Opinie

Het Turkije van Erdogan hoort niet bij Europese Unie

Verkiezingen

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft gewonnen. Dat is de moeilijk te weerleggen uitkomst van de presidents- en parlementsverkiezingen van afgelopen zondag in het ruim 80 miljoen inwoners tellende, zo veel besproken land aan de rand van Europa. De uitslag waarbij de sinds 2014 als president in functie zijnde Erdogan 52,6 procent van de stemmen wist te halen, betekent dat hij het door hem zo gewenste krachtige presidentiële systeem kan vervolmaken.

Turkije had al een autoritair leider die er niet voor terugdeinsde zijn (politieke) tegenstanders met alle mogelijke middelen te bestrijden. Na de verkiezingen – met een ook voor Turkse begrippen zeer hoge opkomst van 86,2 procent – beschikt Erdogan over een gelegitimeerde, nagenoeg absolute, macht.

Dit is een onrustbarende wetenschap voor de Europese Unie waarvan Turkije sinds 2004 kandidaat-lid is, maar ook voor de NAVO, het militaire samenwerkingsverband waarvan de Turken al sinds 1952 deel uitmaken. Bevorderen en verdedigen van democratie en rechtsstaat, wat zowel de EU als de NAVO nastreven, verhouden zich moeilijk met de richting waarin Turkije zich onder leiding van Erdogan aan het ontwikkelen is.

Niet onbelangrijk is dat de uitslag van de verkiezingen ook door de oppositie wordt erkend. De belangrijkste tegenkandidaat van Erdogan, Muharrem Ince, gaf nadat hij eerder de gang van zaken rond de verkiezingen in twijfel had getrokken, toe dat de zittende president heeft gewonnen.

Lees ook: Meer dan ooit de republiek van Erdogan

Tegelijk kan de vraag worden gesteld in hoeverre er sprake is van eerlijke verkiezingen als deze worden gehouden in een tijd waarbij nog altijd de noodtoestand van kracht is, tienduizenden mensen vanwege onbewezen staatsgevaarlijke activiteiten zijn gedetineerd, de persvrijheid meer en meer onder druk staat, en de aanvoerder van de Koerdische partij zijn campagne vanuit de gevangenis heeft moeten voeren.

De waarnemers van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa zeggen in een eerste rapport dat de Turken weliswaar de vrijheid hadden om te kiezen maar dat de omstandigheden waaronder campagne gevoerd moest worden verre van gelijk voor iedereen waren. Maar het is eveneens een hulpeloze constatering. President Erdogan heeft gekregen wat hij wilde.

Optimisten hopen dat nu president Erdogan nagenoeg alles ‘binnen’ heeft, hij de strakke teugels zal laten vieren en dat Turkije het pad van normalisering terug zal opslaan. Het zou weleens ijdele hoop kunnen zijn. In het parlement zal Erdogan na de verkiezingen van zondag, waar zijn AK-partij de meerderheid verloor, meer rekening moeten houden met zijn weinig buigzame nationalistische conservatieve coalitiepartner MHP, die een verrassende winst behaalde.

Erdogan heeft delen van zijn volk in materieel opzicht ‘brood en spelen’ gegeven, daarnaast geappelleerd aan de Turkse trots, en is daarvoor beloond. De economische groei is voor een belangrijk deel op de pof gefinancierd. Als de luchtbel uiteenspat, kan het snel gedaan zijn met de steun voor de president.

Maar vooralsnog heeft de wereld, Europa voorop, te maken met een zelfverzekerde president Erdogan die van geen wijken weet. Iemand ook met wie de EU uit puur eigenbelang in gesprek zal moeten blijven. Maar niet tegen elke prijs. Dat lidmaatschap van de Europese Unie is met Erdogans heerschappij in elk geval verder weg dan ooit.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.