Recensie

Olga leeft met iets wat niemand hoeft te weten

Bernhard Schlink Soms gaat het geheugen met ons op de loop en verdwijnt de grens tussen werkelijkheid en verbeelding. Dat is om het jezelf makkelijker te maken, zoals lerares Olga doet in Schlinks melancholieke nieuwe roman.

Liegen en bedriegen – dat is een thema waarmee de Duitse schrijver en jurist Bernhard Schlink (1944) goed uit de voeten kan. Een leugentje om bestwil, een uitvlucht uit puur egoïsme, een excuus om de ander te sparen. Je vindt ze allemaal terug in zijn oeuvre. Soms gaat het geheugen, manipulatief en creatief, met ons op de loop. De grenzen tussen werkelijkheid en verbeelding, tussen echt gebeurd en echt gevoeld zijn vaak vloeibaar. ‘Als we liegen om het een ander makkelijker te maken’, zei Schlink ooit, ‘liegen we in wezen omdat we het onszélf makkelijker willen maken. Daar kan een levensleugen uit voortkomen.’

Dat laatste is het geval in Olga, een mooi portret van een sterke, realistisch ingestelde vrouw aan het begin van de 20ste eeuw. Na de vroege dood van haar ouders is haar Duitse grootmoeder vastbesloten de Slavische kant van haar zwijgzame kleindochter uit te vlakken en een echte Duitse van haar te maken. Tevergeefs. Olga zal haar leven lang rustig en vastbesloten haar eigen boontjes doppen. Vinden de leraar en de dominee het onnodig dat ze als meisje een vervolgopleiding doet? Dan maakt ze zich Linnaeus, Faust en Von Humboldt zelf wel eigen. Vinden de rijke ouders van haar grote liefde Herbert haar te min? Dan blijft die liefde zonder boterbriefje intact, een heel leven lang.

Herbert houdt ook van haar, maar hij houdt nog meer van zijn eigen dromen. Hij wil ‘meer dan de velden, het landgoed, het garderegiment, hij wil iets dat er bovenuit stijgt’. Zij wil graag ‘een nieuwe vulpen en een zomerjurk, geld voor een kamer’. En dus gaat hij vrijwillig in dienst om met ‘de koloniale troepen’ de Herero te onderwerpen in ‘Duits-Zuidwest-Afrika’ en reist hij daarna naar Argentinië, Siberië en Brazilië. Hij gaat naar de Noordpool met een expeditie waar hij nooit van zal terugkeren.

Olga wordt lerares in een dorp, onderwijst kinderen, stimuleert de besten door te leren. Van haar hoeft alles ‘niet zo groot’. Strijden tegen haar ondergeschikte positie als vrouw, klimmen op de maatschappelijke ladder – dat is haar genoeg. Haar geliefde schrijft ze brieven die nooit aan zullen komen. Het leven bestaat uit wachten.

Toch zullen Olga’s brieven gelezen worden. Door Ferdinand, de zoon uit een familie waar Olga lang in dienst is geweest. Hij is het die ons haar geschiedenis vertelt, hij ontdekt waar haar brieven – ongeopend – zijn beland. Ook hij vindt zichzelf ‘een doorsnee mens met een doorsnee leven’; chroniqueur zijn van Olga’s leven in de marge van de geschiedenis, is hem genoeg.

Maar wiens leven is hier onbeduidend, dat van Olga’s geliefde, de dromer van grote daden, die naamloos in de plooien van de geschiedenis verdween? Dat van de verteller die Olga’s verhaal voor vergetelheid behoedde? Dat van Olga zelf, die leefde in haar brieven en met haar leerlingen?

In Olga’s correspondentie ontdekt Ferdinand een vrouw die hij niet kende, een persoonlijkheid die ze aan niemand liet zien: haar geheim, de leugen waarmee ze leefde. Net als de hoofdpersoon lijkt ook de roman Olga in eerste instantie melancholiek en weinig avontuurlijk – maar o wee als je tussen de regels leest en achter de schermen kijkt.

    • Margot Dijkgraaf