Recensie

Iraanse verfijnde sieraden en aardewerk, millennia oud

Teheran in Assen

Met tweehonderd voorwerpen uit het Nationaal Museum in Teheran toont Drents Museum de geschiedenis van duizenden jaren menselijk vernuft in Iran.

Vergelijk het eens met Europa. Een expositie die aan de hand van gebruiksvoorwerpen en kunstwerken een beeld zou geven van een traditie die reikt van het begin van de beschaving tot in de zeventiende eeuw, zou de aller-oudste idolen die op de Griekse eilanden zijn teruggevonden bevatten, naast schilderijen van Rembrandt. De tentoonstelling die het Drents Museum wijdt aan de kunst van het oude Iran doet iets dergelijks. Alleen ligt het beginpunt daar nog een paar duizend jaar eerder. Van de vroegste uitingen van menselijk vernuft en verbeeldingskracht in bijvoorbeeld aardewerk en een benen fluit uit omstreeks 6000 voor Christus, gaat het naar een rijkversierd handschrift van de koran uit de zestiende en Chinees geïnspireerd porselein uit de zeventiende eeuw.

‘Sprookjesachtige bazaar’

Het Nabije Oosten is dan ook een andere wereld, met een andere kunstgeschiedenis. De presentatie van zoveel duizenden jaren in een selectie van zo’n tweehonderd objecten, vertoont in elk geval meer samenhang dan verwacht.

Toch is het beeld van een ‘sprookjesachtige bazaar in Isfahan’ waarmee het museum de expositie – voorzien van boogconstructies en prints van Perzische tapijten – karakteriseert, goed gekozen. Niet alleen omdat de bezoeker er romantisch kan rondsnuffelen tussen vaak fraai glanzende en verfijnd vormgegeven gebruiksvoorwerpen en sieraden afkomstig uit het Nationale Museum in Teheran. Maar ook weerspiegelt een marktachtige rommeligheid zich in vaak nogal vage dateringen, en komen de duizelingwekkend grote stappen in de tijd bijna sprookjesachtig over. Het is dan ook niet eenvoudig wijs te worden uit de karakteristieken van de producten van opeenvolgende volken die in de loop der tijd het gebied tussen Kaspische Zee en Perzische Golf bewoonden. Het rijk geïllustreerde boek dat bij de expositie verschijnt is behulpzaam.

Gouden beker, 1150-850 v. Chr., Marlik, Nationaal Museum Teheran. Foto Drents Museum / Sake Elzinga

Modern aandoende diermotieven

De cultuur van Elam, bijvoorbeeld, die vanaf 3000 vChr een langdurige geschiedenis kende, bracht aardewerk voort met diermotieven en, modern aandoende, geometrische vormen. Uit de Iraanse IJzertijd (1450-550 vChr) stammen uiterst ingenieuze voorwerpen, zoals een vermakelijke aardewerken schenkkan in de vorm van een man die een lastdier voor zich uit drijft. Het beest is behangen met waterkannen en zijn snuit is de schenktuit van de kruik. Het machtige Perzische rijk van koning Darius I strekte zich omstreeks 500 vChr uit van het huidige Turkije en Egypte tot en met Afghanistan. Luxueuze sieraden van goud en edelstenen weerspiegelen de pracht en praal aan het koninklijk hof. Er kwam een eind aan toen Darius III in 330 werd verslagen door de Macedonische koning Alexander de Grote, die naar aanleiding van zijn verwoesting van Persepolis, in Irak lang bekend bleef als ‘de vervloekte’. Nadat, veel later, het oude zoroastrisme in de zevende eeuw had plaatsgemaakt voor de islam, kwam een productie op van bontgekleurde geglazuurde tegels die het straatbeeld in Iran nog steeds bepalen.

Van het bijna achteloze strooien met eeuwen en millennia zal in het oude Iran niemand hebben opgekeken. In het graf van twee hooggeplaatste dames in bronzen sarcofagen, zijn gouden grafgiften aangetroffen uit de zesde en zevende eeuw vChr. Maar er zijn ook sieraden bij die liefst zes à zevenhonderd jaar ouder blijken te zijn. Wie wat bewaart die heeft wat.

    • Bram de Klerck