Bange Amerikanen op zoek naar het eigen gelijk

Verenigde Staten

Afzwaaiend correspondent Guus Valk reist in Arizona langs enclaves van gelukzoekers die de Amerikaanse samenleving afwijzen. ‘Het montere optimisme in Amerikanen, dat ik zo ben gaan waarderen, komt voort uit een diepgewortelde angst.’

Modelstad Arcosanti in Arizona. Foto’s Andrew Moore

Als je niet goed oplet, reis je het Paradijs zo voorbij. Vanaf Phoenix, Arizona, ligt het honderd kilometer noordwaarts, dwars door een hete woestijn. Naast de snelweg loopt een onopvallende hobbelweg van stof, zand en losse stenen. Volg die weg en na vier kilometer doemt een mysterieuze verzameling gebouwen op, tegen een uitgesleten rivierdal.

Dit is Arcosanti. Hier begon de architect en Italiaanse migrant Paolo Soleri (1919-2013) in 1970 te bouwen aan zijn droomstad: een toevluchtsoord voor Amerikanen die genoeg hebben van het consumentisme. Arcosanti werd opgetrokken uit materiaal dat toevallig voorhanden was: zand, hout, klei. Soleri liet cypressen en olijfbomen planten die hem aan zijn geboorteland deden denken. De terrassen en nauwe straten ogen deels Italiaans, deels science fiction.

De Amerikaanse staat Arizona, in het zuidwesten, is uitgestrekt, leeg en grotendeels vrij van overheidsbemoeienis. Het is een staat voor dromers. Van oudsher trekken Amerikanen ernaartoe om hun Utopia te vinden. De trek westwaarts staat voor een belofte, een nieuw begin.

Het idee om naar Arizona te gaan ontstond in 2013. Ik las een bericht van Associated Press over een jong echtpaar uit Prescott Valley, dicht bij Arcosanti. Sean en Hannah Gastonguay hadden op een dag genoeg van „de controle door de overheid”. „Abortus, homoseksualiteit. De staat controleert de kerk”, zei Hannah Gastonguay. Ze moesten belasting betalen, terwijl ze tegen Barack Obama waren. Dat vonden ze oneerlijk.

Sean en Hannah Gastonguay besloten „te vertrouwen op het geloof” en zelf op zoek te gaan naar het Paradijs. Ze kochten een boot, namen zijn vader en twee kleine kinderen mee en zeilden de Stille Oceaan op. Hun einddoel: het geïsoleerde eiland Kiribati, of waar God hen ook maar hebben wilde. Na 91 dagen werd het dolende schip opgepikt door een Venezolaanse vissersboot. De familie, die al weken leefde op een uitgedunde voorraad sap en honing, werd in Chili aan land gezet. Het laatste bericht is dat ze weer in Arizona wonen, en broeden op een nieuw plan.

Naar de sterren kijken

Dit geloof in Utopia, en het vertrouwen dat het paradijs bereikbaar is, kom je overal in Arizona tegen. De staat zit vol religieuze sekten, libertaire eenlingen en ‘soevereine burgers’ die niets van de landelijke overheid moeten hebben – en zich zwaar bewapenen. Honderdduizenden Amerikanen vestigden zich hier in een camper of afgelegen hutje, off the grid, meestal zonder elektriciteit en stromend water.

Zo ook Paolo Soleri. Hij zag een nieuw soort stad voor zich, met vijfduizend mensen. Het werden er circa honderd, maar Arcosanti is een architectonisch wonder. Grote gebouwen zijn gebouwd als halve koepels, met zicht op het zuiden, waar de wind vandaan komt. Zo is er geen airconditioning nodig. Futuristische appartementen kijken uit op een amfitheater. De koepel van het theater is aangelegd in terrasvorm, zodat je er ’s nachts op kan klimmen om naar de sterren te kijken.

Jeff Stein, een lange, slanke zestiger, is de facto burgemeester. Zes jaar geleden was hij nog hoogleraar architectuur in Boston. Maar hij kreeg genoeg van de stad. Hij wilde, zoals hij zelf zegt, „Amerika ontvluchten en opnieuw overdenken”. Op een dag klom hij op zijn motor en reed dwars door Amerika naar Arcosanti.

Jeff Stein, de ‘burgemeester’ van modelstad Arcosanti in Arizona. Foto’s Andrew Moore

Paolo Soleri maakte tientallen gedetailleerde schetsen voor alternatieve modelsteden. Jeff Stein laat me in zijn kantoor de maquette zien van een utopische stad die Soleri in Siberië wilde bouwen: één groot complex met kassen, koepels en appartementen voor twintigduizend mensen. Die droom is nooit uitgekomen. Alleen in Arizona kon Soleri zijn plannen verwezenlijken.

