Is een eigen advocaat echt wel zo schadelijk voor de verzekeraar?

Rechtsbijstand

Rechtsbijstandsverzekeraars willen niet dat klanten hun eigen advocaat meebrengen. Ze waarschuwen dat de betaalbaarheid van de verzekering in gevaar komt. Is dat wel zo?

Veel consumenten hebben een rechtsbijstandsverzekering, bijvoorbeeld tegen letselschade na een verkeersongeval. Foto’s iStock

Aan het begin van de crisis in 2007 kreeg Jan Sneller uit het Drentse Wezup slecht nieuws. „Ik werkte al 41 jaar bij een machinefabriek en daar moesten 12 man uit. Die wilden ze verdelen over alle leeftijdsgroepen, dus moest ik ook weg”, herinnert Sneller zich.

Om fatsoenlijke financiële compensatie te regelen nam Sneller, toen 59, contact op met zijn rechtsbijstandsverzekeraar. „Maar die hielden mij aan het lijntje. Ik heb ze zeven keer gesproken maar er gebeurde niets. Dan waren ze de papieren weer kwijt, dan was de behandelaar met vakantie.”

Via via kwam Sneller bij een advocaat terecht die zijn zaak wél kordaat wilde oppakken. Maar DAS, waar Snellers rechtsbijstandsverzekering liep, weigerde die advocaat te betalen, omdat ze zelf ook juristen in dienst heeft.

Sneller en zijn advocaat waren het daar niet mee eens. Via de rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam, die DAS in het gelijk stelden, belandden ze met hulp van cassatieadvocaten bij de Hoge Raad, die het Europese Hof van Justitie inschakelde voor een zogeheten prejudiciële beslissing.

In de zaak ‘Jan Sneller tegen DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij NV’ besloot het Europese Hof in 2013 dat consumenten binnen hun rechtsbijstandsverzekering recht hebben op vrije advocatenkeuze vanaf het moment dat duidelijk is dat er een rechtszaak gevoerd gaat worden. Daarna scherpte het Hof dat recht nóg verder aan, bijvoorbeeld door te stellen dat de vrije advocatenkeuze ook geldt bij bestuursrechtkwesties.

Forse premiestijging

Die uitbreiding is een ramp, zo doen verzekeraars voorkomen. Ruim de helft van de Nederlanders heeft een rechtsbijstandsverzekering en de gemiddelde premie voor een gezinsverzekering lag in 2016 op 140 euro per jaar. Het Verbond van Verzekeraars waarschuwt voor het „schrikbeeld” dat „de toegang tot het recht” voor veel mensen in gevaar komt met de groei van de vrije advocatenkeuze, omdat premies fors zullen stijgen.

Marktleider DAS (213 miljoen euro omzet, 23,7 miljoen euro nettowinst) stelt in het jaarverslag dat door de vrije advocatenkeuze „de grenzen van de verzekerbaarheid van rechtsbijstand in zicht” komen.

Is dat wel zo? Gepensioneerd advocaat Ton Steinz meent van niet. Hij deed onderzoek en publiceerde vorige week in het Nederlands Juristenblad een kritisch artikel met als kop ‘Gaat het wel goed met onze rechtsbijstandsverzekeringen?’

„Ik ben uit nieuwsgierigheid gaan kijken hoe het er over de grens aan toe gaat met rechtsbijstandsverzekeringen”, zegt Steinz. Hij viel van zijn stoel. Terwijl rechtsbijstandsverzekeraars in Nederland doen alsof de vrije advocatenkeuze het einde van hun bedrijfsmodel is, ontdekte Steinz dat het in België en Duitsland tegen nauwelijks hogere premies al lang praktijk is om cliënten hun eigen advocaat te laten kiezen.

En laat nou juist ook de grootaandeellhouder van Nederlandse marktleider DAS (de Duitse verzekeraar Munich Re), in die landen actief zijn. Steinz: „DAS verzorgt in 18 landen rechtsbijstandsverzekeringen, maar Nederland is het enige land waar hun medewerkers procedures kunnen voeren.”

Lees ook: We betalen uw advocaat, maar soms eventjes niet

Geconfronteerd met de constatering dat men in andere landen wél verzekeringen met vrije advocatenkeuze aanbiedt, reageert DAS dat het in Nederland onafhankelijk werkt van de zusterbedrijven in die andere landen. „We hebben geen inzicht in de werkwijze van andere DAS-ondernemingen noch de rechtssystemen van andere landen.” Wel wil DAS kwijt dat advocatenkosten in Nederland hoog en onvoorspelbaar zijn, terwijl in Duitsland en Oostenrijk maximumtarieven gelden.

Dat de „grenzen van de verzekerbaarheid” in zicht komen, zoals DAS beweert, blijkt niet uit hun cijfers. De gemiddelde premie voor een gezinsrechtsbijstandsverzekering van 140 euro in 2016 ligt 4 procent lager dan die in 2013, toen het Europese Hof duidelijkheid schepte over de vrije advocatenkeuze, blijkt uit data van het Verbond van Verzekeraars.

In de zaak tegen Sneller bij de Hoge Raad zei DAS dat de (toen) 3 procent van de zaken met externe advocaten goed waren voor 33 procent van de schadekosten en dat premies met wel 45 procent zouden moeten stijgen bij een beperkte groei. Advocaat-generaal Jaap Spier sprak vervolgens van „in het geheel niet onderbouwde en weinig plausibele cijfers”.

Ook in het jaarverslag van DAS valt het gevaar niet te ontwaren. Het aandeel uitbestede zaken steeg vorig jaar van 6,8 naar 7,2 procent. Hoe zwaar deze zaken op de begroting drukken is onduidelijk, want DAS wil desgevraagd niet nader specificeren hoeveel het kwijt is aan externe advocatenkosten. Opvallend is wel dat de post schadekosten bij DAS minder hard stijgt (2,5 procent) dan het aantal uitbestede zaken (6 procent). Het tegenovergestelde zou logischer zijn.

Dat het relatief gezien mee lijkt te vallen met de gestegen kosten, hangt waarschijnlijk ook samen met het ontmoedigingsbeleid dat verzekeraars voeren, bijvoorbeeld door het rekenen van maximumvergoedingen voor externe advocaten en het rekenen van eigen bijdrages.

Prikkels

„Verzekeraars schreeuwen graag moord en brand”, zegt hoogleraar burgerlijk recht Willem van Boom van de Universiteit Leiden. „Of deze vorm van verzekeringen echt onbetaalbaar wordt, zullen we zien.” De vergelijkingen met buurlanden vindt hij mank gaan omdat die andere rechtssystemen kennen, waardoor de markt voor verzekeraars ook anders is.

Van Boom wijst op de verschillende prikkels voor rechtsbijstandverzekeraars en advocaten. „Onaardig en wat cynisch gezegd: de advocaat heeft er belang bij om ook minder kansrijke zaken aan te nemen en om zoveel mogelijk uren te maken, terwijl de rechtsbijstandsverzekeraar er belang bij heeft de cliënt te overtuigen dat de zaak zwak is. De verzekeraar zal snel schikken, tegen welk bedrag dan ook, en liever niet procederen.”

In dit licht is de hoogleraar pleitbezorger van een duaal model waarbij rechtsbijstandsverzekeraars twee polissen aanbieden: een met een vrije advocatenkeuze en een waarbij zij zelf het werk opknappen. „Laat ze duidelijk vertellen wat de voor- en nadelen zijn en de klant vervolgens laten kiezen met zijn portemonnee.”

    • Camil Driessen