Een streep onder het gastijdperk

Groningen

De staat en de NAM hebben hun scheidingspapieren getekend. Maar ze blijven nog tot in lengte van jaren tot elkaar veroordeeld.

Maandag is het zover. Dan is het precies 55 jaar geleden dat in Hilversum de eerste Nederlandse woningen op het gasnet werden aangesloten. Op 2 juli 1963 had een noordoostelijke wijk in Hilversum de landelijke primeur.

Het is het begin van het Nederlandse gastijdperk. In de jaren na de ontdekking van het grote Groningse gasveld bij Slochteren krijgt vrijwel elk huis in Nederland een verplichte gasaansluiting. Ondertussen loopt de staatskas vol en wordt de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat mogelijk.

Een halve eeuw later volgt een nieuwe transitie. Afgelopen woensdag durfde het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) het voor het eerst te zeggen: wellicht moeten we gaan denken aan een gasverbod. De tijden zijn veranderd; gas wordt niet meer geassocieerd met welvaart en gemak, maar is vooral fossiele energie die een hele provincie laat beven. Eind maart kondigde het kabinet aan dat de gaswinning vóór 2030 naar nul zal gaan. Een historisch besluit, dat het begin van het einde van het gastijdperk markeert. Wat betekent dat voor de staat, Groningen, Shell en ExxonMobil?

Maandag presenteerde minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) het langverwachte akkoord dat hij sloot met de twee moederbedrijven van gaswinner Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM). Tijdens de maanden durende onderhandelingen zal het inzicht zijn gegroeid dat de overheid en de NAM ook in de laatste jaren van het Groningse gas tot elkaar veroordeeld zijn. Want al wordt er over tien jaar bijvoorbeeld nog maar 1 miljard kubieke meter gas gewonnen (nu 21,6 miljard), dat zal dat toch door de NAM gedaan moeten worden.

Tegelijkertijd weet de NAM dat de overheid inmiddels meer is dan de verlener van de concessies en het loket waar een groot deel van de winst wordt ingeleverd. Onder verantwoordelijkheid van Den Haag vinden de komende jaren het herstel van de schade en de noodzakelijke versterkingsoperaties plaats. Ook de herontwikkeling van de provincie zal mede door de nationale politiek worden vormgegeven.

Plotseling transparant

In de laatste fase past ook de plotselinge hang naar transparantie. Symbolisch bracht minister Wiebes het geheime contract van 1963 naar buiten waarin onder meer de winstverdeling werd geregeld. Ook de nu gemaakte afspraken zijn grotendeels openbaar. Nu de Groningse gaswinning in de laatste twaalf jaar alleen maar verliezers zal kennen, is die transparantie wel zo veilig: iedereen kan nu zien wie welke verantwoordelijkheid neemt. In 2015 noemde de Onderzoeksraad voor de Veiligheid ‘het gasgebouw’ nog een gesloten bolwerk, „gericht op consensus”, waar de buitenwereld geen zicht op had.

De moederbedrijven van de NAM gaan er nu mee akkoord – zo werd maandag duidelijk – dat voor zo’n 70 miljard euro aan gas in de bodem blijft zitten. Om de NAM overeind te houden zodat zij kan blijven meebetalen, wordt de verdeling van winsten en kosten veranderd. Van elke euro aan gaswinst gaat niet meer 90 maar 73 cent naar de schatkist. En de staat neemt voortaan niet 64 maar 73 procent van de kosten voor zijn rekening.

Uit alles blijkt dat er geen winnaars meer zijn. De grootste verliezers zijn natuurlijk die Groningers die al jaren met angst hun kinderen in bed leggen en door de waardedaling van hun huizen geen kant meer op kunnen. Ook de staat en de NAM voelen zich geen winnaars meer. Groningen wordt geleidelijk aan een kostenpost.

Lees ook: Een ramp kan ervoor zorgen dat het openbaar bestuur flink op de schop gaat. Maar na de aardbevingen in Groningen blijft alles „bij het oude”.

Maar dat is nu. Sinds de jaren zestig heeft de schatkist zo’n 280 miljard euro aan gasbaten ontvangen. Ook de verdiensten voor Shell en ExxonMobil liepen vermoedelijk in de tientallen miljarden, al is het exacte bedrag nooit gepubliceerd.

Dertig jaar geleden bracht het gas 10 miljard euro per jaar op, 10 procent van de overheidsinkomsten. Nu resteert zo’n 2 miljard euro, iets meer dan een half procent van de staatsinkomsten. En dat wordt snel minder, ook al door de nieuwe afspraken rond de winstverdeling, waardoor de schatkist de eerste jaren 200 tot 300 miljoen euro misloopt. En ook na 2030 blijft de aansprakelijkheid van de NAM intact. „Tot in lengte van jaren”, aldus Wiebes.

Natuurlijk is het financiële deel maar een deel van het verhaal. De aanleiding voor het besluit van Wiebes is immers de (veiligheids)situatie in Groningen en de maatschappelijke onrust.

Daar kent de afwikkeling nog volop complicaties. Zo is er allereerst het fonds van 1 miljard euro voor „toekomstperspectief” in Groningen. De staat en de NAM storten daar beide tot en met 2029 geld in, bedoeld voor bijvoorbeeld de leefbaarheid in dorpen, het omscholen van personeel en de energietransitie. Dat klinkt weinig controversieel, maar in de provincie leeft de vraag of zo’n miljard niet heel snel op is – ook omdat het over tien jaar wordt uitgesmeerd. Groningen wil de 1 miljard niet aannemen om daarna niks meer te mogen zeggen.

En dan is er de versterkingskwestie. Wiebes presenteerde zijn gasbesluit eind maart als het wegnemen van de oorzaak van alle problemen: het wordt veiliger, er zal minder ingrijpend versterkt hoeven te worden. Dat viel goed in de regio: de kritiek op de omvang van de versterkingsoperatie nam de laatste tijd toe. Duizenden huizen in het gebied zouden ingrijpend aangepakt moeten worden – vaak zelfs gesloopt – zodat bewoners levend hun huis uit kunnen komen bij een zware beving.

Daarna sloeg de stemming snel om. Wiebes wilde tijdelijk wachten met versterken totdat de gevolgen van zijn besluit voor de veiligheid duidelijk waren. Zo kon je toch onnodige sloop vermijden en niet bij de verkeerde huizen beginnen? Wiebes besloot ook te stoppen bij circa drieduizend huizen waar het langdurige proces van inspectie al liep of zelfs was afgesloten. Dat ging lokale bestuurders veel te ver: zij verbraken het contact met de minister. „De glans van het besluit om naar nul te gaan is helemaal weg”, zei vertrekkend burgemeester van Loppersum Albert Rodenboog vrijdag in NRC.

Lees hier het interview met de burgemeester van Loppersum: “Die boeven hebben er gewoon maximaal gas uit gehaald”

Zicht op ontknoping

Nu de veiligheidsrapporten na drie maanden binnendruppelen is het de vraag of er zicht is op een ontknoping. Woensdag presenteerde het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) zijn bevindingen naar de gevolgen van het besluit van Wiebes. Volgende week komt de Mijnraad die de oordelen van TNO en KNMI (nog niet openbaar) en die van de SodM bundelt. Het SodM-rapport blonk op papier uit in duidelijkheid: de versterkingsoperatie kan kleiner, maar er blijven ongeveer vijfduizend risicovolle huizen die per direct aangepakt moeten worden. Daar zit een kwart bij van de 3.000 huizen waar de regio en het Rijk zo’n hoog oplopend conflict over hebben.

Toch kunnen beide partijen dat aangrijpen om hun eigen standpunt te verdedigen. Enerzijds kan je zeggen: de versterking had nooit mogen stoppen, we hebben onnodig gewacht met deze huizen, een kwart blijkt immers onveilig. Anderzijds: het is goed dat we gepauzeerd hebben, veel huizen blijken veilig en zouden onnodig aangepakt worden, terwijl de prioriteit bij andere huizen moet liggen. Als Wiebes vasthoudt aan het laatste argument, zal de regio daar niet blij mee zijn en blijft de kwestie nog een tijd dooretteren.

Overigens is ook daarna ‘Groningen’ niet zomaar voorbij. Het wordt inderdaad veiliger, zei het SodM op woensdag. Maar de Groningse bodem blijft, ondanks talloze berekeningen, een ongekend moeilijk te interpreteren fenomeen. Een zware beving is ook de komende jaren niet uit te sluiten. De kans op een klap van meer dan 4 op de schaal van Richter blijft gewoon bestaan, ook zonder gaswinning. „We zijn in de eindfase van het Groninger-veld gekomen”, zei Wiebes maandag. Die eindfase, na 55 jaar gaswinning, gaat decennia duren.

    • Milo van Bokkum
    • Erik van der Walle