Bronsgieterij

De koepel van het amfitheater in de modelstad Arcosanti in Arizona. Foto Andrew Moore

Klokslag twaalf begint de lunch. Tientallen twintigers scheppen zwijgend hun borden vol met taco’s, salade en bonen. We eten aan een lange tafel. Ik vraag hen waarom ze naar Arcosanti trokken. Ze vertellen over hun vroegere leven, in New York, Los Angeles, Philadelphia. Een meisje van ongeveer twintig kon haar studie niet meer betalen, een jonge man raakte gedeprimeerd door het giftige politieke klimaat, een jonge Brit raakte overprikkeld door het stadsleven. „De ruzies, de verdeeldheid, ik kon er niet meer tegen. Hier vond ik rust.”

In Arcosanti heeft iedereen werk. De een maakt wc’s schoon, de ander kookt, weer een ander leidt toeristen rond of giet brons. Iedereen verdient tien dollar per uur, het wettelijk minimumloon in Arizona. Geld wordt verdiend met de verkoop van aardewerk en bronzen ketels, kunstwerken en schalen. Er is een miniparlement van zeven inwoners, elk jaar opnieuw gekozen, dat elke week samenkomt.

„Deze plek is een sociaal experiment”, zegt Jeff Stein, terwijl hij door de bronsgieterij en pottenbakkerij wandelt. „Ik zie Arcosanti als een antwoord op alles wat er mis is in Amerika. Mijn generatie, we fucked up. We verbruiken alle fossiele brandstoffen, we hebben het land overgegeven aan politiek tribalisme. Amerika is vervuild en verdeeld, het land is onleefbaar geworden.”

Vrijwel alle Amerikanen die ik de afgelopen zeven jaar als correspondent sprak, zijn ontevreden over hun land, en over hun eigen leven

Phoenix, de stad die het dichtst bij Arcosanti ligt, heeft alles wat Jeff Stein tegenstaat: eindeloze strip malls, lange rijen winkels met parkeerplaatsen ervoor, en ‘McMansions’, suburbane, eenvormige huizen met privézwembad. Phoenix is gebouwd voor de auto. „Als daar twee dagen de stroom uitvalt, is de stad ten dode opgeschreven.”

Tent City

Vrijwel alle Amerikanen die ik de afgelopen zeven jaar als correspondent sprak, zijn ontevreden over hun land, en over hun eigen leven. Ze hebben daar ook alle reden toe. Amerika is allang geen belofte meer. Het idee dat Amerika anders is dan de klassenmaatschappijen in Europa is begraven. Welvaartsgroei is vrijwel alleen voor de rijkste Amerikanen weggelegd. Wie het kan betalen, stuurt zijn kinderen naar een goede school, gaat naar een goede dokter, woont in een goede wijk.

Guus Valk reisde de afgelopen anderhalf jaar geregeld naar Fulton County, waar Trump ruim 84 procent van de stemmen haalde. ‘Die stem op Trump was onze middelvinger naar de wereld’

Tegelijk zijn Amerikanen onverwoestbaar optimistisch over hun eigen toekomst. Geluk is altijd bereikbaar, en als het hier niet lukt, dan elders wel. Ik hoorde het in Tent City in New Jersey, waar daklozen samenwonen in een bos. In een wachtkamer voor onverzekerde patiënten in San Francisco. Ik zag het in de McDonald’s van Fulton County, een achtergebleven industriegebied in Pennsylvania. „Hopeloos? Hoe bedoelt u?” De Amerikanen die ik sprak, zouden een bedrijf beginnen, de loterij winnen, verhuizen. Altijd was er een plan. De Amerikaanse Droom is maar voor de helft dood: Amerikanen doorzien de mythe van de egalitaire Nieuwe Wereld, maar betrekken dat besef niet op zichzelf.

Alexis de Tocqueville, de Franse schrijver en diplomaat, zag het al in de eerste helft van de negentiende eeuw. In zijn reisverslag Over de democratie in Amerika noemt hij Amerikanen „rusteloos temidden van overvloed”. Hij schreef: „Een Amerikaan zal een huis bouwen om oud in te worden, en verkoopt het al voordat het dak erop zit. Hij legt een tuin aan en verhuurt die zodra de bomen vrucht dragen. Hij begint te werken en neemt weer ontslag, vestigt zich ergens en gaat snel ergens anders heen, omdat het toch weer anders moet.”

