Steun PostNL tegen Sandd

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week <naam soort recht: fiscaal recht, arbeidsrecht, Europees recht, vetgedrukt>.

In de nationale ‘postdialoog’ mogen Sandd en PostNL dan wel naar elkaar lonken om nauwere samenwerking, zolang daarover geen overeenstemming is, bestrijden de twee voornaamste concurrenten in niet-dringende zakelijke postdiensten elkaar. Tot voor de rechter, want Sandd vindt dat PostNL als zogenoemde ‘universele postdienstverlener’ verplicht is zijn activiteiten boekhoudkundig te scheiden. Sandd verdenkt PostNL er namelijk van de prijzen van zijn zakelijke diensten kunstmatig laag te houden door ‘kruissubsidies’ uit andere postbezorging en zo de concurrentie te bederven. Maar tot ergernis van Sandd keurde de Autoriteit Consument en Markt (ACM) het kostentoerekeningssysteem van PostNL goed.

De ruzie belandde via de rechtbank Rotterdam bij het Europees Hof. Daar kregen PostNL en ACM vorige week advocaat-generaal Niels Wahl aan hun zijde. Hij concludeert dat uit de Europese regels over liberalisering van de postmarkt „geen algemene verplichting” voortvloeit voor een boekhoudkundige scheiding en dat PostNL evenmin verplicht is voor elke afzonderlijke dienst „kostengeoriënteerd” te zijn. Anders gezegd: de EU-landen hebben een behoorlijke speelruimte bij de wijze waarop ze hun postmarkt inrichten. Het advies van de advocaat-generaal bindt het Hof overigens niet. Dat beslist na de zomer definitief.

www.curia.europa.eu ECLI:EU:C:2018:474
    • Joop Meijnen