Opinie

    • Stéphane Alonso

Het onvoorstelbare is in Europa weer voorstelbaar

Europa

‘Je vertrekt te vroeg. Nu wordt het pas echt spannend’, hoort bij zijn afscheid als EU-correspondent. Hij hoopt dat het niet waar is. En denkt aan het lot van zijn overgrootvader.
Illustratie Cyprian Koscielniak

Het is 14 augustus 1936. Mijn Spaanse overgrootvader Gonzalo staat aan de rand van het voor hem zojuist gedolven graf. Vier maanden eerder, in april, is Gonzalo Alonso Salvador namens links-liberale partijen verkozen tot raadsvoorzitter van de provincie Zamora. Het is de tweede keer dat hij die prestigieuze functie vervult. Niet slecht voor een 41-jarige handelsvertegenwoordiger in sherry en andere sterke dranken.

Maar in juli dat jaar rukt het opstandelingenleger van generaal Franco snel op. De republiek wordt bedreigd en ook Zamora dreigt te vallen. Onder de linkse raadsleden ontstaat een discussie. Sommigen besluiten te vluchten naar het nabijgelegen Portugal, maar veruit de meesten, onder wie Gonzalo, blijven. „We hebben niks verkeerds gedaan, er zal ons niets overkomen”, houden ze elkaar volgens de overlevering voor.

Als de Franco-troepen arriveren en Gonzalo afzetten, tekent hij onmiddellijk „met het allergrootste respect” protest aan. Drie weken later wordt hij op het kerkhof van Zamora samen met anderen geëxecuteerd, nadat een bezoekende Franco-generaal de machtsovername in het stadje als te slap heeft beoordeeld. „Er is bloed nodig.”

Een typisch Europees verhaal

Gonzalo, zouden we nu zeggen, geloofde in de rule of law, in de rechtsstaat, maar werd vermalen door de duistere krachten van de geschiedenis. Een typisch Europees verhaal, kun je ook zeggen, over iemand die zich het onvoorstelbare niet kon of niet wilde voorstellen – tot het bittere einde. Een verhaal ook waaraan ik de laatste tijd, in mijn laatste nogal turbulente weken als EU-correspondent, weer vaak moeten denken.

Natuurlijk: dit zijn andere, hopelijk betere tijden. Maar ze zijn ook onvoorstelbaar, want onvoorspelbaar. Toen ik vijf jaar geleden, in 2013, als correspondent in Brussel begon, zei iedereen: je bent te laat, de eurocrisis is al voorbij. Ik zou me gaan ‘vervelen’ met technische, taaie dossiers: de vervolmaking van de interne markt, betere regelgeving, de bankenunie. Het liep anders, eigenlijk meteen al, met het bloedbad tijdens Euromaidan in Kiev en de Russische annexatie van de Krim in februari 2014. Het was het soort drama dat bij een ander, ver tijdperk leek te horen, maar zich nu opeens aan de randen van de Europese Unie voltrok.

En het ging maar door. De Griekse geldcrisis zaaide toch weer existentiële twijfel over de euro. De vluchtelingencrisis ondermijnde wat gold als een van de allergrootste EU-prestaties: het vrije, ongehinderde reizen in de Schengen-zone. De Middellandse Zee veranderde van een leuke vakantiebestemming in een massagraf van dromen, met 2.000 doden in 2015 en 3.000 het jaar daarop. En terwijl de EU nog aan het bijkomen was van de desastreuze terreuraanslagen in Parijs en Brussel, keerden de Britten de EU op spectaculaire wijze de rug toe, tijdens hun Brexit-referendum van 23 juni 2016.

We zeggen: we horen bij elkaar, maar als het even kan concurreren we elkaar keihard de grond in

Na jaren van uitbreiding bleek de EU opeens ook te kunnen krimpen. En daar was weinig voor nodig: een gammel, ondoordacht referendum – de Britten hebben na twee jaar nog steeds geen serieus plan – waar een lucht omheen hangt van schimmig opererende pr-bedrijven, datadiefstal en Russische inlichtingendiensten. John le Carré? De krant lezen is tegenwoordig – helaas – veel spannender.

Maar het kan dus toch nog gekker. Met een Amerikaanse president die handelsoorlogen begint tegen zijn traditionele, meest trouwe bondgenoten en het scheiden van ouders en kinderen oké vindt om illegale migratie aan te pakken. „Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig”, zei Europees ‘president’ Tusk nadat Trump in korte tijd een hele trits internationale afspraken terzijde had geschoven, onder meer over het Iraanse nucleaire programma en het klimaat. De rechtsstatelijke puinhoop in Polen en Hongarije, de Brexit-chaos – het is al best schokkend. Maar als het de baas van de internationale wereldorde zelf is die op tilt slaat, dan is dat onvoorstelbaar.

Een verdeelde en tandeloze unie

Na de Tweede Wereldoorlog was de EU het antwoord op ruwe machtspolitiek. Voortaan zou er worden overlegd en samengewerkt, in een in recht en regels verankerd systeem waarin geen enkel EU-land te machtig kon worden en alle landen, ook de kleine, invloed zouden hebben. Ook nu Trump Europa op oneigenlijke gronden (‘nationale veiligheid’) om de oren slaat met importtarieven gaan de handschoenen niet uit en blijft de Europese reactie binnen de door Wereldhandelsorganisatie WTO getrokken lijntjes. De EU weet zich moeilijk raad met bruut machtsvertoon. Ze is er met 28 leden ook niet op gebouwd. Wij zijn het vleesgeworden multilateralisme. Als Trump internationale samenwerking ter discussie stelt, dan stelt hij de EU zelf ter discussie.