Alleen „de dood”, schrijft Tocqueville, „houdt hem uiteindelijk tegen, voordat hij het zinloze streven naar het ultieme geluk, dat hij altijd misloopt, zat is geworden”.

Zo blijven Amerikanen hun leven lang op zoek, gedreven door anekdotisch bewijs over mensen die in armoede opgroeiden en later miljonair werden. Politicoloog Robert Putnam, de belangrijkste denker over de Amerikaanse samenleving, vertelde me eens bij hem thuis hoe hij in de jaren vijftig op school leerde: „De weg naar welvaart, eer, nut en geluk is open voor allen.” Die mythe is er eeuwenlang ingepompt, zei Putnam.

In Arcosanti hoor je dezelfde afkeer van het land dat het paradijsje omringt. Jeff Stein vertelt over de keer dat hij de Republikeinse senator en oud-presidentskandidaat John McCain probeerde te interesseren voor zijn plannen om steden duurzamer te maken. Dat was in 2008, hij was nog hoogleraar. McCain kent Arcosanti, zijn ranch ligt vlakbij.

Er werd een ontmoeting met een hoge adviseur van McCain gearrangeerd, die Stein beleefd aanhoorde. Na een tijdje kapte ze het gesprek af. „Weet u,” zei ze, „steden zijn niet interessant voor ons. Onze kiezers zitten op het platteland. Waarom zouden we iets voor stedelingen doen als ze toch niet op ons stemmen?” Door dit gesprek verloor Stein zijn vertrouwen in politiek.

Maar de buitenwereld is nooit ver weg voor de inwoners van Arcosanti. Tijdens de financiële crisis van 2008 stortte de verkoop van brons, aardewerk en groente in. De stichting die de stad beheert, moest tientallen medewerkers ontslaan. De boerderijen zijn gesloten. Arcosanti kan nooit helemaal zelfvoorzienend worden. „Ik haat het woord Utopia”, zegt Mary Hoadley, een bewoner van het eerste uur met spierwit haar. „Dat suggereert perfectie. Die hebben we nooit bereikt. Wij maken er onder imperfecte omstandigheden het beste van.”

Eind 2017, toen de hashtag #MeToo tot talloze verhalen van seksueel misbruik leidde, schreef de dochter van Paolo Soleri, Daniela Soleri, in een blog dat ze als kind seksueel misbruikt was door haar vader. Ze groeide met haar vader op in Arcosanti, en werkt nu als onderzoeker bij milieustudies aan de Universiteit van Californië in Santa Barbara. Ze schreef dat het misbruik voortkwam uit „hoogmoed en isolement” van haar vader. Paolo Soleri had zich in Arcosanti teruggetrokken als een miskend genie. Hij trok mensen aan die „verenigd werden door mooie idealen in plaats van materieel geluk”, maar die langzaam alleen nog „hun toewijding aan hem” deelden.

Lees meer over #MeToo in ons dossier

Soleri was al vier jaar dood toen zijn dochter de open brief schreef. Burgemeester Jeff Stein van Arcosanti schaarde zich achter haar. Hij roemde de „creatieve intelligentie” van de architect, maar zei ook dat diens narcisme hem belette „discipline te tonen en misbruik tegen te gaan”.

Het eigen gelijk

Wat de inwoners van Arcosanti doen, zich afzonderen, doen veel andere Amerikanen ook. In de kern verschilt deze kunstmatige samenleving niet van New York, Washington, San Francisco of het platteland van Kansas. Gelijkgestemden zoeken elkaar op. Wie afwijkt, vertrekt. Een overgrote meerderheid van de Amerikanen woont achter de hoog opgetrokken muren van het eigen gelijk.

In het debat over ‘bubbels’ gaat het altijd over online gedrag: gebruikers krijgen via algoritmen alleen berichten te zien die hun opvattingen bevestigen. Maar het echte probleem zit ergens anders: Amerikanen kénnen simpelweg steeds minder mensen met een afwijkende mening. Conservatieven wonen op het platteland, progressieven wonen in de steden.

In mijn woonplaats Washington haalde Donald Trump in 2016 maar 4 procent van de stemmen. Mijn buren en vrienden kijken naar Rachel Maddow op de linkse zender MSNBC, lezen de progressieve Washington Post, negeren de ‘rode’ plattelandsgebieden buiten de stad. In de straten rondom de woning van vicepresident Mike Pence hangen nog altijd tientallen regenboogvlaggen, als stil protest tegen de diep-religieuze indringer uit Indiana.

