‘Ik zie het als een avontuur, wonen in een museum’

Spitsuur Kunsthistorica Dorian Meijnen (23) slaapt op de zolder van museum Villa Mondriaan in Winterswijk, waar ze stage loopt. Straks gaat ze met haar vriend samenwonen in de Randstad. „We zijn wel een beetje klaar met pendelen.”

Dorian: „Ik ben Japans gaan studeren omdat ik dat een uitdagende studie vond. Het was weer eens wat anders dan rechten of business economics. Ik wilde echt het gevoel hebben dat ik iets nieuws leerde, iets wat ik niet kon opzoeken op Google. Voordat ik ging studeren, was ik één keer in Japan geweest en toen ben ik in de ban van het land geraakt.

„Maar tijdens mijn studie in Leiden kwam ik erachter dat ik de kunstzinnige kant van de studie eigenlijk interessanter vond dan de taal. Ik ben toen een minor kunstgeschiedenis gaan doen en dat beviel erg goed. Kunstgeschiedenis studeren is heel brede algemene kennis opdoen aan de hand van kunst. Tenminste, zo ervaar ik het. Ik heb mijn studie Japans afgemaakt en ben verder gegaan met kunstgeschiedenis. Ik ben nu klaar met mijn bachelor en begin in september met een master museums and collections.

„Mijn toekomst zal waarschijnlijk in de museumwereld liggen, want de arbeidsmarkt voor Japans is zó klein in Nederland… En ik ben te diep geworteld in dit land om naar Japan te verhuizen. Ik ben er tijdens mijn studie vier maanden geweest en dat was erg leuk, maar je bent toch niet in je eigen relaxte omgeving.

„Wie weet wat er op mijn pad komt, ik heb nog niet exact voor ogen wat ik wil. Het liefst ga ik aan de slag met mooie objecten in de museumwereld: collectiebeheer, beleid maken, tentoonstellingen samenstellen.

„Anderzijds: mijn stage bij museum Villa Mondriaan in het Gelderse Winterswijk zat ook niet in mijn planning en toch ben ik er heel blij mee. In een klein museum heb je als stagiaire het voordeel dat je op alle fronten wordt ingezet en je je snel kunt ontwikkelen. Ik zag mezelf altijd als iemand die op de achtergrond opereert, maar hier heb ik ook geleerd om groepen toe te spreken en anderszins op de voorgrond te treden.

Museum-minded

Dorian: „Wat deze stage ook leuk maakt, is dat stagiaires in Villa Mondriaan ‘junior-directeur’ zijn en ook echt meedenken in de directie. Heel grappig dat veel mensen, je familie voorop, vooral het woord ‘directeur’ onthouden! Samen met de andere junior-directeur stuur ik de vrijwilligers aan en doe ik de externe communicatie. Maar we nemen natuurlijk ook de telefoon aan, voor boekingen bijvoorbeeld. Dat brede palet van activiteiten maakt elke dag anders.

„Werk en privé lopen wel erg door elkaar, doordat de junior-directeuren op de zolder van het museum wonen. Fysiek ben ik niet altijd aan het werk, mentaal wel. Als je ín het museum woont, is het ook moeilijk om je werk los te laten. Als ik vrij ben, kijk ik regelmatig even uit mijn raam of het druk is in het museum. En als mijn collega-stagiaire ook thuis is, praten we al snel over ons werk. Het voordeel is dat ik om negen uur ’s ochtends van huis ga en ook om negen uur op mijn werk ben.

„Ik vind het niet erg dat werk en privé zo samenvallen, omdat het maar voor een half jaar is. Het voelt vooral als een leuk avontuur, als ‘de Winterswijkse periode’ in mijn leven. Wanneer maak je nou mee dat je in een museum mag wonen?

„Ook in mijn vakantie ben ik vaak met musea bezig. Laatst ben ik een week alleen op pad geweest en heb ik een rondje Nederland gedaan. Ik bezocht zestien musea: groot, klein, bekend en onbekend. Dat was superleuk. Door Villa Mondriaan kijk ik nu toch met andere ogen naar die musea: hoe pakken ze het daar aan? En kan ik ideeën meenemen?

„Het was ook de eerste keer dat ik zonder mijn vriend op vakantie ging, hij is wat minder museum-minded. Maar het is wel voor herhaling vatbaar. Deels sliep ik in hotels, deels bij vrienden.”

Achterhoek

Dorian: „Verder ben ik in mijn vrije tijd vaak bezig met mijn hobby: kleding maken. Ik heb het pas vorig jaar geleerd van mijn oma. Zelf kleding maken voelt als een soort ambacht. Een lap stof verandert in een mooi kledingstuk. Net als bij kunst creëer je iets uit niets.

„Naast mijn stage probeer ik mijn sociale leven in Leiden én in de Achterhoek, waar ik geboren en getogen ben, overeind te houden. Dat betekent veel op en neer reizen tussen Winterswijk en de Randstad. Dat is best hectisch, te meer daar ik ook mijn vriend probeer te zien, die in Enschede cyber security studeert.

„In het weekend ben ik ook veel bezig als secretaris van culturele vrijplaats de Koppelkerk in het Achterhoekse Bredevoort. Dat is een voormalig kerkgebouw waar nu exposities, lezingen, concerten en debatten worden georganiseerd. Het is nog steeds een plek voor bezinning, maar dan niet zozeer religieus, als wel maatschappelijk. In die zin heeft het gebouw zijn functie als gemeenschapsplaats niet verloren. Ik kan daar dingen doen in het verlengde van mijn studie, maar ik vind er ook een stukje persoonlijke ontwikkeling en gezelligheid.

„Na mijn stage, die deze maand afloopt, gaan mijn vriend en ik samenwonen in Rijswijk, omdat hij gaat afstuderen bij een bedrijf in Delft en ik aan mijn master in Leiden begin. We zijn na zes jaar wel een beetje klaar met pendelen.

„Ik denk dat we een hele poos in de Randstad blijven, want we aarden prima in een stedelijke omgeving. Maar op een dag gaan we vermoedelijk terug naar het oosten van het land, want we zijn toch wel allebei echte Achterhoekers.”

    • Friederike de Raat