Recensie

Sappige verftaartjes met wolkige slagroom

Tentoonstelling

Voor de Amerikaanse kunstenaar Wayne Thiebaud zijn taarten een aanleiding om te experimenteren met kleur en vorm. Als hij schildert, is hij in feite cake aan het glazuren.

Wayne Thiebaud, Bakery Case, 1996 Foto museum Voorlinden/ Pictoright Amsterdam 2018

De taarten en ijsjes van Wayne Thiebaud (Mesa, Arizona, 1920) zien er natuurgetrouw uit. Toch zijn ze niet naar de waarneming geschilderd. Ze zijn gebaseerd op het idee van cupcake, roomtaart of hotdog en geschilderd uit de herinnering. Ze komen overeen met het beeld dat we hebben van de ideale taart. Dat beeld is bepaald door reclame.

Thiebaud, in 1937-38 in Los Angeles opgeleid als reclametekenaar, schilderde tot eind jaren veertig reclame-uithangborden en filmposters voor Universal Studios. Als reclameschilder leerde hij de grafische kneepjes van het vak. Zoals dat wanneer je een lipstick moet schilderen, je niet de eigenlijke lipstick schildert, maar een vereenvoudigd, abstract ding waar je de structuur van de lipstick vanaf leidt. Zo is er een bepaalde manier om kristal te schilderen, een glas water, een fles melk. En taart.

Thiebaud heeft het onderscheid tussen vrije kunst en commerciële kunst altijd lastig gevonden. Tot zijn grote helden behoren illustratoren, reclameschilders en grafische ontwerpers. Toch besloot hij om ‘kunstschilder’ te worden. Thiebaud bestudeerde het boek The Natural Way to Draw: A Working Plan for Art Study en volgde lessen kunstgeschiedenis en kunsteducatie in Los Angeles. Het abstract expressionisme was de toonaangevende avant-garde in de jaren vijftig. Thiebaud volgde de trend en raakte in New York bevriend met Franz Kline en Willem de Kooning.

De Kooning adviseerde hem om te schilderen wat hij écht wilde schilderen, een onderwerp waar hij zich zijn leven lang mee bezig zou willen houden. Thiebaud besefte dat hij af wilde van de expressionistische verfstreek, weer terug naar meer formalistische uitgangspunten. Hij wilde helderheid, ordening, de precieze plaatsing van vormen op het doek. Hij nam, vertelt hij in interviews, „drie basisvormen om mee te werken: een rechthoek, een ellips of cirkel en een driehoek. Nou, dat is een taartpunt.” Een tentoonstelling van taart- en cakeschilderijen bij Allan Stone Gallery in New York in 1962 markeert het begin van zijn kunstenaarsloopbaan. Sindsdien schildert Thiebaud, naast enkele andere onderwerpen, meringue, slagroom- en kersentaart.

Cakes en taarten

Cakes en taarten zijn voor Thiebaud een aanleiding om te experimenteren met licht, kleur en vorm. In Display Cakes (1963) staan drie ronde taarten op een rij, op drie hoge standaarden, de middelste groter dan de andere twee, als een heilige drie-eenheid. Eén gevuld met citroenroom, de middelste bedekt met witte glazuur, de derde rozig met een kers erop. Het licht is wit en hard, misschien van neonverlichting in een etalage, de taarten werpen drie blauwe slagschaduwen op de witte achtergrond en zwarte schaduwen op de borden. Het geheel heeft veel weg van een drumstel.

Altijd is er veel wit om de voorwerpen heen, een andere truc uit Thiebauds reclameverleden. Een enkele taartpunt, of lange rijen taartpunten op bordjes, opgesteld als in een vitrine in een kantine, worden ‘getoond’, het gaat om etalering. De verf is er vet op gesmeerd, en het gebroken wit van de achtergrond is grof tegen de motieven aan gekwast. Het ontlokte de kunstenaar en criticus Donald Judd ooit de opmerking: „De sappigheid van de verf is een beetje weerzinwekkend.”

Wayne Thiebaud, Cherry Pie, 2016 Foto museum Voorlinden/ Pictoright Amsterdam 2018

Als Thiebaud schildert, is hij in feite cake aan het glazuren. Hij is geobsedeerd door ‘object transference’: dat de verf lijkt op de substantie van de afbeelding. De schilderijen hebben een sterke tactiele kwaliteit, maar het is een tactiliteit die uitsluitend bestemd is voor het oog. Thiebaud schildert zacht glanzend ijs, wolkige slagroom, een hard glanzende suikerlaag of juist een stroperige, transparante suikerlaag.

De compositie van zes donkere, dieproodbruine Candy Apples, de stokjes omhoog, is verstild als een zeventiende-eeuws Spaans stilleven van Cotán. Thiebaud heeft deze ‘candied apples’ vaak getekend en geschilderd, steeds in andere opstellingen, en met andere texturen, lichtval, kleur; maar altijd donker. Ook al hebben Thiebauds schilderijen vaak plezier en vrije tijd tot onderwerp – felgekleurde badpakken en bikini’s, lollies, feest-eten – ze zijn niet per definitie vrolijk van aard. Bij een zwart ijsje dringt zich de vraag op of dit de smaak van de dood is.

Massaconsumptie

Het werk van Thiebaud is de geschiedenis ingegaan als pop-art, maar dit is niet helemaal juist. Thiebaud deelt met pop-art een fascinatie voor massacultuur en massaconsumptie. Aan de hand van ‘foodstuff’ is naoorlogs Amerika in beeld te brengen, met de opkomst van fastfoodketens, met een arbeidersklasse die zich kon ontwikkelen tot middenklasse, met het ‘branden’ van gemakseten, nationale distributienetwerken en reuzensupermarkten. Vervolgens is Thiebaud toch vooral geïnteresseerd in eeuwenoude schilderkunstige vraagstukken. Schilders als Vermeer, Bonnard en Morandi zijn de grote voorbeelden.

Op de tentoonstelling in Voorlinden zijn ook voorstellingen met menselijke figuren en landschappelijke composities te zien. De mensfiguren zijn geen portretten te noemen, ze zijn onpersoonlijk en hebben allemaal dezelfde lichtverwonderde uitdrukking op het gezicht. De figuren zijn tot object, tot schilderkunstig motief gemaakt, in feite hetzelfde als met de taarten. Maar dan minder radicaal: mensen laten zich lastiger reduceren tot enkelvoudig schilderkunstig motief.

Wayne Thiebaud, Two Wedding Cakes, 2015 Foto museum Voorlinden/ Pictoright Amsterdam 2018

De landschappelijke werken zijn interessanter, abstracte composities van beeldfragmenten van een stad of van een landschap die steeds een andere perspectief weergeven. Thiebaud schildert San Francisco in kantelend vogelvluchtperspectief, met een duizelingwekkend oprijzen en dalen van geasfalteerde wegen. Vervreemdende landschappen zijn het, Bluff (2013) kan evengoed een steile rotswand zijn als de achterkant van een vrouwenbeen.

Een van de meest recente werken van de nu 97-jarige schilder is een Cherry Pie (2016) die als een vogelsnavel op een bordje ligt, met weer die grofgesmeerde verf. De vulling van de kersenpunt is bloedrood en het bord heeft geen rand maar een aureool in blauw en citroengeel, weerkaatsend op het witte bord. De schilder wil dat het licht uit het schilderij zelf komt. Daar is hij aardig naar op weg.

    • Janneke Wesseling