Opinie

    • Marike Stellinga

Red het klimaat, begin niet bij burgers

De burger moet minder vlees eten, minder kleren kopen, minder vliegen, zijn huis isoleren en zijn gasfornuis aan de straat zetten. Ik vind het allemaal prachtig, de ideeën om het klimaat te redden. Maar het gaat me te veel en te vaak over wat burgers aan hun leven moeten veranderen.

Terwijl twee zaken in Nederland kraakhelder zijn: burgers veroorzaken niet de grootste milieuschade en ze betalen wél het overgrote deel van de milieubelastingen. Huishoudens betalen tweederde van de 25 miljard aan milieubelastingen, terwijl ze bijvoorbeeld pakweg eenvijfde van al het broeikasgas CO2 uitstoten.

Een veel groter deel van de milieuschade wordt veroorzaakt door het grote bedrijfsleven (industrie, transport, landbouw), maar die betalen opvallend weinig milieubelasting. Want: hoe meer energie een bedrijf verbruikt, des te minder belasting het betaalt. In de industrie is een groot deel van het energieverbruik zelfs onbelast. De verdeling van klimaatlasten tussen huishoudens en grote bedrijven was al erg scheef, maar wordt door het regeerakkoord van Rutte III nog schever, constateert adviesbureau CE Delft. Vooral de eenmanszaken en kleine bedrijven moeten meer betalen van dit ‘groenste kabinet ooit’. „De zware industrie gaat het minst betalen.”

In Nederland betaalt de vervuiler dus vaak weinig. Dat is gek, want grote vervuilers wel belasten, is essentieel om het klimaat te ‘redden’ zoals dit kabinet wil.

Het Planbureau voor de Leefomgeving, dé klimaatfluisteraar van het kabinet, adviseert milieubelastingen minder te focussen op consumenten en meer op producenten. Niet alleen omdat vervuilende producten te goedkoop zijn (De schade die ze veroorzaken zit niet in de prijs). Ook omdat het belasten van vervuilende productieprocessen de beste manier is om bedrijven ertoe te zetten schoner te produceren. „Onmisbaar”, noemt het Planbureau zo’n belasting.

Lees ook: "Het gezin betaalt energiekosten voor industrie"

Burgers hebben veel minder opties om hun milieuschade te beperken dan bedrijven. Burgers kunnen iets wel of niet kopen, terwijl bedrijven kunnen zoeken naar andere grondstoffen, nieuwe technieken – de zo gewenste groene innovatie die nodig is om de ambitieuze klimaatdoelen überhaupt te halen. Het geeft ‘schone’ bedrijven een voordeel. Nu is vervuilend produceren bizar genoeg vaak goedkoper dan schoon.

Als klimaatminister Eric Wiebes (VVD) wordt gevraagd of vervuilende bedrijven niet meer moeten betalen, reageert hij afhoudend. Hij voert daarvoor twee argumenten aan. Eén: belastingen berekenen bedrijven door in hun producten, dan betaalt de burger alsnog. Ja, dat is precies de bedoeling – dat ‘vieze’ producten duurder worden.

Twee: dan jagen we bedrijven weg uit Nederland. Bewijs voor dat wegjagen is zwak, zeggen denktanks als het CPB en de Oeso. Het kabinet kan de belasting geleidelijk invoeren, en verzachten met subsidies voor innovatie. Bovendien kan Wiebes buurlanden proberen te overtuigen om samen de industrie te belasten. Dat doet hij nu alleen voor elektriciteitsbedrijven.

De komende weken krijgen we allerlei klimaatplannen over ons uitgestort omdat op 10 juli bedrijven, vakbonden en activisten een (halfbakken?) klimaatakkoord presenteren. Onthou daarbij dit: als het kabinet echt wat wil veranderen, kan Wiebes grote bedrijven niet blijven ontzien. Met alleen het op zijn kop zetten van het leven van burgers kiest Nederland voor de moeizame en dure weg, met beperkt effect op het klimaat. Red het klimaat, richt je niet alleen op de burger.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.
    • Marike Stellinga