Doorgeefschaak

RL

Afgelopen maandag speelde Garry Kasparov voor het eerst in zijn leven een partijtje doorgeefschaak. Het was een dag van vrolijk schaak in het Château d’Asnière, dicht bij Parijs, als afsluiting van het Parijse toernooi van rapid- en blitzpartijen. Op die maandag mochten de deelnemers naar een kasteel om met Belangrijke Personen te schaken.

Het toernooi in Parijs was de tweede etappe van de Grand Chess Tour, een jaarlijkse serie toernooien waarvan Kasparov de inspirator was. Af en toe speelt hij een partijtje mee.

Fabiano Caruana legde hem de regels uit. Een koppel speelt aan twee borden, de een met wit en de ander met zwart, en de stukken die iemand slaat worden doorgegeven aan zijn partner, die ze op zijn eigen bord mag gebruiken. De partij is uit als aan een van de borden mat wordt gegeven. Overleg is belangrijk. „Ik heb een toren nodig om mat in één te geven, maar wel vlug graag.”

Kasparov verloor zijn doorgeefschaakpartij, maar het lag misschien niet aan hem. Zijn partner was de elfjarige kandidaat meester Marc Andria Maurizzi, en zijn tegenstanders waren twee grootmeesters: Étienne Bacrot en Dana Reiznice-Ozola. Die laatste, de minister van financiën van Letland, was er als Belangrijk Persoon, maar ze is ook vrouwengrootmeester.

Het echte toernooi in Parijs werd gewonnen door de Amerikaan Hikaru Nakamura. Zijn landgenoot Caruana, die in november om het wereldkampioenschap gaat spelen, werd laatste. Ach, het waren maar vluggertjes.

Dat toernooi werd niet in een kasteel gespeeld, maar in een televisiestudio, waar geen toeschouwers bij konden. De kijkers zaten voor hun computer of, in Frankrijk en in Franstalige Afrikaanse landen, voor de televisie. De Engelstalige, Franse en Russische commentatoren zaten in de Amerikaanse stad Saint Louis in de schaakclub van de miljardair Rex Sinquefield, waar ook een televisiestudio is.

Was dat niet te ver weg om het bloed en het zweet te kunnen ruiken? Ze konden het gevoel hebben dat ze door welwillende aliens in een ruimteschip waren ontvoerd, net zoals FIDE-president Kirsan Iljoemzjinov in 1997.

Fabiano Caruana - Alexander Grisjtsjoek, Parijs rapid 2018

1. d4 Pf6 2. Lf4 d5 3. e3 c5 4. Pf3 Pc6 5. Pbd2 cxd4 6. exd4 Lf5 7. c3 e6 8. Db3 Ld6 9. Lg3 In het snelle spel is het initiatief belangrijker dan een pion. Na 9. Dxb7 Lxf4 heeft zwart goed spel voor de pion. 9...Lxg3 10. hxg3 Dd6 11. Dxb7 Nu neemt hij hem wel. 11...Tb8 12. Da6 0-0 13. Pb3 Lc2 14. Tc1 Lxb3 15. axb3 Pe4 16. Da4 e5 17. Le2 exd4 18. cxd4 Tb6 19. 0-0 Tfb8 20. Tfe1 g6 21. Ld3 Pb4 22. Lf1 Pc6 23. Te2 Wit wil geen zetherhaling. 23...Kg7 24. Tec2 Pd8 25. Tc7 Txb3 26. Td7 Df6 27. Txd5 Nu gaat het mis. Beter was 27. Tc2. Of ook 27. Da5 en dan na 27...Pxf2 niet 28. Kxf2 Txf3+ 29. gxf3 Txb2+ 30. Le2 De6 met voordeel voor zwart, maar 28. Dxd5 met gelijk spel.

Zie diagram

27...Txf3 Hij maakt gebruik van de positie van Td5. 28. gxf3 Dxf3 29. Dc2 Pxf2 30. Lg2 Een kleine kans op behoud was 30. Dxf2 Dxd5 31. Lc4. 30...De3 31. Kf1 Ook na 31. Te5 Pe4+ heeft zwart groot voordeel. 31...Pg4 32. Le4 Dxg3 33. Te1 Pe6 34. Dg2 Pe3+ 35. Txe3 Dxe3 36. Df3 Dc1+ Wit gaf op.

    • Hans Ree