Is dat zo anders dan Arcosanti? Washington, de hoofdstad van alle Amerikanen, is een paradijs geworden voor progressieve hoogopgeleiden. Wat er buiten de stad gebeurt, interesseert ze niet. Ik zal nooit vergeten hoe op een buurtborrel een buurvrouw haar ouders meenam, die op bezoek waren uit Virginia. Ze had vooraf gewaarschuwd: het zijn Trump-stemmers. De andere aanwezigen weigerden ook maar één woord met het echtpaar te wisselen.

Sneeuwvlokje

Een paar uur rijden ten oosten van Arcosanti ligt Snowflake, vernoemd naar Snow en Flake, twee mormoonse pioniers die het stadje in 1878 stichtten. De term is een begrip geworden in het huidige politieke klimaat. Hij staat voor het stereotiep van de snel gekwetste, het sneeuwvlokje, bang geconfronteerd te worden met een afwijkende mening. Vooral op universiteiten hoor je het veel. De naam van dit stadje had niet toepasselijker gekund.

Ik passeer een rij brievenbussen en zie dan vijf kilometer vrijwel niets, behalve enkele tientallen kleine huizen, die ver uit elkaar liggen. Sommige zijn omringd door hekken, of er staan bordjes: ‘Toegang verboden!’ De meeste huizen zijn geblindeerd en afgegrendeld. Er lijkt op het eerste gezicht niemand te leven.

Snowflake is Utopia voor de allerdiepst gekwetste zielen in de Verenigde Staten. De mensen die aan de buitenrand van het stadje wonen, zeggen dat zij niet tegen de moderne tijd kunnen. Ze kampen met mysterieuze ziektes, zeggen ze, veroorzaakt door straling van telefoons, door wifi, door bestrijdingsmiddelen, door bleekmiddel, door kleren, door elektriciteit. Alleen hier kunnen ze ademen. Alleen hier worden ze begrepen.

De inwoners van Snowflake zeggen dat zij niet tegen de moderne tijd kunnen. Ze kampen met mysterieuze ziektes, veroorzaakt door straling van telefoons, wifi, elektriciteit. Foto Mae Ryan

Ik klop aan bij een klein, vrijstaand huis. De ramen zijn afgeplakt met aluminiumfolie. Een man van rond de vijftig doet open. Hij heet John Russin, draagt een honkbalpet, T-shirt en rafelige spijkerbroek. Als hij zich omdraait, zie ik een revolver in zijn achterzak. Russin is wantrouwig. Hij krijgt nooit bezoek, zegt hij, behalve de buurvrouw die voor hem alle boodschappen doet. Ze haalt ook de post, want de brievenbus is vijf kilometer lopen. Russin heeft geen auto. Hij is de afgelopen jaren zeven keer met de bus geweest. Maar liever doet hij dat niet, want hij werd vijf keer ziek, ook als hij een mondkapje droeg.

Amerika is genadeloos voor John Russin, en niet alleen vanwege de overdonderende leegte van Arizona. Hij was ingenieur in Ohio, maar raakte door een ongeluk met een vrachtwagen arbeidsongeschikt. Zijn tweede huwelijk mislukte. Hij werd ziek van de straling van zijn computer, van de verf en schoonmaakmiddelen in winkels en restaurants. Sinds 2012 woont hij in Snowflake.

Artsen weigerden zijn „chemische sensitiviteit” te zien, zegt Russin. Met een microscoop deed hij zelf onderzoek naar zijn bloed. Hij zag wormpjes, zegt hij. Nu weet hij dat hij vol zit met infecties, en dat hij van de buitenwereld niets te verwachten hoeft. Hij sloeg op de vlucht voor de overheid. De verplichte zorgverzekering die Barack Obama invoerde, ‘Obamacare’, vindt hij een ramp. „Artsen worden er rijk van, en je mag niet meer zelf je dokter kiezen. Ze zijn dol op zieke mensen, dat is handel. Amerika wordt geregeerd door het Grote Geld.”

In Snowflake leeft John Russin met enkele tientallen lotgenoten. Een buurman is allergisch voor computers, wifi en inkt. E-mails laat hij printen en 24 uur drogen. Hij schrijft alleen handgeschreven brieven terug. Een buurvrouw draagt alleen uitgekookte kleren. Parfum, shampoo en schoonmaakmiddel zijn hier niet te vinden.

Een man die e-mails laat printen en 24 uur laat drogen. Foto Mae Ryan

De inwoners van Snowflake vinden hun informatie grotendeels online. Russin las dat Bill Gates de wereld overbevolkt vindt, las dat vaccinaties gevaarlijk zijn, las dat de commerciële media heimelijk samenspannen met de medische sector. „Verbind de stippen, en je ziet aan welk gevaar Amerikanen worden blootgesteld. Donald Trump zag het, hij heeft het over fake news. Geen wonder dat hij zo naar beneden gehaald wordt. Het mag niet gezegd worden.”

