‘Ik weet niks, ik wil niks, ik moet niks’

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Schrijver en oud-provo Duco van Weerlee (1939-2018) wilde gehoord worden én met rust gelaten.

Als Duco van Weerlee moest kiezen tussen Holland of Bali, dan zou hij dit zeggen, of liever: schrijven.

(-)een / wulpse brij met boter, suiker, snuifje / kaneel, of een hartige hap met / kippelevertjes, / pindasaus, verse krupuk? / Snuivend en smekkend ondervraag ik / mijn hart.

Bali, zou zijn keus zijn:

Boven een haag van palmen fonkelt een / vlucht / reigers tegen de regenlucht, / verkondigend grote / blijdschap. Laten we zeggen: / welbehagen.

Dichter, schrijver en oud-provo Duco van Weerlee overleed op 20 mei 2018 in Amsterdam, waar hij de laatste zeven jaar van zijn leven doorbracht. Vanaf 1989 woonde hij op Bali, waarvandaan hij verhalen en artikelen schreef. Bali was zijn echte vaderland, daar ook woonde zijn grote liefde, Gde Sudharma. Hij beleefde er zijn gelukkigste jaren, maar toen hij medische verzorging nodig had kwam hij terug: „In Indonesië kun je leven, maar je moet er niet ziek worden.” Duco van Weerlee overleed een paar weken nadat hij was gestopt met eten, hij vond zijn leven voltooid en wilde zelf de regie in handen houden.

In zijn huis in Amsterdam liet hij enkele tientallen dagboeken, multomappen en schriften met aantekeningen na. Met het schrijven van dagboeken begon hij eind jaren vijftig, toen hij Nederlands studeerde en eruit voorlas aan Inez van Eijk, één van zijn eerste verliefdheden. Toen zij 21 werd, schreef hij een bundeltje liefdesgedichten voor haar. Uit dat bundeltje, net als uit zijn dagboek, las hij dan weer voor aan Gerard Mostert, ook een student Nederlands. In 1963 verklaarde Duco van Weerlee zich openlijk homoseksueel.

Karakter vol dubbelzinnigheden

Inez van Eijk: „We knuffelden wel eens wat, meer niet. Hij was vooral een goede vriend, iemand die kon luisteren en met wie je fijn kon praten.” Gerard Mostert: „Ik herinner me dat hij een keer mijn haar knipte en dat hij toen de geur daarvan liep op te snuiven. Ik dacht nog: waarom doet hij dat.”

Het karakter van Duco van Weerlee zat vol dubbelzinnigheden. Hij was vriendelijk, opgewekt en wellevend, bedachtzaam en niet opdringerig, zijn vrienden waren oprecht op hem gesteld. Maar evenzogoed lag in zijn blik op mensen altijd een soort voorbehoud en kon hij iemand voor langere tijd tegen zich in het harnas jagen. Inez van Eijk: „Hij kon mensen beledigen zonder zich daarvoor later te verontschuldigen. Ook gebruikte hij wel eens iets in een verhaal dat hem in vertrouwen was verteld. Toen hij uit de kast kwam dacht ik eerst nog: dat doet hij om te provoceren.” Met Gerard Mostert kreeg Duco van Weerlee na een onenigheid in hun studietijd pas in 2009 weer contact.

Hij hoorde bij de kleine kern van provo, tegelijk was hij er meer observator dan deelnemer. Toch vond Duco van Weerlee zichzelf zo’n beetje de huisfilosoof van de beweging, in 1966 verscheen van hem het boekje Wat de provo’s willen.

We knuffelden wel eens wat, meer niet. Hij was vooral een goede vriend, iemand die kon luisteren en met wie je fijn kon praten

Hij publiceerde gedichten en verhalenbundels en schreef voor de Volkskrant en NRC, maar zette zich nooit aan het schrijven van een roman en het grote publiek kende hem niet. Duco van Weerlee wilde gehoord worden, maar ook met rust gelaten. Gerard Mostert: „Hij blies niet hoog van de toren. Als hij een mooie jongen aan zijn zijde had, vond hij het wel best. Dan was hij gelukkig.”

Duco van Weerlee kwam uit een Leids onderwijzersgezin. Een van zijn eerste banen kreeg hij bij de Grote Spectrum Encyclopedie. Nadat hij jarenlang overmatig had gedronken, moest hij eind jaren zeventig een maagoperatie ondergaan. Sindsdien at hij weinig en in kleine hoeveelheden tegelijk, ook dronk hij geen sterke drank meer.

Wat op je pad komt is wat je vormt

Zijn sobere levensstijl werd nog versterkt doordat hij weinig inkomen had: op Bali leefde hij van de WAO-uitkering die hij kreeg sinds zijn operatie, aangevuld met inkomsten uit de verkoop van zijn verhalen en het trekken van horoscopen: astrologie nam hij zeer serieus, hij had er ook veel plezier in. Toen hij terug was in Amsterdam, deden zijn vrienden hem vaak kleren cadeau, ook stopten ze hem wel geld toe.

Was Duco van Weerlee tevreden met de wendingen die zijn leven had genomen? Gerard Mostert: „Ik weet niet of hij vond dat hij genoeg had bereikt. Maar hij vond: wat op je pad komt is wat je vormt.” Op dat pad kwam in elk geval Gde Sudharma, een later getrouwde biseksueel die een dochter kreeg die hij Ducati noemde, wat wel wat lijkt op Duco. Aan haar liet Duco van Weerlee het geld na dat hij bespaarde door voor een zo goedkoop mogelijke crematie te kiezen.

Zijn familie, vrienden en buren organiseerden een paar weken na die crematie een herdenkingsborrel, met in de uitnodiging zijn mantra, zoals die stond op de eerste pagina van zijn laatste dagboek: „Het is wat het is. Prachtig, gruwelijk, tijdelijk. Ik weet niks, ik wil niks, ik moet niks. Ik ben nieuwsgierig, open en vrij. Ik leef in eenvoud, met geduld en mededogen.”

    • Gretha Pama