Recensie

Nine Inch Nails zet de botte bijl in gezelligheid

Rock Hoe onberispelijk Trent Reznor van Nine Inch Nails er aan de buitenkant ook uitziet, binnenin huist het slagveld. De uitverkochte show van zijn industrial rockband Nine Inch Nails was een aanslag op alle zintuigen.

Nine Inch Nails in Afas Live: het ijzige licht verandert bandleden in machinale silhouetten. Foto Peter van der Ploeg

De sfeer is grimmig bij Nine Inch Nails, en dat is precies de bedoeling. Het ijzige, witte licht schijnt van achter het podium recht in de bakkes van de uitverkochte Afas Live en verandert bandleden in anonieme, machinale silhouetten. Voorman Trent Reznor heeft zijn industrial rock graag zo steriel en kil mogelijk en is vast van plan alle zintuigen van zijn toehoorders een flink pak rammel te geven. Hij heeft namelijk geen vrolijke boodschap te verkondigen: de apocalyps komt eraan.

„This is the first day of my last days”, zingt hij in ‘Wish’, zoals altijd smetteloos, alsof er een ingebouwde autotune in zijn keel zit. En toch klinkt hij niet als robot: in zijn nasale klank schuilt eerder wanhoop. De gigantische rookwolken beginnen op te trekken, maar het bombardement aan flikkerende stroboscopen – standje Guantánamo Bay – blijft gewoon doorbeuken, net zoals de decibellen de broekspijpen continu laten wapperen.

Reznor is de Patrick Bateman van de rock-’n-roll. Aan de buitenkant oogt hij – ook op zijn 53ste – slick en onberispelijk. Maar binnenin huist het slagveld, zo verklapt hij in ‘Less Than’: „Shut up, silence, add a little violence.” Nine Inch Nails gedijt bij hetzelfde contrast: hoe swingend, catchy en poppy de gladde coupletten ook zijn, het is altijd weer wachten tot er in het refrein een bijl in je nek landt.

Die spanning is onmogelijk anderhalf uur (en 21 nummers) vast te houden. Het werk van het net verschenen negende album Bad Witch slaat soms dood. En het outro van ‘The Great Destroyer’ wordt nodeloos uitgesponnen met verkrachte samples van – goh! – Donald Trump.

Héél even dreigt het gezellig te worden. Terwijl de verleidelijke groove van ‘Closer’ klinkt, kleurt het licht paars-rood. En als Reznor dan ook nog zijn zwoelste stem opzet, lijkt de Afas Live te transformeren van kille fabriekshal tot dampende nachtclub. Maar helaas: daar is de bijl weer, als de zanger met duivels genoegen kreunt: „I wanna fuck you like an animal.” Het lukt hem om ook het laatste sprankje hoop genadeloos in mootjes te hakken.

    • Frank Provoost