Altijd al eens een wilde beer willen zien? In Kroatië heb je best kans

Reizen Bruine beren zien in Europa? In Nationaal Park Risnjak in Kroatië heb je er in voorjaar en zomer goede kans op.

‘Nog geen beren gezien, maar de sfeer maakt het bezoek nu al meer dan de moeite waard.’ Foto Guido Derksen

Terwijl het steeds donkerder wordt, trekt met veel kabaal een onweersbui over. Parkranger Miro Janes had er al voor gewaarschuwd: in de bergen van de Kroatische regio Gorski Kotar kan het weer snel veranderen. De temperatuurschommelingen zijn soms enorm.

We zijn op weg naar Lazac, een bergweide op circa 1.000 meter hoogte in Nationaal Park Risnjak. Aan de rand staat een observatiehut waarin je kunt overnachten. Veel mensen reizen naar Afrika om leeuwen, luipaarden of hyena’s te zien, maar op anderhalf uur vliegen van Nederland heb je de kans om de drie grote carnivoren van Europa tegen te komen: bruine beren, wolven en lynxen. Lazac is een van de beste plaatsen in Europa om deze dieren in het wild te zien. Er leven tientallen beren en twee roedels wolven en in de regio Gorski Kotar en het aangrenzende berggebied in Slovenië komen circa zestig lynxen voor.

Vooral de beer doet het goed in Kroatië. In het hele land zijn naar schatting duizend exemplaren, veel meer dan een jaar of vijftien à twintig geleden, ook in de bergen in en rond Nationaal Park Risnjak. Volgens Miro Janes heeft dit te maken met het vertrek van steeds meer mensen uit de toch al dunbevolkte streek. „Er zijn hier weinig economische mogelijkheden, zeker voor jongeren. Nadat Kroatië in 2013 lid werd van de Europese Unie zijn veel mensen naar andere EU-landen gegaan voor werk. Voor de beren betekent het dat hun leefgebied steeds groter wordt.”

Vanwege de florerende berenstand mag nu jaarlijks ruim 10 procent van de populatie afgeschoten worden, zo’n honderd dieren dus. Jagers uit onder meer Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië betalen enorme bedragen om een beer te mogen schieten.

Beren zijn alleseters. Bessen, appels en ander fruit, maïs, honingraten én bijen, karkassen van dode dieren, alles gaat erin

Buiten de nationale parken, dat wel. Daar beginnen de beren zelfs een probleem te worden, vooral in de herfst. Janes: „Dan hebben ze veel voedsel nodig omdat ze vetreserves moeten opbouwen voor de winter. Ze komen dan ook de dorpen in, op zoek naar fruit en bijenkasten.”

Beren zijn alleseters. Bessen, appels en ander fruit, maïs, honingraten én bijen, karkassen van dode dieren, alles gaat erin. Af en toe weet een beer een prooidier te pakken te krijgen, meestal een edelhert, maar het zijn geen geweldige jagers. De dorpsbewoners hebben met de beren leren leven. In de herfst spannen ze bijvoorbeeld schrikdraad rond hun bijenkasten. „Als je geluk hebt kun je dan een beer tegenkomen tijdens een avondwandelingetje”, zegt Janes. „Maar je hebt toch de meeste kans om ze bij Lazac te zien, zeker in het voorjaar en de zomer.”

Nog een reistip in Kroatië is het eilandje Hvar: Het Saint-Tropez van Kroatië heeft heerlijke wijnen (en veel schapen)

Als de regen is gestopt en het lawaai van het onweer is weggestorven, komt er grondmist op boven de bergweide. Uit het bos klinkt de roep van een uil, maar daarna wordt het stil. Er is geen zuchtje wind meer. Het maanlicht zorgt ervoor dat er nog net iets te zien is. Mooi en sprookjesachtig, zeker als je uit een dichtbevolkt land komt waarin je nooit meer zo’n overweldigende stilte meemaakt.

Stil zijn

Stilte is ook geboden om beren of wolven te zien. En geduld. Urenlang tuur ik over het veld en speur ik met mijn verrekijker de bomenrijen links en rechts van de weide af, in de hoop iets te zien bewegen. Wat zou het prachtig zijn als er een beer uit de mistflarden zou opdoemen. Het zou zomaar kunnen. Ik zit immers midden in hun territorium, getuige ook het gastenboek. Een gezin met twee kinderen bijvoorbeeld beschrijft hoe ze anderhalf uur lang een berin met twee welpen in de buurt van de hut zagen rondscharrelen. En er zijn nog veel meer waarnemingen, ook van andere dieren. Een Franse bezoeker beschrijft hoe een hermelijn een muis te pakken krijgt, een paar keer komt er een nieuwsgierige vos langs en heel af en toe neemt iemand de schuwe lynx waar, één keer op slechts een paar meter van de hut. Eén gast meldde: „We saw absolutely nothing. Disappointing.”

Na middernacht begint mijn hoofd te tollen. Stram van het lange zitten sta ik op. Nog geen beren of wolven in het vizier, maar de prachtige sfeer maakt het bezoek nu al meer dan de moeite waard. Nog even lezen bij kaarslicht, de houtkachel opstoken en dan naar bed.

Lees ook: Op zoek naar de legendarische sneeuwluipaard

De volgende ochtend sta ik even voor zonsopkomst op. Er hangt nog steeds mist over de weide, er zijn alleen wat contouren van naaldbomen te zien. Het is ook nog steeds doodstil, intimiderend stil bijna. Zodra het lichter wordt, trekt de mist een beetje op. Aan de rand van het veld komen twee reeën een tijdje aan het gras knabbelen. In de verte steekt de Risnjak, de hoogste berg in het gebied, boven de nevel uit. De top is begin mei nog bedekt met sneeuw; Kroatië had een ongebruikelijk lange en koude winter.

In de loop van de ochtend komt de zon weer tevoorschijn. Parkranger Janes arriveert om me op te halen. Als ik hem vertel dat er geen beren waren, haalt hij zijn schouders op. Er is natuurlijk nooit 100 procent garantie dat je ze ziet. Het zijn geen circusberen die een kunstje opvoeren.

Beergarantie

Ik wil toch graag een beer in het echt zien. En dat kan. Als je vanuit de Gorski Kotar de Dinarische bergrug zuidwaarts volgt, kom je bij het Velebitgebergte. Ook daar is een indrukwekkend natuurgebied waar veel beren, wolven en lynxen leven, het Nationaal Park Noord-Velebit. In het piepkleine dorpje Kuterevo, aan de oostkant ervan, bezoek ik het Bear Refuge. Het is een berenopvangproject, geheel gerund door vrijwilligers, dat in 2002 werd opgericht om berenjongen op te vangen nadat hun moeder door jagers of in het verkeer waren gedood. Er verblijven momenteel acht exemplaren op de omheinde terreinen van de opvang, drie van onder de tien jaar en vijf ouder dan tien jaar. Rond het dorp leven ook zeven beren in het wild, die in het najaar eveneens binnen de bebouwde kom op zoek gaan naar voedsel. Ik moet het voorlopig echter doen met de beren van het opvangproject. Hoe imposant ze ook zijn, het is toch niet het echte werk. Misschien in de zomer maar eens terug en dan een nacht langer in de observatiehut bij Lazac bivakkeren.

    • Guido Derksen