De sekse-ongelijkheid in het verwijzen naar achternamen

Psychologie

Iemand louter bij de achternaam noemen, verhoogt diens status. En bij vrouwen doen we dat niet.

Frankrijk gaf in 1967 deze postzegel met Marie Curie erop uit, ter gelegenheid van haar geboorte honderd jaar eerder. Foto iStock.

Einstein. Obama. Hemingway. Die mannen hebben voor het grote publiek geen voornaam of verdere introductie nodig. Maar Woolf? Curie? Albright? Bij beroemde vrouwen klinkt zo’n losse achternaam minder gebruikelijk. Dat is een systematisch verschil in hoe we over mannen en vrouwen praten, laten psychologen van Cornell University zien in een artikel in PNAS (26 juni). En dat verschil zou weleens kunnen bijdragen aan de sekse-ongelijkheid in vakgebieden met een hoge status, zoals wetenschap, politiek en kunst. Want als naar iemand verwezen wordt met louter de achternaam, zijn mensen geneigd te denken dat diegene dus wel beroemd en belangrijk zal zijn. Het werkt statusverhogend.

Rate my Professors

De psychologen deden een reeks tests waarin het verschil in hoe er over mannen en vrouwen wordt gesproken steeds duidelijk naar voren kwam. In bijna 4.500 commentaartjes op de website Rate my Professors, waar Amerikaanse studenten hun docenten beoordelen, werden mannelijke docenten bijvoorbeeld in zo’n 40 procent van de gevallen louter bij hun achternaam genoemd en vrouwelijke docenten in 25 procent van de gevallen (dus zonder voornaam, prof., dr., meneer of mevrouw).

In een ander experimentje moesten op internet geworven proefpersonen droge informatie over een fictieve wetenschapper in een lopend verhaaltje beschrijven: ‘Douglas Berson’ werd ruim vier keer zo vaak ‘Berson’ genoemd als ‘Dolores Berson’. Door mannen én vrouwen.

En in 336 fragmentjes uit vijf verschillende, politiek diverse Amerikaanse radioshows uit 2014 en 2015 refereerden de journalisten en deskundigen meer dan twee keer zo vaak aan mannen als aan vrouwen met alleen de achternaam. Het verschil bleef significant nadat alle verwijzingen naar Hillary Clinton uit de data waren verwijderd; zij gebruikte haar voornaam zelf in haar campagne, mede om zich van haar man Bill te onderscheiden. Er werd trouwens sowieso veel vaker over mannen dan over vrouwen gesproken, op de radio (7.849 keer tegenover 1.723 keer).

Er werd sowieso vaker over mannen dan over vrouwen gesproken op de radio

Beroemd of invloedrijk

Proefpersonen die via internet namen van bestaande, beroemde mensen voorgelegd kregen (zoals die uit de eerste alinea van dit stukje) waren ook meer geneigd hen louter bij de achternaam te noemen als het mannen waren, én naarmate de proefpersonen hen invloedrijker vonden. Dat laatste werkt twee kanten op, lieten de Cornell-psychologen zien. Andere proefpersonen die via internet een fictief onderzoeksvoorstel te lezen kregen, beoordeelden de onderzoeker die daarin louter bij de achternaam genoemd werd als bekender en beter dan de onderzoeker bij wie ook de (genderneutrale) voornaam werd genoemd. Een onderzoeker die louter bij de achternaam genoemd wordt, zou ook meer prijzengeld waard zijn, vonden proefpersonen.

Dat laatste kun je natuurlijk niet één-op-één naar de werkelijkheid vertalen: in de wetenschap worden onderzoekers door elkaar beoordeeld, niet door willekeurige belangstellenden uit het grote publiek. Maar de psychologen laten er wel mee zien dat de praktijk om mannen vaker dan vrouwen louter bij de achternaam te noemen die mannen vaker op een voetstuk plaatst. Niet per se met opzet: beroepen met een hoge status worden van oudsher gedomineerd door mannen, waardoor mensen het waarschijnlijk bewust of onbewust vaker nodig vinden om het duidelijk te maken als het onverwacht een keer over een vrouw gaat.

    • Ellen de Bruin