Het goede nieuws: Trump schept helderheid. Zelfs de in het verleden nogal eurolauwe premier Rutte ging onlangs, in een toespraak in het Europees Parlement, voor het eerst pal voor de EU staan, als het beste medicijn tegen onliberale en protectionistische ontwikkelingen. „Het simpele feit dat we samenwerken, dat we ingebed in deze Unie zijn, maakt ons sterker, veiliger en effectiever”, zei Rutte. „Ik ben de EU meer en meer in dat licht gaan bezien.” Sinds Brexit en Trump is het voor regeringsleiders moeilijker geworden om tijdens EU-toppen enthousiast mee te doen om vervolgens bij terugkeer in eigen land te mopperen over Europese bemoeienis. Er is door de enorme druk van buitenaf minder ruimte voor ambiguïteit, en dat is op zichzelf geen slechte zaak.

Illustratie Cyprian Koscielniak

Het minder goede nieuws: Trump heeft een punt als hij Europa parasitair gedrag verwijt. Dat Duitsland veel meer exporteert dan het importeert is niet alleen hem een doorn in het oog, maar ook veel EU-landen, die de Duitse zuinigheid (en ook de Nederlandse trouwens) al jaren zien als rem op de economische groei. De EU schuilt graag onder de Amerikaanse veiligheidsparaplu, maar betaalt al jaren minder mee aan militair bondgenootschap NAVO dan afgesproken.

Het doel om 2 procent bbp aan defensie uit te geven werd in 2017 behalve door Roemenië en Estland alleen gehaald door – oh ironie – een land dat uit de EU weg wil (Verenigd Koninkrijk), een land dat vaak als onbetrouwbaar en lui wordt weggezet (Griekenland) en een land dat onder vuur ligt wegens het schenden van Europese waarden en normen (Polen).

We lijken pijnlijk vaak op een continent van uitvreters. Van Polen en Hongaren die wel EU-miljarden willen, maar geen migranten. Van Grieken die wel de euro willen, maar niet de begrotingsregels. Maar ook van Nederlanders die Zuid-Europa op hoge toon vertellen dat bezuinigingen nodig zijn, maar de landen daar tegelijkertijd het belastinggeld uit de mond stoten met fiscale slimmigheden. Van Duitsers die door hun verleden zweren bij Europese samenwerking, maar op energiegebied vergaande deals sluiten met Rusland, ook als die op termijn recht tegen het Europese belang in gaan. We zeggen: we horen bij elkaar, maar als het even kan concurreren we elkaar keihard de grond in. Je zou bijna denken: met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.

De EU schuift mee

Er gaat ook veel goed. Sinds kort heeft de EU vooruitstrevende wetten op het gebied van databescherming, toevallig precies op het goede moment, juist nu er grote zorgen zijn over de macht van grote internetbedrijven. De roamingkosten die consumenten zo op kosten joegen, werden afgeschaft. Op klimaatgebied is de EU vergeleken met de rest van de wereld nog steeds behoorlijk ambitieus. Maar de versterking van de eurozone en van Europese migratieregels komt moeizaam van de grond. In de afgelopen jaren bleken EU-landen niet in staat om de relatieve rust op die terreinen nuttig te gebruiken. Geen fijne boodschap in de aanloop naar EU-verkiezingen in mei volgend jaar.

De wereldorde schuift en de EU schuift mee. Door de EU gefinancierde migrantenkampen in Noord-Afrika? Nog maar een paar jaar geleden net te gênant, nu gemeengoed in het politieke discours. De nieuwe Italiaanse regering doet al wat niemand tot voor kort voor mogelijk hield: schepen met migranten keihard de toegang weigeren. En in Rome gaat het opeens ook over het tellen van Roma-zigeuners, met het idee ze over de grens te zetten als ze geen Italiaans paspoort hebben. „Gisteren de vluchtelingen, vandaag de Roma en morgen pistolen voor iedereen”, zo beschreef oud-premier Paolo Gentilone op Twitter de glijdende schaal waarop zijn land terecht is gekomen.

Lees ook: Wat Stéphane Alonso het meest bijbleef van zijn correspondentschap

De EU is alleen vooruit te branden als het écht crisis is, klinkt het vaak. Dat klinkt geruststellend: hoe groter de crisis, hoe groter de kans dat er een oplossing komt. Maar breekt er dan nooit een – onvoorstelbaar – moment aan dat de rek er uit is?

Eurocommissaris Frans Timmermans (Fundamentele Rechten) waarschuwde onlangs in het Europees Parlement voor „de val van de Faustiaanse deal” – het idee dat je problemen kunt oplossen „door anderen een stukje van hun menswaardigheid af te pakken”. „Als het respect voor rechtsstaat en mensenrechten niet langer een essentieel onderdeel is van onze Unie dan verliezen we uiteindelijk de EU zelf, en dat is een prijs die veel te hoog is.”

Toen ik vijf jaar geleden in Brussel aankwam was ik te laat. Nu zegt iedereen: je vertrekt te vroeg, nu wordt het pas écht spannend. Ik hoop opnieuw dat het niet klopt.

Van mijn overgrootvader Gonzalo heb ik alleen een handgeschreven papiertje. Een bestelbon uit 1922, opgesteld in opdracht van Café de Paris, een niet meer bestaande, maar in die jaren populaire bar in Zamora met een voor het slaperige provinciestadje ongebruikelijk kosmopolitische naam. De café-eigenaar wil 24 flessen sherry van het merk Inocente. Onschuldig. In het Europa van toen kon Gonzalo niets overkomen.

    • Stéphane Alonso