SYRIË

Franse cementgigant Lafarge formeel beschuldigd van financiering terrorisme

Franse onderzoeksrechters hebben multinational Lafarge donderdag formeel in staat van beschuldiging gesteld voor „medeplichtigheid aan misdaden tegen de menselijkheid” en onder andere „financiering van terrorisme”. De cementgigant wordt ervan verdacht van 2011 tot 2014 in Syrië bijna 13 miljoen euro te hebben betaald aan gewapende groepen om een fabriek in de stad Jalabiya draaiende te kunnen houden. Terreurgroep Islamitische Staat (IS) zou een van de ontvangende partijen zijn geweest.

Volgens organisatie Sherpa, dat „economische misdaden” onderzoekt, is het een unicum in de wereld dat een bedrijf zelf als rechtspersoon wordt aangeklaagd voor een dergelijk vergrijp. Eerder was al besloten tot formeel onderzoek naar acht leidinggevenden van Lafarge. Het nieuwe besluit is een „beslissende stap in de strijd tegen straffeloosheid van multinationals die in conflictgebied werken”, denkt Sherpa. Lafarge, sinds een fusie in 2015 onderdeel van het Frans-Zwitserse LafargeHolcim, wil het besluit aanvechten.

Lafarge dacht met de in 2008 gekochte cementfabriek, de grootste in de regio, een goede investering te hebben gedaan. Toen in 2011 de burgeroorlog losbarstte wilde het de dochteronderneming daarom zo lang mogelijk open houden. „We dachten: als dit alles voorbij is, dan is er voor de wederopbouw ten minste een cementfabriek”, heeft Lafarges Syrië-directeur Bruno Pescheux volgens France Inter in zijn verhoor gezegd. Via tussenpersonen betaalde Lafarge steeds grotere „belasting” aan strijdende partijen om ervoor te zorgen dat personeel en materiaal vrij konden bewegen. Volgens Le Monde zou aan IS ook cement en brandstof geleverd zijn.

De Franse onderzoeksrechters proberen nu te achterhalen of geld van Lafarge gebruikt is om de terreuraanslagen van november 2015 in Parijs te financieren. Een slachtofferorganisatie, Life for Paris, is als civiele partij toegelaten.

    • Peter Vermaas