bezoeker langs veelbelovende namen als First Aid Kit, Sampha, Queens of The Stone Age, Jon Hopkins, Palmbomen, Yungblud en Colin Benders.

Het rijke programma laveert van dance tot rock, Afrikaanse ritmiek en klassieke trio’s. Het enige dat ontbreekt is een delegatie van de nieuwe Nederlandse hiphop. Nu waren er oudgedienden De Jeugd van Tegenwoordig, die met een afgewogen dosering van meligheid en gedrevenheid uitstekend in vorm waren, al rapte Willie Wartaal vanuit een rolstoel wegens een geblesseerde enkel. Het is altijd weer verrassend hoe betekenisvol hun onzinteksten lijken; band en publiek bereikten een gezamenlijke uitbarsting van energie tijdens ‘Buma In Mijn Zak’.

Rapper Ray Fuego – van hiphopcollectief Smib – was er, maar nu in hoedanigheid van zanger van Ploegendienst. Dit punkkwartet speelt snedige Nederlandstalige nummers met onverstaanbare teksten, afgezien van het tragere ‘Ik wil niet naar de Jellinek, maar mijn vader zegt dat ik moet gaan’ (vrij naar Amy Winehouse). Gedecideerd was ook de zanger van eenmansformatie Stippenlift, die een „vrolijk nummer” over euthanasie aankondigde met de tekst „Als ik 80 ben wil ik een spuitje”.

Nederland, Beuningen, 30-06-2018. Sfeer op Down The Rabbit Hole Festival. Foto: Andreas Terlaak

Het festival, dat voor zondagavond ook nog zanger Nick Cave te bieden heeft, is dit jaar uitverkocht, met zo’n 35.000 bezoekers (vorig jaar waren het er 25.000). Bij deze schaalvergroting hoort een groot buitenpodium, dat de grote tent van eerdere edities vervangt. Het publiek is gemêleerd in leeftijd en belangstelling. Jonge mensen komen voor oudgediende David Byrne (ooit voorman van Talking Heads), oudere fans kijken gefixeerd naar de toewijding van het jonge, Nederlandse Luwten waar de muzikanten noest samenspelen om de vele elektronische en akoestische ingrediënten onnadrukkelijk aan elkaar te lassen. Tessa Douwstra zong helderder dan op het album, maar de muziek lag nog altijd als een fijnmazige sluier om haar heen.

Bij First Aid Kit waren er twee heldere vrouwenstemmen, van de Zweedse zusters Söderberg die gitaar en basgitaar spelen, een voorkeur hebben voor Amerikaanse country, zoals ze vertellen, en daar elegant bij headbangen. Hun stemmen versmelten niet alleen met elkaar, maar ook met de vlammende klank van de pedal-steel guitar.

Nederland, Beuningen, 30-06-2018. Concert van Fever Ray op Down The Rabbit Hole Festival. Foto: Andreas Terlaak

Als afsluiter op het hoofdpodium speelde zaterdag Anderson.Paak, die vorig jaar had afgezegd. Maar nu verwaaide zijn rap en funk over het grote veld en kreeg weinig structuur. De echte hoofdact werd daardoor David Byrne. De gelauwerde zanger en muzikaal uitvinder tourt pas als hij een goed idee heeft. Het goede idee bleek dit keer fantastisch, door de eenvoud. Bij Byrne en zijn elf muzikanten was alles draadloos en draagbaar. Omringd door drie zijden van grijze gordijnen, leek het podium een grote lege doos. In die doos bewogen de twaalf, in identieke lichtgrijze pakken, vrij rond. De instrumenten hingen aan een draagrek aan de muzikanten, waardoor keyboard, snaredrum en congo’s leken te zweven. Tijdens nieuwe liedjes als ‘Everybody’s Coming To My House’ en een grote greep uit het verleden (‘I Zimbra’, ‘Once In A Lifetime’, ‘Slippery People’) speelden de muzikanten niet alleen virtuoos, maar voerden ze ook – simpele – choreografieën uit. Dankzij de soepele pasjes van Byrne (66) en anderen, was het beeld georkestreerd en losjes tegelijk. Afsluiter ‘Burning Down The House’ groeide uit tot funkfeest op veld en podium, aangevoerd door een éminence grise op blote voeten.

    • Hester Carvalho