Opinie

    • Ellen Deckwitz

Opruimen

Mijn moeder is verslaafd aan opruimen en ik aan troep maken, en dus is ze al jarenlang bezig om me netter te krijgen. Gisteren is het haar eindelijk gelukt. Het begon met een telefoontje. „Nou Ellie ik heb zo’n leuk boek ontdekt”, gilde ze door de hoorn, „het heet Opruimen voor je doodgaat, en het gaat over een Zweeds gebruik waarbij je al je spullen ordent wanneer je het einde voelt naderen!”

„Probeer je me nu via een omweggetje te vertellen dat je terminaal bent?”

„Nee, nee, maar het is altijd handig toch, de boel op orde te hebben?” Terwijl ze doorratelde over dat het gewoon attent is voor je nabestaanden, ging mijn blik snel door mijn woonkamer. Meteen zag ik al dingen waar ik mijn moeder niet mee zou willen opzadelen, mocht ik eerder doodgaan dan zij. Een blikken trommel van de Fabeltjeskrant vol pikante foto’s van mezelf op tienerleeftijd. En natuurlijk ook niet de verzameling sexy dingen die ik in mijn nachtkastje(s) bewaar.

Mijn neef vertelde jaren geleden over die keer toen hij het huis van zijn voormalig werkgever moest uitruimen. Hij had niemand meer. Ze vonden stapels porno en ook zo’n kunstvagina. Die sinds het laatste gebruik niet was gereinigd. Dat moet je de opruimers niet aan willen doen.

Na te hebben opgehangen maakte ik een rondje door mijn huis. Binnen een kwartier had ik al een berg spullen die mijn achterblijvers niet mogen zien: een stapel dagboeken uit de periode waarin ik veel aan de dood dacht. Een sok vol opgespaarde slaappillen. Een multomap met talloze notities over mijn familie, begonnen toen ik vijftien was. Al hun onhebbelijkheden tot in het kleinste detail in beeld gebracht. De dingen die je je ouders toewenst wanneer je een avond niet uitmocht.

In een van de keukenlaatjes vond ik een zak paddo’s. Een blokje hasj. In mijn boekenkast het anarchistisch kookboek (was een ongevraagd verjaardagskadootje, maar toch). Mijn God, dacht ik, wat zouden ze denken?

En zo had mijn moeder me waar ze me wilde hebben. Voor de avond viel was mijn huis klaar voor de dood. De té ondeugende dingen kieperde ik in een doos met daarop ‘pas op! seks!’. De drugs en dagboeken in een koffer met daarop de naam van mijn beste vriend. Binnen een etmaal was de boel aardig uitgebezemd. Zo, dacht ik. Mocht ik voor mijn ouders komen te overlijden dan hebben ze alleen de góéde foto’s, de juiste herinneringen, de puntgave boekhouding, een stapel Aziatische curiosa. Ik gaf mezelf een dikke schouderklop. Alles wat ook maar een beetje suggereerde dat ik een ondeugd was, had ik uit de weg geruimd, zodat straks het enige menselijke dat van mij rest, een lichaam zal zijn.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz