Opinie

    • Luuk van Middelaar

De slakkengang van de bankenunie

Precies zes jaar geleden vond dé beslissende top uit de eurocrisis plaats. Net als nu viel het EU-treffen samen met een groot voetbaltoernooi, het EK 2012. Even weggeglipt uit de vergaderzaal met regeringsleiders keek ECB-president Mario Draghi, samen met het keukenpersoneel van de Raad, hoe Italië in de halve finale Duitsland versloeg; de winnende goal kwam van een andere ‘super-Mario’, spits Balotelli. De symboliek ontging de Italiaanse pers niet: op menige voorpagina de dag erna trapte de stervoetballer niet de bal in het doel, maar het hoofd van Merkel – ongeveer zoals dezer dagen de parallellen tussen opkomst en neergang van trainer Joachim Löw en Angela Merkel onweerstaanbaar zijn.

Voorjaar 2012 leek de eurozone te bezwijken. Spanje en Italië stonden onder grote marktdruk. Samen met Frankrijk zetten zij Duitsland onder druk om meer solidariteit te tonen. In de nacht van 28 op 29 juni ontstond een productief compromis. Geen wederzijds ‘nee’, maar een dubbele doorbraak. Er kwam én meer discipline naar noordelijke wens (centraal bankentoezicht) én meer solidariteit naar zuidelijke wens (banken-in-nood mochten uit noodfonds putten). Boodschap aan markten: wij doorbreken de vicieuze cirkel tussen zwakke banken en zwakke overheden. Boodschap aan kiezers: Noord en Zuid committeren zich aan een gedeelde toekomst.

Enkele uren na dit nachtelijke besluit, net voor aanvang van de vrijdagse slotsessie van de top, stapte de ECB-bankpresident het kantoor van Europese-Raadsvoorzitter Van Rompuy binnen. „Herman”, zei Draghi opgelucht, „besef je wat jullie vannacht hebben bereikt? Dit is de game-changer die we nodig hebben.” Het besluit van regeringsleiders schiep de opening die hìj nodig had voor een grotere rol in het crisisbeheer. Eind juli 2012 zei Draghi in Londen dat zijn instelling „whatever it takes” zou doen om de euro te redden; kort erna beloofde de ECB „onbeperkte maar voorwaardelijke” bijstand aan landen onder marktdruk. Dit programma schrikte speculatie tegen de euro effectief af. De combinatie van bankenunie en ECB-actie bedwong zomer 2012 de eurocrisis. De munt bleef.

Sindsdien ligt het stil. Er werden geen fundamentele hervormingen voor de eurozone doorgevoerd. Ja, in 2015 is nog fel gestreden over Griekenland, maar de architectuur bleef gelijk. De bankenunie schoot flink op, maar is niet voltooid. Er is centraal toezicht op de grote eurozone-banken plus centrale ‘afwikkeling’ bij faillissementen, maar het sluitstuk – een Europees depositogarantiestelsel voor spaarders – blijft buiten bereik. Het Noorden, bang op te draaien voor zwakke zuidelijke banken, redeneert: „Eerst risicovermindering, dan risicodeling”, terwijl het Zuiden dit gelijktijdig wil. De Eurotop deze vrijdag, bedoeld als doorbraak, komt niet verder dan stilstand of slakkengang. Toch durven ook Duitsland en Nederland het commitment aan voltooiing van de bankenunie, met ooit een garantiestelsel, niet in te trekken. Het gezag van dat bankenbesluit 2012 bij de markten is te groot.

De deal van 2012 verheldert waarom de Franse president Macron weinig steun krijgt voor zijn eurozone-begroting, en op door minister Hoekstra georganiseerd verzet van kleine landen stuit. Frankrijk zegt, net als veel economen: de muntunie is niet berekend op schokken; ze ontbeert een ‘stabilisatiefunctie’. Maar er is geen crisis die tot besluiten dwingt, dus klinkt het vanuit het Noorden: vandaag overbodig, dus liever niet. Ook lijkt het Franse voorstel op vragen zonder geven; op meer solidariteit zonder tegenhanger in meer discipline.

Toch geldt net als zes jaar geleden dat de muntunie een politiek samenlevingsverband is waarin je niet op elke vraag van een belangrijke partner eindeloos ‘nee’ kunt zeggen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies. (Leiden, Louvain-la-Neuve).
    • Luuk van Middelaar