Klimaat

De strijd tegen de plasticsoep heeft een eigen ‘klimaatpanel’ nodig

Er moet snel actie worden ondernomen tegen plastic in de oceaan. Maar wel op basis van wetenschappelijk bewijs. Daarvoor is een organisatie nodig vergelijkbaar met het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, betoogt de Utrechtse onderzoeker , leider van het project Tracking of Plastics in Our Seas.

Foto AFP

Telkens als wij wetenschappers de oceaan op gaan op zoek naar plastic, vinden we het ook. Dat is zeer verontrustend. Ieder jaar komt er naar schatting acht miljoen ton bij. Nog verontrustender is dat de uitgestrekte gebieden van opeengehoopt plastic op het oppervlak van de oceaan maar 1 procent uitmaken van al het plastic dat ooit in de oceaan terechtgekomen is.

In 2017 ben ik gestart met een onderzoeksproject om het plastic dat in de oceanen drijft in kaart te brengen. Het heeft onder andere geresulteerd in een tweedimensionaal matrixmodel, dat de beweging van plastic aan het oppervlak voorspelt en waarmee op een gewone laptop gewerkt kan worden. Maar als je op basis van dit model de hoeveelheid plastic optelt die al in de oceanen ligt, kom je tot ongeveer 250.000 ton. Dat is veel te laag. En de vraag is dus: waar is de rest gebleven?
Deels is het plastic aangespoeld op de kust, deels ligt het op de bodem van de zee en deels bevindt het zich in de magen van zeedieren. Van geen van deze voorraden weten we hoe groot die precies is, en hoe die over die immense ruimte is verdeeld.
In het project TOPIOS (Tracking of Plastics in Our Seas), dat onlangs financiering heeft ontvangen van de Europese Onderzoeksraad (ERC), wordt juist dat onderzocht. Wiens plastic komt waar terecht? Waar zijn de risico’s voor gezondheid en milieu het grootst? Waar kan het plastic het efficiëntst worden opgeruimd? En waaraan kunnen fondsen op nationaal, Europees en wereldwijd niveau het best besteed worden?

Een 3D-kaart

Voor dit project ontwikkelen we een driedimensionaal model van de manier waarop het plastic door de oceaan beweegt. De 3D-kaart moet een combinatie worden van een circulatiemodel en concrete waarnemingen van waar op de wereld plastic zich in de oceanen bevindt. Met behulp van een supercomputer en ruimtesatellieten willen we simulaties maken van de snelheid waarmee het plastic wordt afgebroken en waarmee het naar de bodem van de zee daalt.
Dit herinnert aan de klimaatmodellen die het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, gebruikt om het internationale klimaatbeleid te stutten. En dat is ook precies de bedoeling. Want praten over oplossingen voor het plasticprobleem is mooi en belangrijk, maar daarvoor moeten we wel de juiste diagnose stellen.

Daarom pleit ik voor een IPCC voor plasticafval, een op wetenschap gebaseerde organisatie die geregeld grootschalige beoordelingen maakt van de staat van alle plastic in de zee en elders, de effecten en toekomstige risico’s ervan. Het moet, net als het IPCC, een internationale organisatie zijn die kijkt hoe je het probleem zo effectief mogelijk kunt verlichten, waarin wetenschappers elkaar onderling streng controleren en die voldoet aan de normen van ‘open science’.
Natuurlijk ontslaat ons dat niet van de plicht iets te doen aan de enorme hoeveelheid plastic die ieder jaar in de zee terechtkomt. Voorkomen is beter dan genezen. Maar als we dan gaan genezen, dan graag wel op basis van gedegen wetenschappelijk bewijs.

Lees meer op: nrc.nl/klimaat.
Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.