Snowflake is een tastbare bubbel, een driedimensionale versie van een besloten Facebook-groep, waar leden elkaar bestoken met links naar stukken die het eigen gelijk bevestigen.

Al sinds de negentiende eeuw, toen de VS opkwam als industriële supermacht, schrijven artsen en psychologen over ‘Amerikaanse Nervositeit’. In de jaren twintig schreef de arts William Sadler dat „de haast, drukte en onophoudelijke gedrevenheid van de Amerikaanse ziel” jonge mensen de dood in dreef. Er kwamen medicijnen om te genezen van deze ziekte, die Americanitis werd genoemd.

De inwoners van Snowflake doen me denken aan het jonge boerengezin in de noordwestelijke staat Idaho, waar ik in 2005, tijdens een rondreis door de VS, heb gelogeerd. Het gezin leefde in een zelfgebouwd huis, in de vorm van een ufo. Er kwam nooit iemand langs. De vader balde zijn vuisten als hij een traumahelikopter zag overvliegen. Nooit zou hij medische zorg van de landelijke overheid accepteren voor zijn gezin, zei hij. Ze spuiten ziektes in je lijf. Op een ochtend was ik mijn tandpasta kwijt. Die hadden ze weggegooid. In tandpasta zit fluoride, legde de moeder uit. Dat snapte ik toch wel? Dat stoppen ze in tandpasta om het IQ van burgers te verlagen.

Totale instorting

Dit is de Amerikaanse paradox: het montere optimisme in Amerikanen, dat ik zo ben gaan waarderen, komt voort uit een diepgewortelde angst. Hun zoektocht naar Utopia is een vlucht uit Dystopia. De angst voor een totale instorting van het land is een belangrijke drijfveer. Een dystopie, Atlas Shrugged van Ayn Rand uit 1957, inspireert de conservatieve beweging tot vandaag. Het boek gaat over de strijd tussen een heerser met communistische trekjes en een groep bezorgde burgers. In Rands filosofie, het Objectivisme, is de mens een wezen dat primair uit moet zijn op eigenbelang.

In zijn eerste minuten als president sprak Donald Trump zijn land toe met een dystopisch verhaal. Hij had het over het „Amerikaanse bloedbad”: de criminaliteit, het verval van de positie in de wereld, de immigratie uit Latijns-Amerika. Om er vervolgens aan toe te voegen: „Alleen ík kan dat repareren.”

Trumps campagne werd sterk beïnvloed door Steve Bannon, die gelooft dat de christelijke beschaving wordt bedreigd door moslims, communisten, progressieven, intellectuelen, feministen – alles waar hij tegen is. De angst die Bannon met zijn site Breitbart cultiveerde, was de motor van Trumps succes. Mensen gaan pas op zoek naar Utopia als ze geloven dat ze in Dystopia leven.

De avond valt in Snowflake. De zon zakt achter de bergen, en voor het eerst ziet het plaatsje er schilderachtig uit. John Russin wandelt over zijn erf en wijst naar de huizen in de verte. „Allemaal waren het mensen met goede banen, gezinnen en rijkdom. Maar ze verloren alles. Hier wilden ze opnieuw beginnen. Ik ook.”

Maar evenmin als Arcosanti is Snowflake het paradijs dat de bewoners hoopten te vinden. Ze kunnen elkaar niet helpen. Ze gaan met elkaar de strijd aan, en bepalen een nieuwe pikorde. John Russin zegt dat veel inwoners „aanstellers” zijn, die horen er niet echt bij. Ook Snowflake kent sociale status, die voortdurend bevochten moet worden.

„In anderhalf jaar zijn hier drie zelfmoorden geweest”, zegt Russin. Ik kende die mensen, ze konden geen kant meer op.” Snowflake ligt zo afgelegen dat de inwoners „huisarrest” hebben.

John Russin droomt ervan weer verder te trekken. Maar ja, die infecties. Als het kon, zou hij meteen teruggaan naar Ohio, om zijn oude vader nog eens te zien. En daarna? „Ik ben aan het sparen. Eerst beter worden, en dan weer verder trekken.”

Correctie: in een eerdere versie van dit verhaal stond dat Snowflake een paar uur rijden ten westen van Arcosanti ligt, maar dit moet ‘ten oosten’ zijn. Dit is aangepast.

    • Guus Valk