Opinie

    • Michel Krielaars

Op de schouders van literaire reuzen

Bladerend in mijn oude handboek Geschiedenis van de Middeleeuwen van professor H.P.H. Jansen kwam ik een mooie uitspraak tegen: ‘Wij zijn dwergen op de schouders van reuzen.’ Het zijn woorden van de neoplatonische filosoof Bernard van Chartres, die zich in de twaalfde eeuw uitliet over de grote voorbeelden voor de literatuur van zijn tijd: antieke schrijvers als Vergilius en Ovidius.

Dat van die dwergen is treffend geformuleerd, omdat je het evengoed op het heden kunt toepassen. Want waar zou de moderne literatuur zijn zonder zonder Aischylos, de gezusters Brontë, Flaubert, Proust, Tolstoj, Dickens, Virginia Woolf, Thomas Mann en Nabokov? Zelden heb ik zo naar die reuzen verlangd als in 2017, toen ik als lid van de jury van de Libris Literatuurprijs meer dan tweehonderd romans moest beoordelen. ‘Geef mij maar een reus!’ riep ik soms wanhopig als ik het zoveelste twee-ballen-boek uit had.

Een goed voorbeeld van de invloed van die reuzen vond ik afgelopen dagen bij de 41-jarige Amerikaanse schrijfster Lisa Halliday. Haar geestige, ontroerende en knap gecomponeerde debuutroman Asymmetry leunt sterk op de schouders van een van hen, met wie ze een tijdje omging: de onlangs overleden Philip Roth.

Het eerste deel van Asymmetry gaat over een jonge redactrice met schrijfambities, Alice genaamd. Ze krijgt een verhouding met de veertig jaar oudere, beroemde schrijver Ezra Blazer, die alleen nog maar op de Nobelprijs zit te wachten en naar honkbalwedstrijden op televisie kijkt. De schrijver, in wie je meteen Roth herkent, is geestig, egocentrisch, hartelijk en broos. De seks tussen hen beiden lijkt eerder op een soort voorzichtig doktertje spelen dan op hartstocht. En er is humor, veel humor. Halliday weet je voortdurend op een Roth-achtige wijze aan het schaterlachen te krijgen.

Zelf kon Roth het boek van Halliday wel waarderen. Niet voor niets zei hij, glimlachend, toen hij het had gelezen en er in een interview naar werd gevraagd: ‘She got me.’

Alice’s verhouding met Ezra heeft behalve een asymmetrische ook een stichtelijke kant, want hij doet haar boeken cadeau van reuzen als Mark Twain, James Joyce, Hannah Arendt, Albert Camus en Primo Levi, en leert haar hoe ze een verhaal moet vertellen. Vrij naar Tsjechov zegt Alice dan ineens: ‘Als in het eerste hoofdstuk een defibrillator aan de muur hangt, moet die in een later hoofdstuk af gaan.’

In het tweede deel van haar roman vertelt Halliday het verhaal van de sympathieke Iraaks-Amerikaanse econoom Amar, die in 2008, het jaar van de War on Terror, van Amerika naar Koerdistan vliegt, maar tijdens een tussenlanding op Heathrow in een detentiecentrum belandt. Hier laat Halliday nieuwe asymmetrieën zien: tussen de staat en het individu, tussen het rijke Westen waarin een mensenleven voorop staat en het door oorlogen verwoeste Midden-Oosten waar een mensenleven niet telt. Even waande ik me in de latere romans van Roth, die vanuit een ander narratief over hetzelfde thema gaan: de afwijzing van de buitenstaander.

Als in het derde deel van Asymmetry Ezra Blazer weer opduikt, dit keer in een met muziek omlijst interview voor de Britse radio, keert de humor terug. Halliday laat dan opnieuw zien dat ze alles in zich heeft om zelf een reus te worden.

    • Michel Krielaars