Xbox? Liefst ravotten ze in het park

Buiten spelen

Stichting Jantje Beton bestaat vijftig jaar. Buiten spelen staat al die tijd onder druk, terwijl het belang ervan steeds duidelijker is.

Een partijtje touwtrekken door kinderen in Baarn. „Kinderen geven zelf nog altijd aan het liefst buiten te spelen.” Foto Sabine Joosten/Hollandse Hoogte

Merel (11) tuurt naar het struikgewas. „Ik zoek een vogel”, zegt ze en schuift wat takjes opzij. „Een kauwtje met een lamme vleugel. Toen ik ’m wilde oppakken, fladderde hij de bosjes in.” De dierenambulance is gebeld, maar de vogel is foetsie. Reddingsactie mislukt.

Merel woont al haar hele leven aan het Utrechtse Griftpark en heeft er, denkt ze, wel duizenden uren gespeeld. Zo’n grote speelplek voor de deur is leuk, maar toch is het na al die jaren ook „een beetje saai geworden”. Nog steeds gaat ze graag naar buiten, maar dan liever voor een potje voetbal, buutverstoppertje of kingen, een balspel met vakken en een ingewikkelde hiërarchie. Spelen doet ze alleen als ze tijd heeft: „Ik zit ook op tennis, voetbal en circusles.”

„De auto bedreigt spelen het meest en verder de te volle agenda van kinderen”

Het is woensdagmiddag. Waar het rond lunchtijd nog rustig was, is dit deel van het Griftpark van het ene op het andere moment veranderd in een mierenhoop van rondrennende kinderen en hun begeleiders.

Alle ruimte en tijd om te spelen, precies het doel dat Jantje Beton nastreeft. De stichting, die zich inzet voor goede speelruimte en faciliteiten voor kinderen, viert deze donderdag haar 50-jarig jubileum. „We kunnen onszelf nog lang niet opheffen”, zegt directeur Rob van Gaal.

In 1968 was het vooral de ‘betonnisering’ die het buiten spelen bedreigde: de opmars van eindeloze rijen flats in buitenwijken en steeds drukkere straten met auto’s. In 2018 lijkt buiten spelen van alle kanten onder druk te staan.

Bedreiging nummer één is nog altijd de auto, maar ook de te volle agenda van kinderen, overbezorgde ouders en de concurrentie van YouTube en games zorgen ervoor dat er minder buiten wordt gespeeld. Eerder dit jaar bleek uit een enquête van onderzoeksbureau Kantar in opdracht van Jantje Beton dat het percentage kinderen dat iedere dag buiten speelt in vijf jaar tijd is afgenomen van 20 tot 14 procent.

Overgewicht

Terwijl er in de vijftig jaar dat de stichting bestaat alleen maar méér bewijs kwam voor het belang van buiten spelen. Voor de ontwikkeling van kinderen, maar ook om overgewicht tegen te gaan. Oogheelkundigen waarschuwen bovendien al jaren voor een forse toename van blindheid, eveneens omdat kinderen te weinig buiten spelen.

Van Gaal: „Je moet het blijven agenderen. Gamen kan ook best gezond zijn voor ontwikkeling, maar dat mag buiten spelen niet overnemen. En kinderen geven zelf nog altijd aan het liefst buiten te spelen.”

Buiten spelen stond altijd onder druk, weet universitair docent Peter Selten, die onderzoek deed naar de geschiedenis van speeltuinen. Selten: „Begin twintigste eeuw waren er vooral zorgen om de bedompte straten en een ongezonde omgeving. Later was het vooral de auto. En weer later ontstonden de zorgen over de veiligheid.”

Een fikkie stoken of met een mes spelen? Veel ouders zijn van nature voorzichtig, maar als je als ouder te vaak ‘pas op’ roept, leert een kind niet om zelf op te letten, vindt expertisecentrum VeiligheidNL.

Dat zag je volgens Selten ook terug in de inrichting van speeltuinen. „Bepaalde toestellen zag je in de loop der jaren verdwijnen. De familieschommel, bijvoorbeeld. Die vonden veel gemeenten te gevaarlijk.”

Playstation

In het Griftpark inspecteren Daan (10) en Willem (11) het hek rond de kinderboerderij, op zoek naar een manier om dichter bij de koeien, schapen en geiten te komen. Denken ze dat het klopt dat kinderen van hun leeftijd te weinig buiten spelen? Daan: „Dat zou kunnen, want gamen wordt wel steeds populairder.” Willem: „Ik heb een Playstation en een Xbox, daar speel ik GTA, Call of Duty en Fortnite op. Niet iedere dag, maar wel vaak. Hoe lang mag ik zelf weten.” Daan: „Ik speel alleen Fortnite. Meestal een half uurtje, soms iets langer. Maar als de buurjongens aanbellen om buiten te spelen, dan stop ik altijd.”

Het schoolplein is in de ban van Fortnite, een schietgame waarin je tegen je vrienden kunt spelen. Dat is verslavend, maar is het erg?

In hun eigen woonplaats, De Bilt, spelen ze regelmatig buiten. Daan: „Voetballen.” Willem: „Of tikkertje.” Favoriet is de trampoline. Daan oefent salto’s, Willem dubbele frontflips, backflips en de schroef. Hoewel zij al gauw constateerden dat de speeltuin gericht is op een jongere leeftijdscategorie, vermaken ze zich best hier in het park. Daan, wijzend naar een wipachtig speeltoestel: „We zaten net op dat grote oranje ding. Dat was lachen. We kregen duwtjes van een meneer waardoor we extra hard gingen.”

Mede onder invloed van Jantje Betonkwamen er de afgelopen decennia normen voor de hoeveelheid speelplekken die er moeten zijn, zegt architect Naomi Felder. Samen met sociaal geograaf Lia Karsten schreef Felder twee jaar geleden De nieuwe generatie stadskinderen, over spelen in de stad. Maar, benadrukt Felder: alleen pleitten voor speelruimte is niet genoeg. „Je kunt het niet afdoen met een ambtenaar voor speeltuintjes. Het moet gaan om de inrichting van de hele stad, om de stoepen en de routes naar speelplaatsen toe. En om plekken die zowel als speelplaats als iets anders dienst doen.” De auto bedreigt het spelen nog altijd het meest, denkt Felder. Dat steeds meer steden erover nadenken die op bepaalde plekken te weren, biedt volgens haar nieuwe mogelijkheden. „Wat dat betreft staan we nu eigenlijk op een omslagpunt. Want als we de ruimte die vrij gaat komen ook voor speelruimte willen benutten, moeten we dat nu al prioriteit geven.”

„Kinderen geven zelf nog altijd aan het liefst buiten te spelen”

Koelbox

Op een picknickbank in de schaduw zitten Leen en Hannie Struik (80 en 73) naast een meegebrachte koelbox. Spelen maakt hongerig: kleindochter Ezra, op wie ze regelmatig passen, slikt de laatste happen van een boterham met kaas door en wil nu graag een banaan.

Is buiten spelen de afgelopen decennia veranderd? Hannie Struik denkt van wel: „Ik deed aan hoepelen, tollen en touwtje springen, dat doen kinderen nu niet meer. Of knikkeren: dan moest ik eerst een putje maken met de hamer van m’n vader.” Leen: „Tegenwoordig zie je overal toestellen. Zij is er gek op, ze wil alles zelf doen. Denk maar niet dat ik mag helpen.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden
    • Clara van de Wiel