Een snijpracticum XXL op de Harlingse kade

In de haven van Harlingen wordt grotendeels met de hand een enorme potvis ontleed. „We trokken per ongeluk een stuk van de oogkas mee. Jammer, maar dat kunnen we wel weer lijmen.”

De potvis wordt uit het water getakeld in Harlingen. Foto Anton Kappers/ANP

De potvis ligt al half uit elkaar, maar nog steeds is hij ontzagwekkend. Zeventien meter lang, tot voor kort bijna vijftig ton zwaar. Statig, zou je bijna zeggen, zoals hij hier op zijn zij ligt in de haven van Harlingen. Om hem heen, bovenop hem, ja zelfs ín hem werken mannen en vrouwen in laarzen en overalls. Krachtig en gestaag snijden ze door, met dolken, haken en lange messen. Grote lappen spek snijden ze los, dikke brokken vlees. In een race tegen de klok en vooral tegen de verrotting. De potvis moet uit elkaar, en dat gebeurt nog net zoals vierhonderd jaar geleden: met de hand.

„Toen we hier gisteren kwamen, dachten we nog dat we hem alleen maar in stukken zouden snijden, en hooguit een schouderblad zouden meenemen”, vertelt Christel Schollaardt, hoofd collectiebeheer van Naturalis Biodiversity Center. „Dat had met groot materieel gekund, bijvoorbeeld met kettingzagen. Maar toen hij uit het water kwam, zagen we hoe enorm groot hij is. Een van de grootste die ooit in Nederland zijn aangetroffen. Daarom willen we het hele skelet graag hebben, zo gaaf en compleet mogelijk. Dus moeten we heel voorzichtig snijden.”

Zonnewind verstoort het kompas van potvissen

De potvis dook 25 juni op voor de kust van Den Helder. Het dier was verzwakt en zwom niet. Een dag later blies het zijn laatste adem uit, onder toeziend oog van Kustwacht en Rijkswaterstaat. Die sleepten het dier naar de haven van Harlingen, waar het nu wordt ontleed op het terrein van een bergingsbedrijf.

Helemaal met de hand gaat het niet. Een hijskraan trekt een gigantische lap spek omhoog terwijl een preparateur het taaie weefsel met stevige stoten loshakt. Een bulldozer gooit de lap vervolgens in een waterdichte container. Daar gaan ook het vlees en de weke delen in. Die gaan naar een destructiebedrijf in Brabant, dat normaal gesproken dode koeien verwerkt.

Prut in de longen

De organen zijn gisteren opgehaald door mensen van het Dutch Wildlife Health Centre van de Universiteit Utrecht. Die gaan de organen onderzoeken. Ze willen bijvoorbeeld weten waarom de potvis is gestorven. „Er zat prut in zijn longen”, vertelt Pepijn Kamminga, beheerder van de zoogdierencollectie van Naturalis. „En hij had nierstenen. De darmen zagen er ook niet helemaal goed uit. Maar hij is niet mager: op sommige plekken is het spek meer dan dertig centimeter dik.”

Potvissen eten uitsluitend diepzee-inktvissen. Die leven niet in de ondiepe Noordzee. Daarom zwemmen potvissen normaal gesproken ten westen van Ierland en Groot-Brittannië: ’s zomers op weg naar het noordpoolgebied en ’s winters weer terug naar het zuiden. Zwemmen ze per ongeluk de Noordzee in, dan kunnen ze verdwalen en stranden. Was de Harlingse potvis ziek en zwom hij daarom verkeerd? Of verdwaalde hij en werd hij ziek door de honger? De snijders durven het nog niet te zeggen.

„Ik vermoed dat dit een oud exemplaar is”, zegt Kamminga. „Ten eerste omdat hij zo groot is. Maar we zien het ook aan de kop. Het bindweefsel waarmee het spek aan de kop vastzit, is heel taai. We krijgen het nauwelijks los. En de schedel is ook heel bros. We trokken per ongeluk een stuk van de oogkas mee. Jammer, maar dat kunnen we wel weer lijmen.”

Lees: Het verbogen leven van de potvis

Kamminga stapt de buikholte in. De bloederige drab komt tot aan zijn knieën. „Kijk, de aorta”, wijst hij. De holle buis heeft de doorsnee van een bovenbeen. „En hier zit het borstbeen.” Hij snijdt grote hompen lillend vlees los, die hij met een haak de buikholte uit werkt. Een rivier van bloed loopt richting een afvoergoot.

De walvis ligt in de volle zon en de vliegen beginnen te komen. De lucht is zwaar van de bloedlucht. Hier en daar pruttelt al gas uit het karkas. Maar een echte rottingsgeur ruiken we nog niet. „Fijn, zo’n vers exemplaar”, zegt Schollaardt. „Maar het snijdt wel wat taaier. Als een walvis een eindje heen is, dan valt het vlees zo van de botten.”

Kamminga is tevreden. „Ja, het gaat heel goed. Heel misschien zijn we morgen klaar. ” Hij geniet van het snijden, elke keer weer. „Geweldig om te doen. Snijpracticum XXL. Het is fysiek wel erg zwaar, vooral zo in die hitte. Het zweet staat in mijn handschoenen. En morgen heb ik spierpijn.”

Bekijk hier hoe de potvis uit elkaar gehaald werd.
Foto Nienke Beintema
Foto Nienke Beintema
    • Nienke Beintema