Recensie

Wat voor kind groeit er precies in de buik van Cedar?

Louise Erdrich Amerika wordt geregeerd door een schimmig bewind en er groeit een kind in de buik van de geadopteerde inheems-Amerikaanse Cedar. Met die uitgangspunten schreef Erdrich (1954) haar meest ambitieuze roman.

Geen van de personages in Louise Erdrichs nieuwe roman Toekomstig huis van de levende god lijkt te weten wat er precies aan de hand is, maar angstaanjagend zijn de omstandigheden waarin zij leven zeker. De evolutie lijkt zich achterwaarts te ontwikkelen, met als gevolg dat zich diersoorten vertonen die al lange tijd uitgestorven waren. Amerika wordt geregeerd door een schimmig bewind met fundamentalistisch-religieuze trekken, informatie is schaars, op tv-schermen doet zich op schijnbaar willekeurige momenten een griezelig orwelliaanse ‘Moeder’ voor, die zelfs kan blijven doorpraten als het toestel wordt kapot gegooid. De vanwege internet al bijna overbodige postbestellers fungeren als informanten en geheime dienst (wellicht een knipoog naar John Updike, in wiens futuristische Naar het einde der tijden de koeriersdienst Federal Express een hoop uitvoerende taken van de regering heeft overgenomen?).

En bijna onvermijdelijk: de aarde warmt onheilspellend op, sneeuw is iets uit het verleden en met 32 graden Celsius is het ongewoon koel op een dag in augustus in de staat Minnesota, waar het boek grotendeels gesitueerd is.

De roman speelt zich af in een op zijn zachtst gezegd ongewisse toekomst, en is deels geschreven als brief van de 26-jarige Cedar Hawk Songmaker aan haar nog ongeboren zoon, die vier maanden in haar groeit als het boek begint. Cedar is, zo denkt zijzelf dan nog en dus de lezer ook, als geboren inheemse van de Ojibwe-stam geadopteerd door de progressieve, veganistische, boeddhistische, blanke Glen en Sera Songmaker.

De handeling komt pas goed op gang na een sensationele scène in het ziekenhuis waar Cedar een echo van haar vrucht laat maken. Wat daarna geleidelijk duidelijk wordt is dat er een ware jacht aan de gang is op zwangere vrouwen die weigeren de geboorte onder ‘gecontroleerde omstandigheden’ te laten plaatsvinden. Cedar houdt zich schuil, slaat op de vlucht en duikt uiteindelijk onder in het reservaat waar ze geboren is en waar men al in een resolute, vergevorderde staat van terugkeer naar de oorspronkelijke zelfheerschappij verkeert.

Het is moeilijk te zeggen waarom de toekomst die Erdrich (1954) schetst minder angstaanjagend overkomt dan hij ongetwijfeld bedoeld is. De sfeer van angst en verraad, de geruchten over marteling en detentie, de mini-drones waarmee iedereen bespied wordt, het wordt alles aangestipt, maar te terloops om huivering op te roepen. De frictie en affectie tussen Cedar en de andere personages blijft ook al zo schetsmatig. Erdrich schrijft beeldend en indringend, zoals we van haar gewend zijn (De duivenplaag!), en tot een slechte roman is ze niet in staat. Maar Toekomstig huis van de levende god (Future Home of the Living God) mag dan haar meest ambitieuze boek zijn, haar beste is het niet.

    • Jan Donkers