Recht & Onrecht

Vertrouwen in de politiek zal er nooit zijn, referendum of niet

Streven naar vertrouwen in de politiek is lovenswaardig, maar ook een ijdel streven. Een referendum biedt alleen schijnrepresentativiteit, schrijft Bert Pol in de Gedragscolumn.

Verkiezingsbord voor het Utrechtse burgemeestersreferendum in 2007. Veel Utrechtenaren vermoeden dat het referendum is gemanipuleerd Aleid Wolfsen en Ralph Pans zouden teveel op elkaar lijken. Foto: Rob Huibers

Waren we er bijna vanaf, is het weer terug: het referendum. Het is een moderne variant van de Hydra: het veelkoppige mythologische monster dat meteen een nieuwe kop had als je er een had afgeslagen. Aan de vooravond van de behandeling in de Eerste Kamer zet de commissie-Remkes het weer op de agenda als instrument dat het vertrouwen van de burger in de politiek moet herstellen. Maar dat vertrouwen is er nooit geweest. En het zal er ook nooit zijn, referendum of geen referendum.

Vroeger werd op de politiek gescholden op verjaardagen en in de kroeg. Het bleef binnenskamers, maar het was er wel degelijk. Het is van alle tijden, net als klagen over de prestaties van ons nationale elftal. Het verschil met vroeger is dat we de onvrede nu overal horen en zien. In televisiejournaals, talkshows en discussieprogramma’s leest iedereen die maar wil politici naar hartelust de les. Ongezouten en soms smakeloos.

IJdele hoop

Streven naar vertrouwen in politiek mag een lovenswaardig doel zijn, maar het is ijdele hoop dat dat er zal komen. In een democratie moeten politici zowel vertegenwoordiger zijn als hoeder van het algemeen belang. Geen enkele groep zal helemaal tevreden zijn over besluiten.

Bij een bindend referendum wordt de mening van een meerderheid doorslaggevend. Daar zit meteen ook het gevaar ervan. Bij referenda is de meerderheid van de stemmen niet representatief: vooral de tegenstanders van een voorgenomen besluit zijn gemotiveerd om te komen. Zij hebben iets te verliezen. Ook trekt het negatieve meer aandacht en genereert het meer hersenactiviteit: het werkt als een alarmbel. Voorstanders laten zich, zoals bij de Brexit, al gauw leiden door false consensus: het geloof dat ‘ieder verstandig mens’ hun mening deelt.

De meerderheid bij de opkomst voor een referendum is dus een schijnrepresentativiteit. Daar kun je tegen inbrengen dat dat bij democratische besluitvorming altijd zo is, maar bij behandeling in het parlement is sprake van discussie, overweging en afweging. Dat is bij een ja/nee-referendum nauwelijks het geval.

Valide referendum bestaat

Er is nog een ander aspect: een keuze die beperkt is tot ‘ja’ of ‘nee’ gaat er stilzwijgend van uit dat de stemmers goed hebben nagedacht over de verschillende kanten van een onderwerp. Dat is doorgaans niet het geval. Die mogelijkheid van een valide referendum is er wel. Inhoudelijk is dat de Informed  Choice Questionnaire. Daarin krijgen mensen eerst een aantal vragen voorgelegd over de keuzealternatieven. Daarna pas komt de vraag naar de uiteindelijke ja/nee-stem. Deze aanpak stimuleert het denken over de respectieve alternatieven en bevordert daarmee een weloverwogen keuze.

Blijft het bezwaar van de representativiteit. Hoe krijg je mensen zover dát ze gaan stemmen en dat er dus een representatieve groep burgers opkomt? Je zou mensen dan bijna op grond van een representatieve steekproef moeten verplichten hun stem uit te brengen, zoals in de Verenigde Staten burgers verplicht zijn zitting te nemen in een jury bij een proces. Het kán, maar dat zie ik niet gebeuren.

Niet voor bange mensen

Er zullen altijd ontevredenen zijn. In een democratie krijgt niemand voor honderd procent zijn zin. Dat politiek niet voor bange mensen is, is een gevleugelde uitspraak. Zeker tegenwoordig is er heel veel moed voor nodig om politicus te willen zijn. Je moet bestand zijn tegen de meest onwaardige aantijgingen en zelfs het hoofd niet buigen voor agressie. Misschien moet de overheid dát eens gaan benadrukken en breed uitdragen.

De Gedragscolumn wordt geschreven door deskundigen in de sociale wetenschappen naar aanleiding van de actualiteit. Bert Pol is verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Universiteit Twente en vennoot van Tabula Rasa Den Haag.

    • Bert Pol