De koopzondag splijt gemeenten

Collegevorming Bij de vorming van menig nieuw college stonden voorvechters van vrije winkelopening tegenover verdedigers van de zondagsrust. „We gooien iets weg als samenleving.”

De gesloten supermarkt EMTÉ in Kapelle. Foto Merlin Daleman

Na de stemming werd in de gemeenteraad van Smallingerland niet gejuicht of gekreund. Het was juist de stilte die ChristenUnie-raadslid Pieter van der Zwan trof. „Een totale implosie”, zegt hij. „Een gevoel van: wat hebben we gedaan?”

Op 19 juni stemde de raad met 15 tegen 12 voor een amendement dat de winkeltijden in de gemeente, waaronder Drachten valt, volledig vrijgeeft. Daardoor mogen winkeliers straks zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag open zijn.

„Deze situatie doet zich bij mijn weten verder nergens in Nederland voor”, had burgemeester Tom van Mourik (VVD) gezegd. „Dit is van God los”, reageerde CDA-fractievoorzitter Karin van der Velde. SP-raadslid Jos van der Horst: „Je stemt hier nu voor een wild west, niet meer en niet minder!”

Van het lokale kindcentrum tot de plaatselijke ringweg – elke gemeente heeft haar eigen splijtzwammen, en elke ongelukkig verdeelde gemeenteraad is ongelukkig op haar eigen manier. Maar één twistpunt duikt overal in Nederland steeds op: de koopzondag. In tientallen gemeenten leidde die tijdens de coalitievorming tot verhitte discussies. Diverse coalitiepogingen strandden erop. En in Kapelle viel het college, minder dan twee maanden na aantreden, op de koopzondag.

Het is een haast geruisloze revolutie, hoe de koopzondag zich de afgelopen twee decennia over Nederland verspreidde. Voor veel Nederlanders is een boodschap op zondag nu volstrekt vanzelfsprekend. Maar zoom je in, dan zie je lokaal de trillingen, de schokjes, de weerstand tegen een ontwikkeling die volgens velen onvermijdelijk is.

Lees ook de reportage: Ook in Kapelle komt de wereld binnen

Woonboulevard

VVD-fractievoorzitter in Sliedrecht, Roelant Bijderwieden, benadrukt het meteen: élke zondag, álles open, dat hoefde van hem écht niet. Maar de VVD wilde op zijn minst de woonboulevard de kans geven „de concurrentie aan te gaan”, en ook lokale supermarkten meer vrijheid geven. Na de verkiezingen begon zijn partij onderhandelingen met onder meer ChistenUnie-SGP en het CDA. Halverwege mei stapte Bijderwieden eruit: enige beweging op het thema zat er volgens hem niet in. „Wij willen best respect hebben voor hun positie. Maar respect voor onze vrijheid speelt voor hen kennelijk minder.”

Ook in Krimpen aan den IJssel strandde coalitie-overleg na ruim twee maanden onderhandelen op de koopzondag. Vorige week presenteerde de nieuwe coalitie, zonder SGP en ChristenUnie, een akkoord. Kirsten Jaarsma, van Stem van Krimpen: „Wij noemen het nu ‘zondagsvrijheid’. Om te benadrukken dat we het belangrijk vinden dat iedereen zijn of haar zondag op eigen manier kan inrichten.”

Carnavalsverenigingen

In de gemeente Rijssen-Holten waren altijd twee carnavalsverenigingen, in elk van de twee kernen één. Maar die van Rijssen hield er een paar jaar geleden mee op. „Ze hadden geen zin meer tijdens de zondagse optocht alleen maar tegen die dichte gordijntjes aan te kijken”, zegt VVD-fractievoorzitter Frans Noordam. Hij bedoelt maar: in Holten zie je op zondagmiddag overal terrasjes, in Rijssen kun je „een kanon afschieten”. Zijn partij had, zegt Noordam, best willen meepraten over het behoud van zondagsrust in de ene kern. Maar al snel bleek dat de SGP en ChristenUnie de winkels overal wilden dichthouden en lag de VVD eruit. „Dit doet het wederzijds begrip en respect geen goed”, zegt Noordam. „Prima als je rust wilt, maar duw het een ander niet door de neus.”

Gaat het in de gemeente over de koopzondag, dan wordt het niet zelden emotioneel. Zowel voor- als tegenstanders beroepen zich op idealen en waarden. „De roep om zondagopenstelling klinkt van alle kanten, maar wordt niet gehoord door de elite van de onderhandelende partijen”, schreef de PVV in Enschede onlangs, toen partijen niet vooruit wilden lopen op ruimere openstelling. Voor een partij is het niet eenvoudig zich op lokaal niveau scherp te profileren. Maar de koopzondag, dat ráákt mensen, dat gaat over vrijheid, of traditie. Daarmee scherp je je profiel.

Campagnethema D66

D66 maakte het, bij monde van Kamerlid Jan Paternotte, afgelopen jaar zelfs expliciet tot dé inzet voor de gemeenteraadsverkiezingen. „Wij willen de verplichte zondagsrust afbreken”, zei hij, „totdat er misschien nog maar een verdwaald dorpje overblijft dat dapper weerstand biedt, zoals dat van Asterix en Obelix.”

Dat vond Gerdien Rots, ChristenUnie-fractievoorzitter in Zwolle, heel raar. „Dit gaat nu juist om lokaal maatwerk. Daar moet je je als landelijke fractie niet mee bemoeien.” In Zwolle werd de ChristenUnie de grootste partij en leidt ze nu het college. Toch ging het nieuwe gemeentebestuur onlangs akkoord met uitbreiding van het aantal koopzondagen. Rots: „Wij zijn maar met zeven zetels op 39. Dat is hoe het is.”

In Smallingerland kwam D66 niet eens in de coalitie, maar lukte het de partij met een slim amendement vorige week toch de historische verruiming door de raad te krijgen. Prachtig, vindt raadslid Roy Postma, die het voorstel indiende. „Eindelijk zijn we in Drachten eens een voorloper, in plaats van een achterblijver.” Tastbare resultaten binnenhalen, zoals de koopzondag – dat kreeg hij tijdens partijcongressen als advies mee. En ja, ook vanuit Den Haag ontving Postma wel wat felicitaties per sms.

Voor de ChristenUnie was de stemming een „dieptepunt”. In Smallingerland was het volgens raadslid Van der Zwan hét thema tijdens de verkiezingen, en voor het eerst zit er nu geen confessionele partij in het college. „Ze zeggen het niet officieel”, zegt hij, „maar in de wandelgangen kreeg ik wel te horen dat wij eruit lagen vanwege de koopzondag. Terwijl het toch om veel meer zou moeten gaan.”

Rots noemt het „ontzettend jammer” dat de zondagsrust in Zwolle wordt ingeperkt. „Wij gooien iets weg als samenleving, waarvan we de waarde nauwelijks door lijken te hebben. Dit is iets dat teloorgaat en niet meer terugkomt. Dat is echt iets verdrietigs.”

    • Clara van de Wiel