‘Te veel problemen op scholen door schaalvergroting’

Fusiescholen

Het diploma-debacle in Maastricht wijst op schoolbesturen die uit hun krachten zijn gegroeid, vinden politici.

VMBO Maastricht, een fusieschool die onder een van de grootste scholenstichtingen van Nederland valt.

Zijn schoolbesturen te groot geworden? Dat is een van de vragen die opkomen na het examendebacle op VMBO Maastricht, een fusieschool die onder een van de grootste scholenstichtingen van Nederland valt. De koepel Limburg Voortgezet Onderwijs bedient 30.000 leerlingen en is in Maastricht monopolist. Door fouten in de schoolexamens krijgen 354 scholieren hun diploma niet voor de zomer.

Politici spreken van moloch-organisaties en schaduwministeries

Politici spreken van „moloch-organisaties” (SP-Kamerlid Peter Kwint) en „schaduwministeries” (PVV-Kamerlid Harm Beertema). D66-Kamerlid Paul van Meenen wil zelfs dat overheidsgeld weer direct naar scholen gaat in plaats van eerst naar besturen, die het over hun scholen verdelen. Komende week dient hij een motie in waarin hij vraagt hier onderzoek naar te doen. In de door hem voorgestelde situatie zouden scholen zelf kunnen bepalen wat ze gemeenschappelijk inkopen, zoals administratiehulp. Het plan staat los van de situatie in Maastricht, zegt hij. „Mijn overtuiging is de afgelopen jaren gegroeid dat er in dit systeem te veel misgaat – en Maastricht laat zien hóe mis het kan gaan.”

Vlaamse scholen zijn populair bij Nederlandse ouders in de grensstreek. Toch komen sommigen er ook weer van terug.

Van Meenen begon eind jaren 70 als wiskundedocent en zag de schaalvergroting in de jaren 90 gebeuren. Vanuit goede bedoelingen, zegt hij, werd steeds meer samengewerkt omdat onderwijsinstellingen meer verantwoordelijkheden kregen: personeel, huisvesting, administratie. „Maar het directe gevolg is dat scholen de macht hebben weggegeven. En dat er geld blijft plakken. De nadruk in ons denken ligt te veel op besturen in plaats van op de klas.”

Sinds hij zijn plan bekendmaakte, krijgt hij de voorbeelden via de mail, zegt hij. „Een bestuur van 26 basisscholen waar jaarlijks vier miljoen achterblijft – niemand weet wat er met het geld gebeurt. Een vmbo-schooltje in Rotterdam dat elk jaar bijna een half miljoen moet afdragen. Daar kun je klassen van halveren, bij wijze van spreken.”

Hij houdt zijn handen boven zijn hoofd en zegt: het geld komt bovenaan binnen. „Dan wordt de staf bedeeld: de man of vrouw voor financiën, voor pr. Wat er over is, gaat naar de scholen. En dan wordt er ook nog eens gezegd waar ze dat wel en niet aan uit mogen geven.”

Pure dienstbaarheid

Zijn voorstel krijgt felle kritiek. Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad (de vereniging van schoolbesturen) noemde het op Twitter „te triest voor woorden dat een regeringspartij zo minachtend en met zo veel onwaarheden over onderwijs praat”. Volgens de PO-Raad zorgen de besturen voor efficiëntie en is het échte probleem dat ze te weinig geld krijgen. De PO-Raad en VO-raad benadrukken dat de meeste besturen goed met hun geld omgaan en dat scholen geen miljoenen afdragen (Den Besten: „Die hebben we namelijk niet.”)

Maar Van Meenen denkt dat de besturen „waar echt pure dienstbaarheid heerst” in de minderheid zijn. Hij noemt de ‘functiemix’– een afspraak uit 2008 tussen vakbonden, overheid en schoolbesturen om leraren in een hogere salarisschaal te plaatsen. De overheid maakte daarvoor geld vrij. „Zo’n zestig à zeventig procent van de besturen heeft zich niet aan die afspraak gehouden. Dat vind ik een heel schrijnend voorbeeld.” Volgens de PO-Raad was er van begin af aan te weinig geld om de functiemix te implementeren.

Schaalvergroting kan voordelen hebben, zegt Geert Devos, hoogleraar onderwijskunde in Gent. Zo heeft een grotere onderwijsorganisatie strategisch meer gewicht, is er meer expertise en mogelijk meer efficiëntie. „Maar de afstand tussen het bestuur en de klas groeit”, zegt Devos. „Bestuurders zijn zich dan niet meer bewust van wat daar gebeurt, maar alleen met financiële belangen en strategische kwesties bezig.”

354 eindexamens van VMBO Maastricht zijn ongeldig verklaard. Kamerleden verwijten het bestuur de verantwoordelijkheid af te schuiven.

Voor het slagen van schaalvergroting zijn gedeelde waarden over de richting van het onderwijs belangrijk, zegt Devos. Hoe groter de organisatie, hoe moeilijker dat wordt. En kun je wel gedeelde waarden hebben over onderwijs als scholen ook met elkaar om leerlingen concurreren, zoals in Maastricht? „Dat is zeer lastig”, zegt Devos. „In de praktijk zie je dan vaak dat de concurrentiebelangen toch boven de gedeelde waarden staan.”

    • Mirjam Remie