Ouders van leerlingen in de grensstreek wijken graag uit naar België

Vlaamse scholen

Vlaamse scholen zijn populair bij Nederlandse ouders in de grensstreek. Toch komen sommigen er ook weer van terug.

Scholieren passeren de grens tussen Nederland en België op weg naar het Alicebourg. Foto Chris Keulen

„Alle flosjes op links”, instrueert de lerares. De in toga gehulde leerlingen van de zevende klas houtbewerking van het Atheneum Alicebourg in het Belgische Lanaken draaien hun vierkante academische pet zodat de flosjes aan de goede kant hangen. Straks zullen ze in de grote zaal voor hun familie paraderen om hun diploma op te halen. Ze doen dat samen met de metaalbewerkers, de programmeurs, de junior-verpleegkundigen, maar ook met de geslaagden uit het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. De helft van de leerlingen is Nederlands.

Op de ruime campus van het openbare Athenaeum met 670 leerlingen staan alle schooltypes bij elkaar.

Kinderen zwerven in België niet over straat als er een uur uit valt

„Je kunt in één keer door van de basisschool af, dat is fijn”, zegt de Maastrichtse moeder Yin Dang, van wie zoons Aron (16) en Justin (14) de wetenschappelijke bètarichting van het middelbaar onderwijs volgen. De vakopleidingen hebben een extra zevende klas, die ook toegang biedt tot hoger onderwijs.

De leerlingenaantallen op Maastrichtse middelbare scholen dalen snel. Belangrijke oorzaak, naast de heersende crisis na een totaalfusie, is het onderwijssucces van België. Er zitten nu 614 leerlingen uit Maastricht en omgeving in België, 9 procent van het totaal. De organisatie van rijke landen Oeso prijst het hoge niveau van het Vlaamse onderwijs, met name de wiskundeprestaties. De gemiddelde Vlaamse klas heeft minder dan twintig leerlingen tegenover 25 voor Nederland. Besturen zijn kleiner, het overheidsgeld gaat direct naar de scholen. Daarom gaat er relatief veel geld naar leraren.

Het diploma-debacle in Maastricht wijst op schoolbesturen die uit hun krachten zijn gegroeid, vinden politici. Zij spreken van moloch-organisaties en schaduwministeries.

Van de Nederlandse ouders en leerlingen hoor je lof voor de „persoonlijke aandacht”, „rust in de klas” en „discipline” op Alicebourg. Vlaamse leerlingen voltooien vaker hun middelbare opleiding binnen de daarvoor geldende tijd.

Mitch Curfs (19) stapte na een jaar vmbo in het Nederlandse Nijswiller over naar Alicebourg. „Hij kon bij de open dag al meteen aan het werk en dat beviel hem”, zegt vader Emiel Curfs. „Hij is dyslectisch, maar dat was geen probleem.” „Ze leggen alles nog eens uit, als je het niet begrijpt”, zegt Mitch. „En je moet ook echt aanwezig zijn bij de lessen.” En, bevestigen andere Nederlandse ouders, kinderen zwerven in België niet over straat als er een uur uit valt. De school vangt de leerlingen zelf op.

Mitch heeft nu een diploma houtbewerking. Als eindexamenwerkstuk heeft hij een houten trap gemaakt in de kelder van zijn opa. Helemaal zelf berekend. „Ze kunnen de examencijfers compenseren met cijfers voor het werk”, zegt Curfs. Een Nederlandse werkgever bood Mitch al een baan aan. Nederlandse werkgevers aan de grens geven vaak de voorkeur aan in België opgeleide vakmensen.

Dociel en fantasieloos

De Oeso heeft wel kritiek op de grote ongelijkheid tussen Vlaamse scholen – tegenover hele kleine klassen staan hele grote klassen elders – en de kleinere kansen voor sociaal achtergestelden. Dat het Belgische onderwijs niet volmaakt is, blijkt ook uit een gesprek met zes Nederlandse moeders in Lanaken. Ja, het Belgische onderwijs is „inhoudelijk sterker”, je kunt je kind soms tot zes uur op school laten, geen mobiele telefoons in de klas. Maar de discipline kan ook wat dociel en fantasieloos zijn. Er wordt strak vastgehouden aan methoden. Veel stampen.

Eigenlijk zou je het midden moeten houden tussen de prikkelarme Belgische onderwijsomgeving en de jungle in de Nederlandse school

„Eigenlijk zou je het midden moeten houden tussen de prikkelarme Belgische onderwijsomgeving en de jungle in de Nederlandse school”, zegt Anne-Marie Leufkens, met drie kinderen in het Nederlandse en Belgische onderwijs. Zij gelooft nog steeds in het Nederlandse systeem dat volgens haar meer op zelfontplooiing is gericht. In het Belgische systeem worden kinderen soms niet gezien, vindt ze: „Ze moeten met de stroom meegaan.”

Veronique Schreurs verhuisde haar kinderen na twee jaar Nederlands onderwijs toch weer terug naar België. Haar zoon zit in het speciaal onderwijs en hoeft daar niet te dwalen tussen regelingen en rugzakjes. Alle specialisten – logopedist, pedagoog, psycholoog – zijn in het pand aanwezig. „Hij komt uit school en dan is hij gewoon klaar”, zegt ze.

    • Maarten Huygen