Brexit of niet, de Britse beurzen bleven overeind

Deze rubriek belicht iedere maandag ontwikkelingen op de beurs. Deze keer: Britse aandelen sinds de Brexit.

Een demonstrant met een EU-vlag verlaat een anti-Brexit-protest in Londen, 28 juni 2016. Foto Justin Tallis/AFP

Voorafgaand aan het Brexit-referendum in 2016 waren de financiële vooruitzichten voor het Verenigd Koninkrijk niet bijster vrolijk. Naar beneden gierende aandelenkoersen, recessie, beurskrach: verwacht werd dat bij een ja-stem de vier ruiters van de Apocalyps na 23 juni in volle galop het Kanaal zouden oversteken, rechtstreeks op de City af. Het liep anders.

Een initiële schok: ja. Vrijwel direct na de volksraadpleging verloor de Britse aandelenindex FTSE 100 zijn evenwicht door met 7 procent te dalen. Maar nu? Twee jaar later staat de koers op een winst van ruim 22 procent, en bewijst die het ongelijk van het Internationaal Monetair Fonds („bij een ja-stem crasht de beurs”) en zakenbank Morgan Stanley („zeker 15 procent daling bij ‘ja”).

Lees meer over de eerste dagen na het referendum: Kwam de economische rampspoed na de Brexit?

Het klinkt inderdaad paradoxaal, zegt beleggingsstrateeg Patrick Moonen van vermogensbeheerder NN Investment Partners, „dat in een land dat een ontregeling als de Brexit tegemoet ziet, de beurzen het goed doen”.

Spiegelbeweging

Maar met de Britse economie gaat het minder sinds het referendum. Beleggers dumpten het pond. Door de onzekerheid over de situatie na de Brexit (blijft het vrij verkeer van personen?) stellen bedrijven investeringen uit en verhuizen sommige naar het buitenland. De economie groeit wel, maar van alle G7-landen het traagst, becijferde vermogensbeheerder Schroders.

En tóch stijgen de koersen.

„De belangrijkste verklaring voor de sterke prestatie van de Britse aandelen is de waarde van het pond”, zegt Moonen van NN Investment Partners . De indices van het Verenigd Koninkrijk voeren een spiegelbeweging uit. Daalt de munt, dan stijgen de aandelen. Van olieconcern Shell tot mijnbouwbedrijf Rio Tinto en bank HSBC: het gros van de bedrijven aan de Britse beurs is multinational en genereert zijn winst voornamelijk overzee. Van de totale omzet van de ruim zeshonderd ondernemingen in de FTSE All-Share index is slechts 30 procent gemaakt in het VK.

Gevoelig voor grondstofprijzen

Dat geld verdienen zij dus grotendeels in sterkere valuta. Als het pond zwak is, zijn de verdiensten van deze multinationals meer waard als ze die omzetten in de zwakkere Britse munt. En zo stijgen hun aandelen. Door de internationale aard van veel Britse beursgenoteerde bedrijven zijn zij ingedekt tegen mindere economische omstandigheden in het VK. Het gaat goed met de wereldeconomie, dus gaat het goed met hen.

Wat ook meespeelt, is dat de FTSE 100 vol zit met noteringen waarvan de prestaties gevoelig zijn voor grondstofprijzen, bijvoorbeeld oliebedrijven BP en Shell. Goed nieuws voor hen: de olieprijs nam toe van rond de 50 dollar voor een vat Amerikaanse olie in 2016 tot rond de 70 dollar nu. De koersen stegen vrolijk mee.

Belangrijker voor het op waarde schatten van de Britse financiële markten is de vergelijking met andere graadmeters, zegt fondsmanager David Docherty van Schroders. Sinds het referendum realiseerde de index van Aziatische aandelen een stijging van 44,1 procent. De S&P 500, met Amerikaanse aandelen, nam met 37,3 procent toe. De Britse FTSE All-Share klom met 31,1 procent.

De Britten staat het komende jaar nog wat te wachten. Als de Big Ben volgend jaar 29 maart 23.00 uur slaat, is de EU-uittreding een feit. Nog zijn er geen afspraken gemaakt over de douane-unie, of is het duidelijk in hoeverre handel getroffen wordt.

Maar of dan een grote klap te verwachten valt? Voor wie in Britse aandelen zit, is het belangrijker om te kijken naar wat de Federal Reserve van plan is op monetair beleid, zegt Docherty van Schroders. Verdere renteverhogingen in de VS werken door in de wereldwijde economie, net als een dreigende internationale handelsoorlog. En dan worden Britse aandelen pas echt geraakt.

Correctie (2 juli 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd vermogensbeheerder NN Investment Partners per abuis NN Group genoemd. Dat is hierboven aangepast.

    • Guus Ritzen