Tienduizenden vluchtelingen in de knel in Zuid-Syrië

Aan grens Jordanië

Door hevige gevechten in het zuidwesten van Syrië zitten veel vluchtelingen vast, maar Jordanië wil niet nog meer Syriërs opnemen.

Tienduizenden Syrische vluchtelingen zitten na hevige gevechten in de omgeving van de zuidwestelijke stad Daraa vast in de buurt van de grens met Jordanië. De Jordaanse autoriteiten weigeren de Syrische vluchtelingen echter toe te laten ondanks aandringen van humanitaire hulporganisaties. Ze wijzen erop dat Jordanië al ruim 600.000 vluchtelingen uit Syrië herbergt.

De VN schatten het totale aantal vluchtelingen op 45.000 tot 50.000, onder wie zo’n 20.000 kinderen. Doordat Daraa slechts zo’n 15 kilometer van de grens afligt kunnen vluchtelingen die in zuidelijke richting zijn getrokken geen kant meer op. Ze zouden nu hun toevlucht in een aantal dorpjes hebben gezocht.

Het leger van de Syrische president Bashar al-Assad opende op 17 juni een offensief in de omgeving van Daraa, gesteund door Russische vliegtuigen. Die voerden volgens lokale bronnen woensdag onder meer bombardementen uit op twee en mogelijk zelfs drie ziekenhuizen in Daraa in een gebied dat in handen is van rebellen.

Bij de gevechten zijn sinds het uitbreken van de vijandelijkheden al zeker 46 burgers omgekomen. Ook sneuvelden er 39 opstandelingen en 36 regeringsmilitairen.

De zuidwestelijke regio is een van de laatste gebieden waar nog een aanzienlijke presentie van verzetsstrijders over is, nadat Assad de afgelopen drie jaar met hulp van Rusland, Iran en de Libanese militie Hezbollah een groot deel van het land weer had heroverd. Het was er het afgelopen jaar tamelijk rustig op grond van een internationaal akkoord over zogeheten de-escalatie-zones. Het gebied rond Daraa is er een van.

Daraa geldt als ‘de wieg van de revolutie’, omdat het actieve verzet tegen Assads regime er in 2011 begon. Dat verzet mondde uiteindelijk uit in de huidige burgeroorlog.

De speciale VN-gezant voor Syrië, Staffan de Mistura, waarschuwde woensdag dat de toestand in de stad Daraa op eenzelfde humanitaire ramp dreigt uit te lopen als de langdurige strijd om het voormalige rebellenbolwerk in Oost-Ghouta, onder de rook van de hoofdstad Damascus. Ook zei hij dat de gevechten ertoe zouden kunnen leiden dat het naburige Israël hierbij betrokken zou kunnen raken.

„We ontvangen berichten dat de mensen vluchten terwijl de frontlinie verschuift”, verklaarde Robert Mardini, het regionale hoofd van het Internationale Comité van het Rode Kruis. „We verzoeken de strijdende partijen en de buurlanden om de burgers toegang te verschaffen tot veiligheid en essentiële diensten.”

    • Floris van Straaten